Onderzoeksresultaten

Leerkrachtgedrag als model voor positieve relaties tussen basisschoolleerlingen

De leerkracht heeft een belangrijke rol in de relaties tussen klasgenoten. Een meester of juf staat model voor de omgang tussen leerlingen. Is de leerkracht voornamelijk positief, dan laten leerlingen pro-sociaal gedrag zien, vinden zij elkaar aardig en is er weinig hiërarchie in de klas. Heeft een leerkracht echter veel conflict met leerlingen, dan vertonen leerlingen meer agressie en vinden zij elkaar vaker onaardig. Dat schrijft Marloes Hendrickx (Universiteit Utrecht) in haar proefschrift.

Duidelijkheid gewenst over doelen burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie in het mbo

Alle mbo’s besteden aandacht aan burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), maar vullen deze op een verschillende manier in. Er is niet altijd grip op de kwaliteit ervan en ook de beoordeling van studenten blijkt soms een uitdaging. Docenten en beleidsmedewerkers hebben mede daarom behoefte aan houvast: wat is ‘goed’ burgerschap en wat is een ‘goede’ LOB. Daarover bestaat geen eenduidigheid.

Leerkracht op basisschool haalt pester en slachtoffer door elkaar

Leerkrachten op basisscholen zijn niet volledig toegerust om pestgedrag door leerlingen daadwerkelijk aan te pakken, hoewel bij hen een cruciale rol ligt in het terugdringen van het aantal gepeste kinderen in de klas. Leerkrachten weten soms niet precies wat pesten inhoudt, herkennen slachtoffers niet goed en menen pestgedrag in hun klas onder controle te hebben terwijl het er wemelt van de slachtoffers.

Skills voor de toekomst: een onderzoeksprogramma

Skills of vaardigheden zijn van groot belang voor het succes van mensen in hun loop­baan, de maatschappij en voor hun welbevinden. Toch weten we nog heel weinig over hoe kinderen en volwassenen skills leren, waar ze dat doen, hoe dat verschilt of overeenkomt bij verschillende typen skills en wat helpt bij het ontwikkelen en behouden van de skills.

Basisschoolleerling minder goed in de exacte vakken (TIMSS-2015)

Nederlandse leerlingen in groep 6 hebben minder goed gepresteerd op een internationale reken- en natuuronderwijstoets dan in de jaren daarvoor. Dit blijkt uit Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS-2015) waarvan de resultaten vandaag in Boston bekend zijn gemaakt. TIMSS meet sinds 1995 elke vier jaar wereldwijd het onderwijsniveau in de exacte vakken. Met uitzondering van 2011 laten de Nederlandse prestaties op de TIMSS-toets sinds 1995 een licht dalende trend zien. Leerlingen zijn vooral achteruitgegaan in natuur- en scheikunde. Leerlingen die het basisniveau niet halen zijn echter in Nederland nog steeds een uitzondering.

Autonomie van leraren stimuleren komt de prestaties van scholen ten goede

Als een school stimulerende HRM-activiteiten ontplooit, voelen leraren zich meer verbonden met de doelen en waarden van hun school. Daardoor zijn leraren tevredener, concludeert Tessa Janssen in haar proefschrift. Ook de leiderschapsstijl van de schoolleider is van invloed: schoolleiders die de autonomie van leraren stimuleren, implementeren meer HRM-activiteiten. En die hebben dus een positief effect. Zowel op leraren als op de prestaties van scholen.

Promotieonderzoek: De kijk van docenten op positieve en problematische relaties met leerlingen

Docent-leerlingrelaties beïnvloeden het welbevinden van docenten. In de vier studies in haar proefschrift heeft Luce Claessens docent-leerlingrelaties onderzocht vanuit het perspectief van de docent. De centrale vraag hierbij was steeds: hoe percipiëren docenten in het voortgezet onderwijs positieve, neutrale en problematische relaties met individuele leerlingen? Claessens vergeleek de beschrijvingen van positieve relaties met die van […]

Stel keuze voor voortgezet onderwijs nog even uit

Bij ruim dertig procent van de leerlingen komt het onderwijsniveau op de middelbare school niet overeen met het basisschooladvies, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Vooral bij kinderen van lager opgeleide ouders, met een niet-westerse achtergrond en jongens is dat het geval. De onderzoekers pleiten ervoor de selectie op niveau nog even uit […]

