Onderzoeksresultaten

NCO-Rapportages 2019 beschikbaar

Het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO) van het NRO maakt slim gebruik van data die er al zijn. Daardoor wordt het onderwijs minder lastiggevallen voor onderzoek. Het geeft scholen relevantere informatie terug voor hun onderwijspraktijk door middel van jaarlijkse schoolrapportages. Én het houdt het hoge niveau van onderwijsonderzoek in Nederland in stand.

Tussentijdse resultaten oktober 2019 evaluatie wet ‘Doelmatige Leerwegen’ en herziening kwalificatiestructuur mbo

De resultaten van de meest recente rapporten van het onderzoeksprogramma Evaluatie wet ‘Doelmatige Leerwegen’ en herziening kwalificatiestructuur mbo laten zien dat er vooralsnog geen effecten kunnen worden vastgesteld wat betreft beoogde doelstellingen, zoals uitval, voortijdig schoolverlaten en het stapelen van diploma’s. Gezien het feit dat de beleidsmaatregelen relatief recent zijn ingevoerd is dit niet verwonderlijk; van doorstroom naar het hbo is, bijvoorbeeld, nog geen sprake. Wel percipiëren mbo-instellingen een aantal effecten. Met name over effecten van de entreeopleidingen zijn medewerkers op beleidsniveau enthousiast. De komende metingen zullen uitwijzen of deze gepercipieerde effecten ook in statistische zin kunnen worden vastgesteld.

Tussenrapportage Evaluatie en monitoring wet toelatingsrecht mbo – juli 2019

Vanaf 1 augustus 2017 is de wet ‘Vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo’ in werking getreden. De nieuwe wet introduceert een set maatregelen, waaronder de aanmelddatum van 1 april, voorschriften voor procedures en informatievoorziening, het toelatingsrecht voor aankomende studenten, voorwaarden waaronder dat toelatingsrecht geldt en het verplichte bindend studieadvies in het eerste jaar van de opleiding. Gelijk met de invoering van de nieuwe wet is een meerjarig onderzoek gestart om de implementatie en gevolgen van de wet te monitoren en evalueren. In de eerste tussenrapportage is vooral gekeken naar de eerste, directe effecten van de invoering van de wet.

Een hoge emotionele kwaliteit in de kleuterklas werkt door in de verdere schoolloopbaan van leerlingen

In het algemeen is het taalaanbod in kleuterklassen hoog. Dat geldt zowel voor groepen met veel als met weinig doelgroepkinderen. Voor doelgroepkinderen geldt daarbinnen wel dat meer aandacht voor taalactiviteiten gerelateerd is aan een gunstigere cognitieve ontwikkeling. Dat gaat niet op voor niet-doelgroepleerlingen. Dit impliceert dat de kwaliteit in de kleuterklas kan bijdragen aan het terugdringen van ontwikkelingsverschillen tussen doelgroep- en niet-doelgroepleerlingen.

Evaluatieprogramma Passend Onderwijs: tussentijdse resultaten beschikbaar

In augustus 2014 werd de Wet passend onderwijs van kracht. Een veelomvattend beleid dat direct of indirect het iedereen raakt die te maken heeft met het primair, voortgezet, speciaal of middelbaar beroepsonderwijs. Om te onderzoeken welke impact het beleid heeft, op wie en waarom, werd het Evaluatieprogramma Passend Onderwijs opgezet. Het gehele onderzoeksprogramma wordt vervroegd opgeleverd in juni 2020, dan zal de eindbalans worden opgemaakt. Op donderdag 20 juni geeft het NRO samen met een drietal onderzoekers een technische briefing over de tussentijdse resultaten aan de commissie Onderwijs van de Tweede Kamer. Een technische briefing is een inhoudelijke presentatie, waarbij de Kamerleden ook vragen kunnen (en zullen) stellen over passend onderwijs.

Associate degrees in Nederland: onbekend maakt vooralsnog onbemind

Associate degree-opleidingen werden in 2006 in Nederland ingevoerd: tweejarige hbo-opleidingen die zich situeren tussen mbo 4 en hbo-bachelor, en die ervoor moeten zorgen dat het grote gat tussen deze beide opleidingsniveaus wordt gedicht. Onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht toont aan dat dit in zekere mate is gelukt, want afgestudeerden met een Associate degree verdienen een salaris dat tussen het gemiddelde van mbo 4 en hbo-bachelor ligt.

Brief Commissie-Steur en rapport Cito over ontwikkeling PISA- en examenresultaten VO openbaar

De commissie-Steur heeft aan minister Slob de antwoorden gestuurd op vragen van de Tweede Kamer over de ontwikkeling van de PISA- en examenresultaten in het voortgezet onderwijs in de afgelopen tien jaar. In 2018 signaleerde de Tweede Kamer een discrepantie tussen beide: de Nederlandse PISA-resultaten daalden, waar de nationale examenresultaten stabiel bleven dan wel stegen. Wat zegt dit over de ontwikkeling van de vaardigheden van scholieren? Dat is nu uitgezocht.

Praktijkgericht onderzoek – extra ondersteuning in Gronings voortgezet onderwijs

Welke ondersteuningsarrangementen zetten scholen voor (regulier) voortgezet onderwijs in, in het kader van passend onderwijs, en hoe ziet de leerlingenpopulatie eruit die deze ondersteuning ontvangt? Hoe ontwikkelen leerlingen met en zonder extra ondersteuning zich gedurende het eerste schooljaar? Wat zijn de ervaringen van leerlingen met de hulp die ze krijgen, en wat vinden ondersteuningscoördinatoren van de […]

Harde kern werkenden volgde nooit een cursus

Een harde kern van ruim een kwart van de werkenden heeft nog nooit een cursus gevolgd in zijn of haar arbeidsloopbaan. Daarbij gaat het vooral om laagopgeleiden. Het maakt deze groep bijzonder kwetsbaar wanneer de arbeidsmarkt om nieuwe kennis en vaardigheden vraagt. Dat blijkt uit onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht.

Hoe kunnen we het leiderschap van leraren versterken?

Die vraag stond centraal in het onderzoek van lector Marco Snoek (HVA). De conclusie uit zijn onderzoek is dat er in onderzoek, praktijk en ondersteuning vooral aandacht is voor individuele en formele vormen van (role based) teacher leadership. Dit past bij bestaande hiërarchische leiderschapsparadigma’s. Vanuit een meer inclusief perspectief en innovatieperspectief is er in hun ogen behoefte aan meer aandacht voor vormen van community based teacher leadership.

Aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie toegenomen

Per 1 januari 2019 zijn nieuwe maatregelen om voortijdig schoolverlaten verder terug te dringen van kracht. Daarvóór is er al mee gewerkt in diverse regio’s. De ervaringen zijn overwegend positief, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. De meeste scholen en Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC) denken nu meer kwaliteit te kunnen leveren en zijn tevreden over de samenwerking. De nieuwe manier van werken leidt echter wel tot meer werkdruk voor de RMC-coördinatoren. En de financiële middelen schieten te kort. 

Slim door gym? Dat verschilt per kind

Bewegen is goed voor de gezondheid van kinderen. Maar worden ze er ook slimmer van? Een grootschalige studie bracht de effecten van bewegingsonderwijs in kaart op onder andere een aantal cognitieve vaardigheden van kinderen, zoals aandacht en werkgeheugen, en hun schoolprestaties bij rekenen, spelling en lezen. De studie bestond uit een literatuuronderzoek en een experiment met twee bewegingsinterventies onder basisschoolleerlingen. De uitkomst is niet eenduidig: waar het literatuuronderzoek wijst op kleine maar significante effecten, konden deze effecten in het experiment niet worden gereproduceerd.

Kenmerken van leerlingen in het speciaal basisonderwijs

Vanuit het speciaal basisonderwijs (sbo) kwamen enige tijd geleden signalen dat hun leerlingen de laatste jaren steeds later instromen, met als gevolg dat het voor het sbo moeilijker wordt om nog een positieve invloed op hun ontwikkeling te hebben. In dit onderzoek, dat deel uitmaakt van de landelijke Evaluatie Passend Onderwijs, zijn deze signalen onderzocht.

Mbo gematigd positief over invoering van doelmatige leerwegen en voorbereiding herziening kwalificatiestructuur

De implementatie van de beleidswijzigingen vraagt veel van het organisatievermogen van de mbo-instellingen maar lijkt succesvol te verlopen. Instellingen en opleidingen ervaren deels positieve ontwikkelingen, zoals een betere doorstroom naar mbo-2, een betere toeleiding naar de arbeidsmarkt van studenten zonder startkwalificatie en een beter inzicht in de studievoortgang van studenten. Deze ontwikkelingen zijn op dit moment echter (nog) niet één op één toe te schrijven aan de afzonderlijke (sub)maatregelen.

Scholing van leraren die nieuwkomers lesgeven: hoe doen andere landen dat?

In Nederland zijn scholen en leraren niet goed voorbereid op het geven van onderwijs aan nieuwkomers, zo blijkt uit onder andere een advies van de Onderwijsraad. Daarom is in een studie van de Hogeschool Utrecht gekeken hoe Vlaanderen en Zweden het onderwijs aan deze kinderen organiseren. Vooral is onderzocht hoe zij de professionalisering van leraren hebben gerealiseerd. En of we daar in Nederland inspiratie uit kunnen halen.

Bestuurlijke gevolgen samenwerkingsverbanden passend onderwijs

Samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs maken volop gebruik van de vrijheid om hun eigen bestuurlijke inrichting te kiezen en financiële middelen te verdelen. Het bestuurs-/directiemodel, raad-van-beheermodel en een toezichthoudende algemene ledenvergadering komen het meeste voor. Om dubbelrollen van besturen te beperken, worden aanpassingen gemaakt zonder afbreuk te doen aan hun eigenaarschap. De wettelijk verplichte medezeggenschap is overwegend goed geregeld, maar kan in de praktijk niet voor daadwerkelijke tegenmacht zorgen.

Gevolgen Passend onderwijs voor leerlingen met een visuele, auditieve of communicatieve beperking

Passend onderwijs heeft voor de ondersteuning van leerlingen met een visuele beperking geen grote veranderingen gebracht. Voor leerlingen met een auditieve beperking of taalontwikkelingsstoornis lijken die er wel te zijn. Voor de invoering van passend onderwijs hadden scholen en ouders meer invloed op de invulling van de ondersteuning. Bij leerlingen met een ‘rugzakje’ kon destijds ook extra ondersteuning worden verkregen bij problematiek die niet direct met de auditieve of communicatieve beperking verband hield.

Weinig steun voor landelijke norm basisondersteuning passend onderwijs

Een landelijke norm voor basisondersteuning passend onderwijs is geen oplossing voor de onduidelijkheid die veel ouders ervaren. Ouders willen vooral weten wat voor hun kind op die school, in die klas, met die leraar mogelijk is. Dat de ondersteuningsplannen veel variatie in vorm, omvang en concreetheid vertonen, is geen probleem als de kinderen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, en scholen en samenwerkingsverbanden goed communiceren met de ouders.

Betere prestaties met minder les?

Excellente leerlingen die de keuze krijgen om in plaats van bepaalde lesuren zelfstandig te werken aan projecten die ze zelf hebben gekozen, scoren hogere cijfers op de middelbare school dan leerlingen die deze keus niet krijgen. Dit concludeert Ferry Haan in zijn onderzoek naar excellentiebeleid in het voortgezet onderwijs. Hij promoveert 6 juni aan de Universiteit van Amsterdam.

Deel anti-pestprogramma’s effectief

Vier anti-pestprogramma’s dringen pesten daadwerkelijk terug, blijkt uit dit onderzoek naar de effectiviteit van anti-pestprogramma’s. Binnen dit project zijn ook de leerlingen zelf bevraagd over pesten en gepest worden. “Leerlingen bleken meer gepest te worden dan gedacht. Meer ook dan dat zij vertelden aan leerkrachten en ouders.” Het blijkt dus essentieel om het de kinderen zelf te vragen als de school pesten in kaart wil brengen.

Aandacht voor terugdringen regeldruk toegenomen, maar maatregelen overheid beperkt bekend

De Regeldrukagenda en de concrete maatregelen die daaruit voortkomen, zijn beperkt bekend in het po, vo en mbo. Toch is in al deze sectoren wel veel meer aandacht gekomen voor interne regeldruk; in het po en vo heeft een groot deel van de onderwijsinstellingen ook daadwerkelijk maatregelen genomen om de interne regeldruk terug te dringen. Dit blijkt uit onderzoek door Regioplan.

Kenmerken van effectief schrijfonderwijs samenhangend uitgewerkt in een Schrijfkader

Effectief schrijfonderwijs bestaat, naast algemeen-didactische kenmerken, ook uit vier domein-specifieke benaderingen. Deze gelden voor zowel het reguliere als het speciaal basisonderwijs. Dit komt naar voren uit een reviewstudie door onderzoekers van het Research Institute of Child Development and Education (Universiteit van Amsterdam), die alle effectieve componenten uiteindelijk ook bundelden tot een Schrijfkader. Ook keken zij naar de uitwerking van de effectieve componenten in vier recente Nederlandse schrijfprogramma’s: Tekster, Beter Schrijven, Leren Schrijven met peer response, en TiO.

Nederlandse leerlingen presteren goed in lezen, maar er zijn verschillen tussen scholen

Nederlandse leerlingen uit groep 6 van het basisonderwijs hebben wederom bovengemiddeld gepresteerd op internationale leestoetsen. Dit blijkt uit de nieuwste resultaten van de Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS-2016). Wel is Nederland gezakt op de internationale ranglijst: naar de veertiende plek. Wat PIRLS-2016 ook laat zien, is dat de school waar de leerling onderwijs krijgt, sterk bepalend is voor hoe een leerling scoort op leesvaardigheid.

Specialistische vakmensen hebben betere kansen op arbeidsmarkt dan breed opgeleide vakmensen

Specialistisch opgeleide mbo-vakmensen hebben de beste baankansen en aantrekkelijk werk. Deze onverwachte bevinding blijkt uit onderzoek door een consortium bestaande uit ROA, AMCIS, Kohnstamm Instituut en ecbo. Zij brachten in kaart aan welk type vakmanschap van middelbaar opgeleiden behoefte is op de arbeidsmarkt, en wat dit betekent voor de inrichting van het mbo.

Leraren kunnen leerlingen helpen hun identiteit te ontwikkelen

Scholen en leraren kunnen jongeren in hun identiteitsontwikkeling ondersteunen, zo blijkt uit een overzichtsstudie van de afdeling Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hoewel de gevonden studies kleinschalig waren en er dus geen harde conclusies kunnen worden getrokken, wijzen de bevindingen wel een bepaalde richting op, zegt onderzoeker Monique Verhoeven. Zo kunnen scholen leerlingen laten kennismaken met nieuwe identiteiten, hun nieuwe rolmodellen aanreiken en hen laten reflecteren op hun eigen gedachten en gevoelens.

Effectief formatief evalueren door kleine stappen te zetten

Er wordt veel van formatief toetsen verwacht. Maar het blijkt vaak nog moeilijk in te zetten. “Het beste kan de docent heel klein beginnen in zijn eigen lespraktijk met zijn eigen leerlingen”, zeggen onderzoekers Judith Gulikers en Liesbeth Baartman, die in de literatuur zochten naar formatief evalueren in de praktijk. Docenten hebben vakinhoudelijke kennis, inzicht in learning progressions en een vakdidactisch handelingsrepertoire nodig.

Leraren gaan beter lesgeven dankzij Lesson Study

Met Lesson Study doen leraren (vak)didactische en pedagogische kennis en inzichten op, zo wijst een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen uit. Daarnaast vinden leraren het prettig om ervaringen met collega’s te kunnen delen en hebben ze meer plezier in het werk. Ook begrijpen leraren beter hoe leerlingen denken, en profiteren leerlingen mede van deze nieuwe professionaliseringsaanpak.

