Aflevering 3 Expeditieblog

De Expeditie Lerarenagenda is al een aardig eind op weg, maar wie zijn de Expeditiegangers eigenlijk? In een portretserie komen ze aan het woord, twee aan twee. Ze vertellen steeds over dezelfde onderwerpen, maar geven daar hun eigen invulling aan. In dit eerste duo-portret: Monika Louws en Marieke van der Pers.

Type onderzoeker

Monika: “Ik had uit mezelf niet echt het grote ideaal om wetenschapper te worden, maar door gesprekken met mijn thesisbegeleider in Nijmegen raakte ik ervan overtuigd dat onderzoek doen in dit vakgebied interessant, relevant en afwisselend is. Voor mijn promotieonderzoek liep ik vervolgens vier maanden, drie dagen in de week op een school rond. Daar leerde ik luisteren naar leraren en te begrijpen wat hen beweegt. Die houding probeer ik vast te houden. Pas als je de context echt snapt, mag je als onderwijsonderzoeker wat zeggen, vind ik.”

Marieke: “Als demograaf heb ik een andere achtergrond dan de andere Expeditiegangers. Ik kijk dus met een andere blik naar het leraarschap. Leraren zijn bijvoorbeeld ook mensen met woonvoorkeuren en met een privéleven. Hebben ze jonge kinderen of lopen ze tegen hun pensioen? Wie zijn de leraren die in het noorden van Groningen terecht komen en wie zijn degenen die in de Randstad wonen en werken? Hoeveel ervaring en welke vaardigheden hebben ze? Hebben scholen het type leraren dat ze nodig hebben? Ik houd ervan om met analytische en creatieve blik met behulp van grote databestanden naar dit soort vraagstukken te kijken.”

De leraar maakt het verschil

Marieke: “Als kind heb ik op een weinig vernieuwend dorpsschooltje gezeten. Ik liep altijd voor op de rest van de klas, het leren ging me goed af. Maar ik herinner me dat ik altijd alleen aan het werk was en aldoor meer van hetzelfde deed. Ik kreeg geen extra verdiepingsstof, differentiatie bestond daar nog niet. Als ik nu jong was, zou dat wel anders gaan, denk ik. Ik zou best leerkracht in het basisonderwijs willen zijn. Groep 3 of 4 lijkt me erg leuk, kinderen begeleiden die hun eerste stappen zetten in het leren van taal en rekenen, die de wereld gaan ontdekken. Nee, ik zou geen leraar aardrijkskunde willen zijn.”

Monika: “Ik zou best leraar aardrijkskunde willen zijn, om dan sociaal-maatschappelijke problemen te bespreken met m’n leerlingen. Of leraar lichamelijke opvoeding. In de gymles zie je een leerling in de volle breedte, je hebt eerder dan andere leraren in de gaten hoe een leerling in z’n vel zit. Wat dat betreft maakte meneer Schepers uit groep 8 grote indruk op me. Ik zat in een klas die heel onrustig was, er werd gepest. Hij heeft ervoor gezorgd dat we toch een hechte groep werden. Hij kende alle talenten van de leerlingen in de klas. Tegen mij zei hij: ‘Jij wordt later juf!’ Hij zat er niet ver naast.”

Mee op Expeditie

Marieke: “Ik hield al een tijdje de nieuwe calls van het NRO in de gaten. Toen de call voor de Expeditie Lerarenagenda verscheen, trok me meteen aan dat er onderzoekers met verschillende achtergronden werden gezocht.

Aangemoedigd door collega’s besloot ik een poging te wagen. Het idee dat je op persoonlijke titel reageert, vind ik goed. Dat biedt mogelijkheden aan onderzoekers die in het gebruikelijke systeem weinig kans hebben op een NRO-subsidie.”

Monika: “Ik zag de call voor het Expeditieteam en ik dacht meteen: ‘Die is voor mij! Hier wil ik bij horen!’ De onorthodoxe nieuwe opzet, maar ook de brede benadering van zo’n complex vraagstuk, spreken me erg aan. Ik denk dat het in de Expeditie goed van pas komt dat ik altijd probeer om het perspectief van leraren te begrijpen.”

Monika Louws (1987)

Studie
Pedagogische wetenschappen en Research Master Behavioural Sciences aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Proefschrift in één zin
Professional learning: what teachers want to learn (2016): over de vraag wat, hoe en waarom leraren willen leren.

Marieke van der Pers (1982)

Studie
Sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Proefschrift in één zin
Intergenerational Proximity, Residential Relocations and the Well-Being of Older People (2016): over de fysieke afstand tussen ouders en hun volwassen kinderen, in het kader van mantelzorg en gezond ouder worden.