Tekster leert basisscholieren beter schrijven

Aan het eind van de basisschool is slechts 30% van de leerlingen in staat om een boodschap schriftelijk goed over te brengen. Om dit te verbeteren hebben Monica Koster en Renske Bouwer (Utrecht Institute of Linguistics OTS) de lesmethode Tekster ontwikkeld, in het kader van hun gezamenlijke promotieonderzoek. Al na 4 maanden onderwijs met Tekster gaan leerlingen maar liefst 1,5 leerjaar vooruit.

Ook creatief begaafde leerlingen verdienen uitdagend onderwijs

Naast analytisch begaafde leerlingen zijn er ook creatief begaafde leerlingen, die óók baat hebben bij verrijkingsprogramma’s. Promovenda Joyce Gubbels (Radboud Universiteit) adviseert leerkrachten op basis van haar onderzoek om breder te kijken naar intelligentie, zodat ook creatief begaafde leerlingen kunnen worden herkend en de kans krijgen deel te nemen aan plusklassen en andere verrijkingsprogramma’s.

Goed onderwijs vraagt om meer afstemming en verbinding tussen betrokkenen

Er bestaan veel verschillende opvattingen over onderwijskwaliteit onder betrokkenen – van overheid, schoolbesturen en schoolleiders tot leraren en ouders. Dat is de kracht van ons onderwijsbestel. Om die variëteit meer recht te doen en tegelijk een zekere mate van overeenstemming te bereiken over wat onderwijskwaliteit zou moeten zijn, pleiten onderzoekers voor meer verbinding en afstemming tussen betrokkenen. Zij noemen dat alignment.

Educatief rekenspel is effectief voor vmbo’ers

Educatieve computerspellen kunnen een effectieve bijdrage leveren aan het vmbo-onderwijs. Instructieve ondersteuning in de vorm van deels uitgewerkte voorbeelden kunnen de effectiviteit van zo’n spel optimaliseren. Dat concludeert orthopedagoog en instructietechnologe Judith ter Vrugte in haar promotieonderzoek (promotie 16 juni 2016, Universiteit Twente).

Verbeeldingskracht helpt bij begrijpen van tekst

Basisschoolleerlingen die tijdens het lezen een zo levendig mogelijke innerlijke voorstelling maken van waar de tekst over gaat, gaan vooruit op begrijpend lezen en hebben meer plezier in lezen. Dit blijkt uit onderzoek van Lisanne Bos van de afdeling Onderwijsneurowetenschap van de Vrije Universiteit Amsterdam, die op 15 juni promoveert.

Leraren benutten specifieke mogelijkheden ict nauwelijks

Van primair onderwijs tot hbo gebruiken leraren en docenten ict grotendeels voor dezelfde doeleinden: voor klassikale instructie en om leerlingen en studenten zelfstandig te laten leren. In de 616 onderzochte cases van ict-inzet – onder 279 leraren in po, vo en mbo/hbo – kwamen maar weinig gevallen van vernieuwend ict-gebruik voor. Oefen- en evaluatiesoftware wordt in het primair onderwijs het meest gebruikt, in het vo en mbo/hbo is dat informatie- en presentatiesoftware. Leraren dragen kennis over, geven instructie en stimuleren leerlingen. Leerlingen zijn vooral toehoorder en uitvoerder.

Storend leerlinggedrag maakt leraren onzekerder

Het geloof in eigen kunnen, of self-efficacy van leraren verschilt in relatie tot individuele leerlingen. Leerkrachten blijken zich het minst doelmatig te voelen in de omgang met leerlingen die storend gedrag vertonen. Leraren hebben meer vertrouwen in eigen kunnen in relatie tot pro-sociale leerlingen. Dit blijkt uit onderzoek in het primair onderwijs van Marjolein Zee, die 24 mei promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Praktijkgerichte onderzoeksprojecten leveren resultaten op

In 2013 financierde het NRO 16 praktijkgerichte onderzoeksprojecten. Inmiddels zijn de meeste onderzoeken afgerond en hebben resultaten opgeleverd. Meer dan 30 basisscholen, ruim 20 middelbare scholen, zes mbo-scholen, negen universiteiten en één hogeschool waren de afgelopen periode bij deze projecten betrokken. De onderzoeken hadden betrekking op een drietal thema’s: differentiatie in de klas; opbrengsten van leren met ict; en vakdidactiek in relatie tot taal, en tot rekenen/wiskunde.

Sociaal milieu nog altijd van invloed op schoolloopbaan leerlingen

Het schooladvies dat basisscholen geven aan leerlingen uit lagere sociale milieus is vaak wat lager dan voor kinderen met hoger opgeleide ouders. Dat blijkt uit een uitgebreide reviewstudie van de Rijksuniversiteit Groningen. Een te laag schooladvies kan resulteren in een minder gunstige schoolloopbaan. Basisscholen zouden daarom het advies moeten baseren op voldoende informatie over de capaciteiten en het functioneren van de leerling, en zouden de centrale eindtoets moeten laten meetellen.

Relatie met leerling van invloed op welzijn docent

Goede relaties tussen docenten en leerlingen werken positief uit op de prestaties en motivaties van leerlingen. En docenten die in het algemeen een leidende en vriendelijke relatie met hun leerlingen hebben, ondervinden minder stress. Wanneer leraren een zelfde relatie ervaren in specifieke situaties -bijvoorbeeld het begin van de les- heeft dat een gunstige invloed op hun welbevinden.

Al springend leer je beter rekenen

Leerlingen die drie maal per week al bewegend taal- en rekenles krijgen, kunnen beter rekenen en spellen. Al na twee jaar boeken zij een leerwinst van 5 maanden. Dat ontdekten onderzoekers van het UMCG en de RUG tijdens het experiment ‘Fit & Vaardig op school’. Bovendien concentreren leerlingen zich na de Fit & Vaardigles beter op hun taken in de les erna.

Presteren fysiek actieve leerlingen beter op school?

Fysiek actieve adolescenten presteren beter op aandachtstaken, maar halen geen hogere schoolcijfers. Daarnaast blijkt dat meisjes in het voortgezet onderwijs die naar school lopen of fietsen beter presteren op school dan meisjes die met de auto of bus komen. Op 4 september promoveerde Martin van Dijk (Open Universiteit) op de relaties tussen lichamelijke activiteit en schoolprestaties, cognitieve prestaties en mentaal welbevinden. Zijn project is mogelijk gemaakt met financiering van het NWO regieorgaan voor hersenen en cognitie (NIHC).

Beoordeling van leerlingen bij de kunstvakken is goed mogelijk

Ook in de kunstvakken worden leerlingen steeds vaker beoordeeld. Wat voor beoordelingsinstrumenten zijn er zoal voor kunst? Wat meten ze? En zijn ze van goede kwaliteit? Daarop geeft deze reviewstudie van de Universiteit van Amsterdam antwoord. Bijna alle beschreven instrumenten waren kwalitatief voldoende tot goed. En ze keken vooral naar de uitvoering en minder naar het beschouwen van kunst.

Passend onderwijs vraagt om passende professionalisering

Leraren in het PO beschikken over voldoende pedagogische en organisatorische competenties om leerlingen met speciale onderwijsbehoeften les te geven in het kader van passend onderwijs. Toch denkt een kwart deze kinderen niet te kunnen bieden wat ze nodig hebben. Nascholing is vooral gewenst op het gebied van kennis van leerlijnen, differentiatie en omgaan met gedragsproblemen.

MBO voortvarend aan de slag met Passend Onderwijs

De ene MBO-instelling scheidt ondersteuning in het kader van Passend Onderwijs van andere vormen van extra ondersteuning. De andere MBO-instelling noemt álle vormen van ondersteuning ‘passend onderwijs’. Bij vervolgmetingen moet daarom niet alleen gekeken worden naar ondersteuning onder de vlag Passend Onderwijs, maar ook naar aanpalende vormen van ondersteuning.

Ouders welwillend tegenover ‘zorgleerlingen’ in de klas

De overgrote meerderheid van ouders met schoolgaande kinderen vindt het goed als hun kind klasgenoten heeft die extra ondersteuning nodig hebben. Ze waarderen het dat hun kind daardoor leert omgaan met verschillen en/of ze vinden dat de school er moet zijn voor alle leerlingen. Dit is een van de conclusies uit een nulmeting naar de tevredenheid en meningen van ouders bij de invoering van Passend Onderwijs.

Verschillen in bureaucratie rond leerlingenzorg

Vóór de invoering van Passend Onderwijs waren er grote verschillen in de mate waarin docenten, intern begeleiders en ouders de procedures rond zorgleerlingen als bureaucratisch ervoeren. Dit stellen onderzoekers van het Kohnstamm Instituut op basis van een nulmeting naar feitelijke en ervaren bureaucratie in de periode voor augustus 2014. Het terugdringen van bureaucratie rond leerlingenzorg is een van de doelstellingen van Passend Onderwijs.

Selectie op basis van talent is goed voor de leerresultaten

Het indelen van leerlingen in verschillende onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs heeft een positief effect op de leerresultaten, mits de selectie plaatsvindt op basis van talent. Dit blijkt uit onderzoek van Roxanne Korthals, die op 18 juni promoveert aan de Universiteit Maastricht. En bij twijfelgevallen – hoort dit kind thuis op het havo of het vwo? – is het beter dat die leerlingen op het vwo terechtkomen.

Differentiatie heeft zin als het onderdeel is van een bredere onderwijsaanpak

Om de talenten van elk kind tot zijn recht te laten komen en te garanderen dat alle kinderen een bepaald minimumniveau halen, is differentiatie essentieel. Leerlingen indelen in homogene niveaugroepen is daarvoor vaak de basis. Maar groeperen alleen heeft weinig zin, zo blijkt uit een reviewstudie van Roel Bosker (GION/RUG) en collega’s. Groeperen heeft het meeste effect als het is ingebed in een bredere context waarin ook aandacht is voor bijvoorbeeld aangepaste instructie, voortgangscontrole en opbrengstgericht werken.

Hoe buitenschools leren het leren binnen de school kan helpen

Leren vindt niet alleen op school plaats, maar steeds meer ook daarbuiten. Scholen willen graag gebruikmaken van de kracht van het buitenschoolse leren. Ze proberen er dan ook nadrukkelijk verbinding mee te zoeken. Want continuïteit tussen verschillende leeromgevingen lijkt betrokkenheid en motivatie voor het leren te bevorderen. Deze review studie van Sanne Akkerman (UU) geeft meer inzicht in verschillende soorten van (dis)continuïteit.

Klasseninterventies helpen gedrag van kind met ADHD te verbeteren

Leraren kunnen het drukke en afgeleide gedrag van kinderen met ADHD verminderen door gericht in te grijpen, zo blijkt uit een grootschalige literatuurstudie van de Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Psychologie. Het beste werkt een klasseninterventie waarbij gewenst gedrag wordt beloond in combinatie met corrigeren van ongewenst gedrag. Bovendien helpt het om deze kinderen te leren hun eigen gedrag te beoordelen of hoe ze een taak moeten aanpakken. Hun klasgenoten hebben ook baat bij deze aanpak.

Rekenonderwijs is op lange termijn meer bepalend voor rekenprestaties dan aanleg

Rekenen, en leren rekenen, is een kwestie van aanleg én van onderwijs. Vanaf groep 2 is de invloed van het rekenonderwijs op rekenprestaties groter dan de aangeboren rekencapaciteiten van een kind. Wat Nederlandse kinderen tegenwerkt, is de wijze waarop getallen in het Nederlands worden benoemd. Deze verbanden ontdekte Iro Xenidou-Dervou in haar promotieonderzoek, dat zij op 12 januari 2015 verdedigt aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Aanleren van leerstrategieën verhoogt motivatie en bevordert prestaties van leerlingen – reviewstudie

Om zelf hun leerproces te kunnen sturen, moeten leerlingen beschikken over verschillende leerstrategieën. Ze moeten informatie kunnen onthouden en deze laten aansluiten bij wat ze al weten. Én ze moeten hun leerprocessen kunnen plannen en controleren. Leerkrachten kunnen hen helpen om zich deze leerstrategieën eigen te maken. Dat zorgt voor beter zelfregulerend leren én verhoogt de leerprestaties en motivatie.

