Academische opleidingsscholen voor bevordering van onderwijsonderzoek

Afgelopen dinsdag was een afvaardiging van het NRO te gast bij Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), een vereniging van scholen voor voortgezet onderwijs die vooral in Brabant gevestigd zijn. In het gesprek met onder anderen de bestuursvoorzitter, Eugène Bernard, spraken we over nut en noodzaak van onderzoek.

Onderzoek als onderdeel van professionalisering
Voor Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) bleek het onderzoek door docenten, zoals dat met name plaatsvindt in de drie academische opleidingsscholen, van groot belang. Hierin werken scholen en lerarenopleidingen gezamenlijk aan het opleiden van leraren, en wordt voor scholen relevant onderzoek uitgevoerd. Onderzoek door de eigen docenten en in samenwerking met de aan OMO verbonden hogescholen en universiteiten blijkt een belangrijk onderdeel van professionalisering te kunnen zijn.

In z’n algemeenheid kan een onderzoekende houding van docenten de kwaliteit van onderwijs bevorderen: nieuwsgierigheid naar de effecten van lesgeven op leerlingprestaties en het uitzoeken van varianten die de prestaties verbeteren, leidt tot beter onderwijs. Onderzoek – van de eigen onderwijspraktijk of binnen de eigen school – is vanuit dit perspectief te zien als een vorm van waardevolle professionalisering.

Op leren gerichte werkomgeving
Eén van de concrete resultaten van dit soort onderzoek bij OMO is het boek Een op leren gerichte werkomgeving voor leraren in de school onder redactie van Jeroen Imants. Hierin worden onderzoeksverslagen van praktijkonderzoek door zeven docenten over diverse onderwerpen gebundeld en met elkaar in verband gebracht. Het overkoepelend project dient een dubbele doelstelling (p.6):

  • inzicht krijgen in hoe leraren de werkomgeving in hun school waarnemen, vanuit door leraren zelf uitgevoerd onderzoek;
  • bij te dragen aan de professionele ontwikkeling van leraren door zelf praktijkonderzoek uit te voeren.

De onderzoeksonderwerpen variëren: alternatieve roostering en organisatie van pauzes, de driejarige brugperiode en differentiatie/begeleiding, waardering cc-uren (de Cobbenhagen-compententie-uren), leraaronderzoek in school en verbetering van onderwijs, samenwerking in professionele leergemeenschappen, samenwerking in nieuwe of bestaande vakgroepen en de impact van een nieuwe organisatiestructuur. In alle onderzoeken werd ook gebruikgemaakt van de vragenlijst ‘leraar als beroep’. Het OMO-boek laat overtuigend de waarde van praktijkonderzoek zien en bevat enkele specifieke conclusies over de onderzochte scholen: raadpleeg hiervoor het boek zelf.

Praktijkonderzoek en praktijkgericht onderzoek: het verschil
Er is hier een indirect verband met het onderzoek dat het NRO financiert. Sanneke Bolhuis onderscheidt in “Praktijkonderzoek als professionele leerstrategie in onderwijs en opleiding” (hoofdstuk 2 van het gelijknamige boek o.r.v. Quinta Kools en Sanneke Bolhuis) diverse vormen van leren en onderzoek. Ze maakt daarbij onderscheid tussen ‘praktijkonderzoek’ enerzijds en ‘praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek’ anderzijds. Enerzijds: onderzoek naar de eigen praktijk waarmee systematisch (nieuwe) betekenis gegeven kan worden aan het eigen en gezamenlijk handelen en waarmee dit verbeterd kan worden. Anderzijds onderzoek waarmee generaliseerbare kennis beoogd wordt over vragen die relevant zijn voor de onderwijspraktijk.

Praktijkonderzoek en praktijkgericht onderzoek: het verband
Het NRO subsidieert geen praktijkonderzoek, maar wel praktijkgericht onderzoek. De laatste definitie van Sanneke Bolhuis dus. De publicatie van OMO illustreert twee interessante verbanden tussen deze soorten onderzoek:

  • de resultaten van praktijkgericht onderzoek kunnen dienen als input voor praktijkonderzoek (bijvoorbeeld in de fase van oriëntering op de onderzoeksvraag);
  • de resultaten van praktijkonderzoek kunnen leiden tot input voor praktijkgericht onderzoek.

Dit alles laat zien dat academische opleidingsscholen een goede plaats zijn om onderwijsonderzoek met praktijk te verbinden: het maakt begeleid praktijkonderzoek mogelijk en bevordert het gebruik en ook het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. Voor het NRO dus belangrijke partners.

Jelle Kaldewaij, 10 januari 2014

U kunt aan dit blog geen rechten ontlenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *