Bewegen bevordert leerprestaties in het basisonderwijs

Gezien de berichten in de media is er haast niet aan te ontsnappen: er zijn voldoende bewijzen dat bewegen leerprestaties kunnen bevorderen. In een meta-analyse en met verwijzing naar Fit en Vaardig zetten onderzoekers dat nog een keer uiteen. Op zich is dat mooi nieuws en ook iets waarop eigenlijk alleen maar positieve reacties verwacht kunnen worden: bewegen is sowieso gezond en dat het dan ook nog eens helpt bij leren is mooi meegenomen. Er is echter wel meer over te zeggen en er liggen ook duidelijke vervolgvragen.

Dat bleek heel duidelijk uit een conferentie die het NRO samen met OCW en de PO-raad belegde op het Stanislascollege Rijswijk op 2 november. Aanleiding vormden de eerste opbrengsten van het onderzoek naar Fit en Vaardig en de meta-analyse. Deze werden besproken en gedeeld met staatssecretaris Sander Dekker en vertegenwoordigers van het basisonderwijs en van gemeentes.

Wijze van bewegen

In de bijeenkomst kwam naar voren dat de consequenties van deze samenhang voor de praktijk van het basisonderwijs nog de nodige doordenking vergen. Zo is een vraag nog welke wijzen van bewegen nu het beste helpen. Het gaat dan niet alleen om enkele uren bewegingsonderwijs: ook beweging op andere manieren is gewenst, evenals beweging dicht bij of tijdens cognitieve vakken.

Een aantal mogelijkheden ligt voor het grijpen: bijvoorbeeld bewegen voor alle kinderen stimuleren tijdens het speelkwartier, waarbij de leerlingen niet te uitgeput raken of langs de kant staan. Ook oefeningen tijdens bepaalde lessen, zoals Fit en Vaardig die laat zien, zijn goed mogelijk.

Deskundigheid

Omdat de manieren van bewegen vrij nauw luisteren, zijn deskundige leerkrachten vereist. Daarbij doemt de vraag op of dit vakleerkrachten moeten zijn, of dat ook de groepsleerkracht de nodige expertise moet ontwikkelen. Of een combinatie-oplossing waarbij een vakleerkracht de overige leraren schoolt in mogelijkheden voor beweging.

Verder lijken er mogelijkheden te liggen in samenwerking met de gemeentes als het gaat om voorzieningen rond de school, zodat meer bewegen én aansluiting bij sportactiviteiten mogelijk is. Gemeentes lijken bereid hierin een regierol op zich te nemen.

Aanvullende vragen

Er blijven ook nog een flink aantal vragen over waar nader onderzoek naar gewenst is. Het consortium dat nu de tussenresultaten opleverde gaat nader onderzoek doen naar de causale relatie tussen bewegen op school en cognitieve onderwijsprestaties, verzuim en schooluitval. Ook is het van belang om te weten of deze verbanden gelden bij alle kinderen of dat bepaalde groepen meer baat hebben bij bewegen dan andere. Ten slotte zou het mooi zijn als de relatie tussen bewegen en leren ook in het voortgezet onderwijs en het mbo beter kan worden bepaald. Het Stanislascollege waar we te gast waren, is een vmbo-school die veel verwacht van deze combinatie.

Al met al hebben we hier een intrigerend verband te pakken tussen bewegen en leren dat uitnodigt tot een andere kijk op het bewegen van leerlingen, tot nieuwe vormen van onderwijs en tot nader onderzoek naar wat nu precies werkt en waarom.

Jelle Kaldewaij, directeur NRO

bekijk op YouTube ook het filmpje dat werd gemaakt voor de bijeenkomst van 2 november 2015 »