Bestrijding onderwijsachterstanden: financiering voor regisseursfunctie en vergelijkend onderzoek

Het NRO zoekt een regisseur voor een nieuw research & development-programma op het gebied van onderwijsachterstandenbestrijding. Gekoppeld aan deze regisseur moet vergelijkend onderzoek plaatsvinden. Tezamen is hiervoor € 500.000,- beschikbaar. De call for proposals is beschikbaar en de aanvraagmodule gaat binnenkort open; aanvragen moeten binnen zijn vóór 7 mei 2019, 14:00 uur.

Binnen dit research & development-programma vindt onderzoek en ontwikkeling binnen scholen zoveel mogelijk in samenhang plaats. Ook moet maximaal gebruik gemaakt worden van kennis over onderwijsachterstandenbeleid. De regisseur is landelijk actief: zij of hij bewaakt de voortgang van de werkplaatsen, lost knelpunten op en bevordert kennisdeling.

Financiering

Via het NRO stelt OCW de komende jaren financiering beschikbaar voor onderzoek, ontwikkeling en kennisdeling op het gebied van onderwijsachterstandenbestrijding. Binnen deze call for proposals is dat als volgt verdeeld:

  • Voor de regisseur van het R&D-programma ‘Effectieve interventies onderwijsachterstanden’ is een budget van € 400.000,- beschikbaar voor een periode van 4 jaar (€ 100.000,- per jaar).
  • Voor het vergelijkend onderzoek is een budget van € 100.000,- beschikbaar.

Regietaken

De regisseur voert regie over het gehele R&D-programma. Daaronder zijn de volgende taken voorzien:

  • de regisseur zorgt voor het betrekken van scholen bij het programma en draagt bij aan het verspreiden van onderzoeksresultaten binnen Nederlandse basisscholen;
  • de regisseur representeert het R&D-programma zowel bij de betrokken organisaties als daarbuiten;
  • de regisseur bewaakt de voortgang van de individuele onderzoeken en is verantwoordelijk voor het vergelijkend onderzoek;
  • de regisseur legt verbindingen tussen onderzoek en deelnemende partijen (en heeft dus oog voor de complexiteit van het onderwijsachterstandenbeleid, en de relatie tussen praktijk en onderzoek);
  • de regisseur draagt bij aan de communicatie en kennisbenutting voor het hele R&D-programma;
  • de regisseur stemt af met de coördinator van het landelijke monitorings- en beleidsevaluatieprogramma, waar dit R&D-programma onderdeel van uitmaakt.

Vergelijkend onderzoek

Het vergelijkend onderzoek moet een beter beeld geven van effectieve aanpakken voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Hierbij gaat het nadrukkelijk niet om de vraag welke interventies effectief zijn, maar om de integrale aanpak van scholen bij het bestrijden van onderwijsachterstanden. Ook dient het vergelijkend onderzoek een beeld te geven van de kenmerken van succesvolle en minder succesvolle scholen.

Samenhangende activiteiten voor bestrijding onderwijsachterstanden

Binnen het volledige research & development-programma tegen onderwijsachterstanden zijn de volgende activiteiten voorzien:

  • een vergelijkend scholenonderzoek om inzichtelijk te maken wat succesvolle interventies zijn bij het bestrijden van onderwijsachterstanden en waarom de ene school hier beter in slaagt dan de andere.
  • werkplaatsen onderwijsonderzoek waarin interventies worden (door)ontwikkeld;
  • een flankerend onderzoek waarin de bevindingen uit de werkplaatsen worden opgeschaald;
  • bestaande kennis over het bestrijden van onderwijsachterstanden én de kennis die binnen het nu gestarte programma nog wordt ontwikkeld, komt zo spoedig mogelijk (digitaal) beschikbaar voor heel Nederland. Daartoe wordt een kennisdelingstraject opgezet, en is er de hier beschreven regiefunctie die verbindingen tussen de drie onderzoeken legt en een actieve rol speelt in kennisdeling van de onderzoeksresultaten.

Gelijke kansen voor ieder kind

Ieder kind heeft het recht om zichzelf maximaal te kunnen ontwikkelen. Voor sommige kinderen geldt dat zij thuis onvoldoende gestimuleerd worden. Deze kinderen verdienen extra aandacht zodat zij dezelfde kansen krijgen als kinderen uit een gunstige sociale en economische omgeving. Effectief onderwijsachterstandenbeleid helpt bij het bestrijden van kansenongelijkheid. Wanneer er meer kennis ontstaat over ‘wat werkt’ en ‘wat werkt niet’ en deze kennis op een goede manier gedeeld wordt, kunnen interventies effectiever ingezet worden.

Verschillende omgevingskenmerken van leerlingen kunnen van invloed zijn op schoolprestaties van leerlingen. Voorbeelden van factoren zijn het opleidingsniveau of het land van herkomst van de ouders, en de verblijfsduur van de moeder in Nederland. Kinderen waar één of meerdere factoren voor gelden hebben een grotere kans op onderwijsachterstanden: zij presteren mogelijk minder goed dan zij zouden kunnen. Het onderwijsachterstandenbeleid is erop gericht om deze achterstanden te verkleinen. Er is nog niet veel kennis beschikbaar over de wijze waarop middelen voor de bestrijding van onderwijsachterstand worden ingezet in Nederland en welke aanpakken de beste ondersteuning bieden aan leerlingen met een (potentiële) achterstand.

Meer informatie