Beoordeling van leerlingen bij de kunstvakken is goed mogelijk

Beoordelingen zijn niet alleen voorbehouden aan de cognitieve vakken. Ook in de kunstvakken worden leerlingen steeds vaker getoetst. Wat voor beoordelingsinstrumenten er voor kunst zoal zijn, wat ze meten en of ze van goede kwaliteit zijn, wijst een reviewstudie van de Universiteit van Amsterdam uit. Bijna alle beschreven instrumenten waren kwalitatief voldoende tot goed. En ze keken vooral naar de uitvoering en minder naar het beschouwen van kunst.

De Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur pleiten voor leerlijnen voor de kunstvakken, die de ontwikkeling van kennis, vaardigheden en houding beschrijven. Om inzicht te krijgen in de culturele ontwikkeling van kinderen moeten leraren deze kunnen beoordelen. Er is echter nog weinig bekend over welke beoordelingsinstrumenten beschikbaar zijn, welke competenties ze meten en welke van voldoende kwaliteit zijn. Om zicht hierop te krijgen, bestudeerden de onderzoekers Engelstalige onderzoeksliteratuur waarin 153 instrumenten zijn beschreven. De definitieve reviewstudie is nu beschikbaar.

Wat wordt beoordeeld?

Er blijken veel verschillende beoordelingsinstrumenten te zijn, ongeveer evenveel voor het primair als voortgezet onderwijs. De meeste beoordelen muziek (61 procent). Daarna volgen beeldende kunst (22 procent), dans (11 procent) en theater (3 procent). Nog 3 procent had betrekking op meerdere disciplines.
Meestal beoordelen de instrumenten een kunstuiting, zoals een muziekuitvoering of een beeldend product, aan de hand van criterialijsten of rubrics. Een rubric is een analytische beoordelingsschaal die meer zegt dan een cijfer alleen. De rubric laat zien wat de leerling wel en nog niet goed heeft gedaan. Andere soorten beoordelingen zijn schriftelijke of mondelinge vragen en een portfolio.

Uitvoering en creatie

In bijna driekwart van de gevallen wordt een product getoetst, in 5 procent een proces en in 13 procent beide. De meeste instrumenten richten zich op competenties die vallen onder uitvoering, oftewel het realiseren van artistieke ideeën door interpretatie en presentatie, en creatie, het bedenken en ontwikkelen van nieuwe artistieke ideeën en werk. Er zijn weinig beoordelingscriteria voor het beschouwen van of reflecteren op kunst.

Expressie en originaliteit

De instrumenten meten niet alleen kennis of technische vaardigheden maar kijken ook naar kwalitatieve aspecten, zoals expressie, toonkwaliteit, sfeer en originaliteit. Elke kunstdiscipline heeft zijn eigen terminologie en vakspecifieke competenties, dus meestal wordt daarnaar gekeken. Maar bepaalde aspecten komen bij alle disciplines voor, zoals technische beheersing, originaliteit of creativiteit, zelfreflectie, samenwerking en inzet of houding.

Uitvoering centraal bij muziek en dans

Bij muziek wordt vooral de uitvoering getoetst: de interpretatie en mate van expressiviteit, de technische en ritmische beheersing. Ook houding krijgt veel aandacht, bijvoorbeeld inzet, doorzettingsvermogen en nauwkeurigheid. Daarnaast komen het gehoor en de klankvoorstelling, en het muzikaal vocabulaire in de beoordelingen voor. Minder aandacht is er voor samenspel of componeren.

Net als bij muziek beoordelen de instrumenten voor dans vooral de uitvoering. Centraal daarbij staan technische aspecten, muzikaal ritmische aspecten, expressiviteit, ruimtegebruik, improvisatie en fysieke aspecten. Veel wordt ook naar houding gekeken, meer dan bij de andere kunstvakken. Het gaat dan om doorzettingsvermogen, toewijding, correcties kunnen ontvangen en dergelijke.

Creativiteit en spel

Bij beeldende vakken gaat het vooral om creativiteit. Niet alleen het eindproduct wordt beoordeeld maar ook het proces. Bij beoordeling van het product gaat het om technische aspecten, vormaspecten en inhoudelijke aspecten (het concept) en bij het proces gaat het om onderzoek en experiment, zelfreflectie, nieuwsgierigheid en inzet.

De weinige beoordelingsinstrumenten op het gebied van theater hebben vooral betrekking op spel, zoals zelfexpressie, geloofwaardigheid en samenwerking. Geen van de instrumenten keek naar het schrijven van theaterteksten of regie.

Groenendijk, T., M.L.C. Damen, F. Haanstra & C.A.M. van Boxtel, Assessment in kunsteducatie. Universiteit van Amsterdam, 2015.

Deze reviewstudie werd gefinancierd door de PROO in 2013, toen deze onderdeel van NWO-MaGW uitmaakte.

Meer informatie