Toetsen met ingebouwde feedback helpen het leerproces te sturen – reviewstudie

Leraren zouden met formatieve toetsen beter zicht kunnen krijgen op wat leerlingen nodig hebben om goed te kunnen leren, zo blijkt uit een literatuurstudie van het Expertisecentrum Nederlands en het Cito. Deze toetsen laten niet alleen zien wat een leerling kan, maar ook hoe deze leert en op welke manier dit leerproces te beïnvloeden is. Op basis van resultaten van leerlingen op formatieve toetsen, kunnen leraren het leerstofaanbod en de instructie dan ook beter afstemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Aanpak gericht op inzet en vooruitgang motiveert élke leerling beter dan focus op prestaties – reviewstudie

Leerlingen tonen meer inzet en presteren beter als docenten hun autonomie ondersteunen. En als leraren de prestaties van leerlingen beoordelen op grond van hun inzet en individuele vooruitgang, heeft dat een positieve invloed op hun motivatie. Dat geldt voor alle leerlingen ongeacht hun sociale of etnische achtergrond, blijkt uit een reviewstudie van het Kohnstamm Instituut (Universiteit van Amsterdam).

De effecten van ondersteuning bij onderzoekend leren – reviewstudie

Onderzoekend leren is effectiever wanneer leerlingen niet helemaal op zichzelf zijn aangewezen. De leeractiviteiten, leerprestaties en leeruitkomsten zijn zichtbaar beter als leerlingen op de een of andere manier worden geholpen bij hun onderzoek. En naarmate zij specifiekere ondersteuning krijgen, maken leerlingen betere producten of verslagen. Dit blijkt uit onderzoek door Ard Lazonder en Ruth Harmsen (Universiteit Twente) in opdracht van het NRO.

Leerprestaties van leerlingen verbeteren als leerkracht vaardiger wordt in klassenmanagement

Over het algemeen hebben klassenmanagementinterventies een positief effect op leerlingen, maar de leerprestaties van leerlingen zijn het meest gebaat bij interventies die het gedrag van de leerkracht verbeteren. De leerkracht leert dan bijvoorbeeld bepaalde klassenmanagementvaardigheden aan. In een review studie analyseerden Hanke Korpershoek en haar collega’s (GION, RUG) 47 eerdere onderzoeken naar klassenmanagementinterventies in het primair onderwijs.

Peuters begeleiden bij spel is goed voor hun leervermogen

In Nederlandse kinderdagverblijven en peuterspeelzalen is over het algemeen de sfeer goed, maar worden jonge kinderen onvoldoende gestimuleerd om zich te ontwikkelen. In voorschoolse voorzieningen waar peuters deze stimulans wél krijgen, heeft dit een positief effect op hun vermogen de aandacht ergens op te richten. Pedagoog Pauline Slot stelt dit vast in haar onderzoek naar de emotionele en educatieve kwaliteit van crèches en peuterspeelzalen voor kinderen van nul tot vier jaar. Zij promoveert op vrijdag 12 december aan de Universiteit Utrecht.

Te weinig aandacht voor digitale vaardigheden in het voortgezet onderwijs: internationaal vergelijkend onderzoek ICILS-2013

De gemiddelde digitale geletterdheid van Nederlandse leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs doet niet onder voor die van hun leeftijdsgenoten in andere landen. Maar de mate waarin leerlingen digitaal geletterd zijn, verschilt sterk tussen de verschillende onderwijstypen. Ook komen de meeste leerlingen niet verder dan het basisniveau. Dit blijkt uit de Nederlandse deelname aan de International Computer and Information Literacy Study (ICILS).

Prentenboeken voorlezen draagt bij aan reken-wiskundige ontwikkeling van kleuters

Prentenboeken kunnen heel goed een bijdragen leveren in de reken-wiskundige ontwikkeling van kleuters. Uit het buitenland kwamen daarvoor al langer aanwijzingen. Nu blijkt dit ook in Nederland zo te zijn, zo vond prof. dr. Marja van den Heuvel-Panhuizen (Universiteit Utrecht). Kleuters die een voorleesprogramma met gewone prentenboeken volgden, boekten maar liefst 22% méér vooruitgang dan de andere kleuters. Dit onderzoek verscheen op 20 oktober 2014 in een open access-artikel in Education Psychology.