Goede professionalisering van leraar bepalend voor onderwijskwaliteit

Met het dreigende lerarentekort is goede scholing en begeleiding van beginnende én ervaren leraren van belang om de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden. Effectieve professionalisering leidt er bovendien toe dat leraren behouden blijven voor het onderwijs. Uit een review (literatuurstudie) door de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat effectieve scholing wel aan een aantal kenmerken moet voldoen.

Mbo voortvarend aan de slag met invoering van doelmatige leerwegen en voorbereiding herziening kwalificatiestructuur

De meerderheid van de mbo-instellingen heeft de implementatie van de beleidswijzigingen goed voorbereid en ondervindt weinig problemen in de uitvoering. Bij het bestuur en management is het draagvlak hiervoor echter groter dan bij docenten en studenten. “Dit zijn slechts twee van de vele veranderingen in het onderwijs”, zegt Maarten Wolbers van KBA Nijmegen. “We zien een zekere verandermoeheid ontstaan.”

Verkenning datagedreven onderwijsonderzoek biedt aanknopingspunten voor vervolgonderzoek

Op verzoek van een expertgroep met partijen uit onderwijs en beleid, heeft het NRO een verkenning laten uitvoeren naar datagedreven onderwijsonderzoek. De Universiteit Twente geeft in deze verkenning een overzicht van beschikbare data en de mogelijkheden van datagedreven onderwijsonderzoek, en schetst de technische, juridische en ethische aspecten en paradoxen.

Over de relatie tussen schoolbestuur en onderwijskwaliteit is weinig bekend

In Nederland hebben we hoge verwachtingen van schoolbesturen om onderwijskwaliteit te verbeteren. Veel onderwijsbeleid leunt op het functioneren van besturen. Maar of en hoe besturen invloed kunnen uitoefenen op onderwijskwaliteit, daarover is weinig bekend, zo blijkt uit een systematische literatuurstudie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Onderzoeker Marlies Honingh zocht in internationale studies naar de relatie tussen schoolbesturen en onderwijskwaliteit.

Natuur en Techniek in het primair onderwijs gepeild

De Inspectie van het Onderwijs publiceerde op 31 mei 2017 als onderdeel van Peil.Onderwijs het peilingsonderzoek Natuur en Techniek. Peil.Natuur en Techniek geeft inzicht in het aanbod van basisscholen, de prestaties van leerlingen in groep 8 en de trends ten opzichte van de vorige peilingen in 2008 en 2010. Het biedt tal van aanknopingspunten voor een brede dialoog over de inhoud, kwaliteit en het niveau van het onderwijs in Natuur en techniek.

Maatschappelijk aanzien van de leraar op de beroepenladder gedaald

Het maatschappelijk aanzien van de leraar in het basis- en het voortgezet onderwijs is achteruit gegaan, vooral in de laatste tien jaar. De leraar basisonderwijs heeft beduidend minder aanzien dan de collega’s in het voortgezet onderwijs. Dat verklaart wellicht hun lagere loon en de halvering van het aantal aanmeldingen bij de pabo. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) en Ecorys deden onderzoek naar de status en het imago van de leraar.

Praten over het leerproces bevordert metacognitieve vaardigheden van leerlingen

De poster Denken om te leren helpt leraren om leerlingen te stimuleren hun eigen leerproces te reguleren. Leerlingen zijn zich bewuster van hun eigen leerproces, denken er meer over na en weten het ook beter te verwoorden. Dit blijkt uit onderzoek van Hogeschool De Kempel in de groepen 6, 7 en 8 van acht basisscholen. Een mooi neveneffect is volgens lector Jos Castelijns dat “de leraren ook zelf meer feedback geven en leerlingen stimuleren elkaar feedback te geven”.

Keuzewijzer helpt het speciaal (basis)onderwijs leerlingen in leerroutes te plaatsen

Zes scholen voor speciaal (basis)onderwijs wilden weten hoe zij de ontwikkelingsperspectieven van hun leerlingen beter kunnen vormgeven. Daartoe is een hulpmiddel, de keuzewijzer ontwikkeld. Daarmee kunnen scholen hun advies voor de leerroute van leerlingen op meer gegevens baseren. De keuzewijzer kijkt naar toetsgegevens, IQ en naar stimulerende of belemmerende factoren als executieve functies en werkhouding. Er is echter nog geen positief effect gevonden op de prestaties van de leerlingen.

