Bestuurlijke gevolgen samenwerkingsverbanden passend onderwijs

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs maken volop gebruik van de vrijheid om hun eigen bestuurlijke inrichting te kiezen en financiële middelen te verdelen. Het bestuurs-/directiemodel, raad-van-beheermodel en een toezichthoudende algemene ledenvergadering komen het meeste voor. Om dubbelrollen van besturen te beperken, worden aanpassingen gemaakt zonder afbreuk te doen aan hun eigenaarschap. De wettelijk verplichte medezeggenschap is overwegend goed geregeld, maar kan in de praktijk niet voor daadwerkelijke tegenmacht zorgen. Vooral leraren hebben weinig invloed op het beleid.

Samenwerkingsverbanden verdelen de middelen op heel verschillende manieren. Ze streven wel allemaal naar een zo laag mogelijke overhead. Een aantal samenwerkingsverbanden bouwt enige reserve op om de teruggang van middelen de komende jaren op te kunnen vangen. Samenwerkingsverbanden sluizen het grootste deel van de financiële middelen direct door naar de schoolbesturen. Die verdelen het vervolgens op hun eigen manier over scholen.

Scholen weten zelf niet altijd hoeveel middelen ze krijgen voor passend onderwijs. Procedures om de inzet van middelen voor passend onderwijs te verantwoorden zijn nog in ontwikkeling. Er bestaan verschillen van inzicht over wat zinvol en wenselijk is om vast te leggen. Daarnaast spelen meer fundamentele vragen over de rolverdeling tussen schoolbesturen en samenwerkingsverbanden als het gaat om verantwoording.

Onderlinge samenwerking

Samenwerken en onderling vertrouwen opbouwen zijn de afgelopen jaren verbeterd in de samenwerkingsverbanden. Ook de samenwerking met het speciaal onderwijs is uitgebouwd. De directeur van het samenwerkingsverband is heel belangrijk, onder meer om plooien glad te strijken en het collectieve belang in de gaten te houden. Dat veel van de directeur afhangt maakt samenwerkingsverbanden ook kwetsbaar.

Hoewel de samenwerking tussen schoolbesturen meestal goed verloopt, zijn er soms problemen en conflicten. Uit juridisch onderzoek naar de zorgplicht blijkt dat onderwijsconsulenten in het schooljaar 2015/2016 ruim 1600 casussen hebben behandeld. In de meeste gevallen konden betrokken partijen niet tot een bevredigende oplossing komen. Als ouders, scholen en schoolbesturen er samen niet uitkomen, kunnen samenwerkingsverbanden bemiddelen. Zowel onderwijsconsulenten als uitspraken van de Geschillencommissie Passend Onderwijs vragen meer aandacht voor de rol en bevoegdheden van samenwerkingsverbanden in lastige situaties.

Doorzettingsmacht

Directeuren van samenwerkingsverbanden zijn gemiddeld positief over de werking van de zorgplicht in hun regio. Mocht een school de zorgplicht ontlopen, dan treedt het samenwerkingsverband hiertegen op, ook al zijn ze dat niet verplicht. De meningen zijn verdeeld of het beleggen van doorzettingsmacht in dit verband nuttig is. In 2016 had een kleine veertig procent van de samenwerkingsverbanden (nog) geen doorzettingsmacht geregeld.

Er zijn geen situaties bekend waarin het samenwerkingsverband regie voerde op de inhoud van schoolondersteuningsprofielen voor het creëren van een dekkend aanbod, en evenmin op het expliciet bevorderen van keuzevrijheid voor ouders. Wel voeren ze regie op het creëren van een zo compleet mogelijk aanbod van specifieke voorzieningen binnen het samenwerkingsverband om hiaten te vullen.

Jeugdzorg

Bijna gelijktijdig met de invoering van passend onderwijs, is de nieuwe Jeugdwet van kracht geworden. De afstemming tussen jeugdhulp, gemeenten en basis- en voortgezet onderwijs verschilt sterk tussen regio’s. In sommige regio’s heeft een bestaande werkwijze een impuls gekregen; in andere regio’s moeten partijen elkaar op lokaal niveau nog vinden. Zowel samenwerkingsverbanden als gemeenten zijn over het algemeen van goede wil en zetten stappen vooruit. Zowel samenwerkingsverbanden als gemeenten ontwikkelen eigen werkwijzen. Dat kan de uitvoering op lokaal niveau ingewikkeld maken. Daarnaast spelen cultuurverschillen een rol.

Het onderzoek is op 25 juni 2018 door de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media aangeboden aan de Tweede Kamer bij de Kamerbrief en twaalfde voortgangsrapportage.

Ledoux, G. & Waslander, S. Stand van zaken Evaluatie Passend Onderwijs Deel 4: Governance in de samenwerkingsverbanden. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. (Rapport 998, projectnummer 20689).
Dit is publicatie nr. 43 in de reeks Evaluatie Passend Onderwijs.

Meer informatie