Wat maakt samen leren op gelijkwaardige basis effectief?

Activiteiten waarin leraren op gelijkwaardige basis met elkaar leren, leiden tot positieve opbrengsten op het niveau van de individuele leraar – zijn kennis en lesgedrag – en bij leerlingen. Dat is een van de uitkomsten van de door NRO gefinancierde reviewstudie Leraren leren als gelijken, uitgevoerd door Marieke Thurlings en Perry den Brok (Eindhoven School of Education, TUE). In de reviewstudie stond de vraag centraal: wat werkt bij het leren van leraren als gelijken, voor wie en onder welke omstandigheden. Meerdere vormen van samen leren werden onderzocht – onder meer samenwerken, elkaar beoordelen en elkaar coachen – bij zowel student-leraren als zittende leraren.

Zorgleerlingen, achterstandsleerlingen en excellente leerlingen kunnen heel goed samen naar school

Zorgleerlingen in de klas hebben geen negatieve effecten op de leerprestaties of de sociaal-emotionele ontwikkeling van de andere kinderen in de klas. En een combinatie van én zorgleerlingen én achterstandsleerlingen én excellente leerlingen, heeft zelfs een licht positief effect op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van die klas als geheel. Dat blijkt uit onderzoek door Jaap Roeleveld, Merlijn Karssen en Guuske Ledoux van het Kohnstamm Instituut (UvA). In dit onderzoek is voor het eerst gekeken naar de invloed van de aanwezigheid van de drie verschillende groepen leerlingen tezamen – zorgleerlingen, achterstandsleerlingen en excellente leerlingen – op de leeropbrengsten van álle kinderen in de klas. Voor de prestaties en overige onderwijsuitkomsten van de leerlingen blijkt de mate van heterogeniteit van de klas er niet of nauwelijks toe te doen.

Capaciteiten van autochtone achterstandsleerling nog onbenut: multi-aanpak gewenst

Autochtone achterstandsleerlingen hebben nog voldoende potentieel in zich om betere onderwijsresultaten te kunnen behalen. Een combinatie van maatregelen zou deze kinderen daarbij kunnen helpen. Behalve dat autochtone achterstandsleerlingen lagere cognitieve capaciteiten hebben, spelen vooral lage verwachtingen van de leerkracht een rol, evenals lage betrokkenheid van de ouders bij het onderwijs.

Leeromgeving van invloed op de motivatie voor school

Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is de leeromgeving van invloed op hun motivatie voor school. En motivatie is weer een belangrijke voorwaarde voor succes. De motivatie gaat omhoog bij docent-leerlinginteracties die ondersteunend zijn aan de basisbehoeftes van leerlingen aan autonomie, competentie en betrokkenheid. Dit concludeert Kim Stroet in haar onderzoek, waarop zij hoopt te promoveren op donderdag 16 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Leespotentieel meertalige vmbo-leerlingen belemmerd door beperktere woordenschat

Het sombere beeld dat leerlingen in het vmbo niet leren lezen en schrijven verdient bijstelling. Vooral vorderingen van meertalige leerlingen zijn beter dan gedacht. Mogelijk wordt de realisatie van hun potentieel belemmerd door hun beperkte woordenschat. Dit blijkt uit NRO-onderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam door Roel van Steensel (heden Erasmus Universiteit Rotterdam).

Hoe leerkrachten hun leerlingen kunnen motiveren

Recente berichten in de media wezen weer op het gebrek aan motivatie bij Nederlandse leerlingen. Hierin worden de leerkrachten vaak aangewezen als degenen die de leerlingen moeten motiveren of gemotiveerd moeten houden. Veel docenten worstelen met de vraag wat ze hieraan kunnen doen. Arnout Prince deed hier onderzoek naar en hoopt hierop te promoveren aan de RUG op 26 juni a.s. Prince concludeert dat het langdurige positieve effecten op de motivatie van leerlingen heeft als leerkrachten samenwerken om een zo goed mogelijke pedagogische interactie met leerlingen te bewerkstelligen en als die leerkrachten daarin gesteund worden door onder meer de schooldirectie.