Leerlingen leren beter lezen met oefensoftware

Leerlingen die oefensoftware gebruiken bij het leren lezen, boeken meer leerwinst bij het technisch lezen. Hoe vaker ze oefenen met de software, hoe meer leerwinst. Ook op spelling en letterkennis gaan de leerlingen meer vooruit, alleen minder duidelijk. De frequentie van het gebruik had geen effect op spelling en letterkennis. Dit blijkt uit praktijkgericht onderwijsonderzoek van de Radboud Universiteit in samenwerking met Hogeschool Rotterdam en Uitgeverij Zwijsen.

Training helpt leraren vmbo-leerlingen te motiveren

Leerlingen zijn gemotiveerder als leraren weten hoe ze hun tegelijkertijd autonomie én structuur moeten bieden. Een korte training helpt docenten in het vmbo deze twee te combineren en zodoende motiverender les te geven. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, het Kohnstamm Instituut en de Universiteit van Amsterdam. In het basisonderwijs lijkt de training minder effectief te zijn.

Leerkrachtgedrag als model voor positieve relaties tussen basisschoolleerlingen

De leerkracht heeft een belangrijke rol in de relaties tussen klasgenoten. Een meester of juf staat model voor de omgang tussen leerlingen. Is de leerkracht voornamelijk positief, dan laten leerlingen pro-sociaal gedrag zien, vinden zij elkaar aardig en is er weinig hiërarchie in de klas. Heeft een leerkracht echter veel conflict met leerlingen, dan vertonen leerlingen meer agressie en vinden zij elkaar vaker onaardig. Dat schrijft Marloes Hendrickx (Universiteit Utrecht) in haar proefschrift.

Duidelijkheid gewenst over doelen burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie in het mbo

Alle mbo’s besteden aandacht aan burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), maar vullen deze op een verschillende manier in. Er is niet altijd grip op de kwaliteit ervan en ook de beoordeling van studenten blijkt soms een uitdaging. Docenten en beleidsmedewerkers hebben mede daarom behoefte aan houvast: wat is ‘goed’ burgerschap en wat is een ‘goede’ LOB. Daarover bestaat geen eenduidigheid.

Leerkracht op basisschool haalt pester en slachtoffer door elkaar

Leerkrachten op basisscholen zijn niet volledig toegerust om pestgedrag door leerlingen daadwerkelijk aan te pakken, hoewel bij hen een cruciale rol ligt in het terugdringen van het aantal gepeste kinderen in de klas. Leerkrachten weten soms niet precies wat pesten inhoudt, herkennen slachtoffers niet goed en menen pestgedrag in hun klas onder controle te hebben terwijl het er wemelt van de slachtoffers.

Skills voor de toekomst: een onderzoeksprogramma

Skills of vaardigheden zijn van groot belang voor het succes van mensen in hun loop­baan, de maatschappij en voor hun welbevinden. Toch weten we nog heel weinig over hoe kinderen en volwassenen skills leren, waar ze dat doen, hoe dat verschilt of overeenkomt bij verschillende typen skills en wat helpt bij het ontwikkelen en behouden van de skills.

Basisschoolleerling minder goed in de exacte vakken (TIMSS-2015)

Nederlandse leerlingen in groep 6 hebben minder goed gepresteerd op een internationale reken- en natuuronderwijstoets dan in de jaren daarvoor. Dit blijkt uit Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS-2015) waarvan de resultaten vandaag in Boston bekend zijn gemaakt. TIMSS meet sinds 1995 elke vier jaar wereldwijd het onderwijsniveau in de exacte vakken. Met uitzondering van 2011 laten de Nederlandse prestaties op de TIMSS-toets sinds 1995 een licht dalende trend zien. Leerlingen zijn vooral achteruitgegaan in natuur- en scheikunde. Leerlingen die het basisniveau niet halen zijn echter in Nederland nog steeds een uitzondering.