Betrokkenheid en distantie in onderwijsonderzoek

Met koele blik kijken naar onderwijs waar je warm van wordt: die combinatie van distantie én betrokkenheid treedt op wanneer we de onderwijsgevenden bij het onderzoek betrekken. Hoe hiermee om te gaan?

In onderzoek willen we graag resultaten bereiken die valide en betrouwbaar zijn. Dat vraagt om de nodige onafhankelijkheid. Tegelijkertijd willen we vaak de onderwijsgevenden zelf bij het onderzoek betrekken. Bij praktijkgericht onderzoek stelt het NRO bijvoorbeeld nu als eis dat de onderzoeksvraag samen met de aanvragende scholen wordt geformuleerd en dat het onderzoek ook bij die scholen wordt uitgevoerd. Ook zien we graag docenten zelf als onderzoeker optreden. Via promotiebeurzen kunnen docenten onderzoek doen naar het onderwijs binnen de eigen school.

Bij elkaar levert dit de interessante, maar paradoxaal ogende combinatie op van distantie én betrokkenheid: met een koele blik kijken naar onderwijs waar je warm van wordt. Deze combinatie treffen we ook in andere disciplines aan, zoals bij participerende observatie in de culturele antropologie.

‘Conflict of interest’

Lilian Vliek die in 2015 promoveerde op de effecten van Kanjertraining, terwijl ze zelf in dienst was van de Stichting Kanjertraining, besteedde in haar proefschrift aandacht aan dit ‘conflict of interest’ (Vliek 2015: 130-131). Zij merkt hierbij op dat effectgroottes over het algemeen iets groter zijn wanneer het onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeker die betrokken is bij de interventie.

Dat hoeft trouwens niet alleen geweten te worden aan bias; er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een betere implementatie. Vliek wijst op een aantal maatregelen om de onafhankelijkheid te versterken:

  1. transparantie over de onderzoekerspositie
  2. inzage mogelijkheid in de ruwe data
  3. het tekenen van een contract tussen de instelling en de universiteit, waarin staat dat de effecten onafhankelijk onderzocht gaan worden en dat de universiteit het recht en de plicht heeft om de resultaten -ongeacht de uitkomst- te publiceren.

Evenwichtskunstenaar

Als NRO willen we graag de betrokkenheid bij het onderzoek vergroten; dat draagt bij aan de acceptatie van de resultaten en de toepassing in de praktijk. Om tegelijkertijd de nodige distantie te realiseren, zullen we in onze subsidievoorwaarden criteria opnemen zoals Vliek die beschrijft. De onderzoeker wordt evenwichtskunstenaar.

Vliek, Lilian (2015), Effects of Kanjertraining (Topper Training) on Emotional Problems, Behavioural Problems and Classroom Climate. Proefschrift, Universiteit Utrecht.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO