Longitudinaal online vragenlijst onderzoek aangevuld met interviews, naar de match tussen leerdoel, gekozen tool en interactieve kwaliteit van het gerealiseerde onderwijs

Doelgroep: fundamenteel
Onderwijssector: hbo
Meetniveau: klas
Lokaal/nationaal: nationaal
Thema: de kennis en vaardigheden van docenten en/of leerlingen / studenten over digitaal leren en de middelen die scholen / opleidingen hebben (laptops, digitale leermiddelen etc.)

Samenvatting

Ontwikkeling van interactieve kwaliteit van online onderwijs gedurende de Corona-crisis

Op 15 maart 2020 viel het besluit om de scholen voor basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs te sluiten om de verspreiding van Covid-19 te beperken. Drie dagen eerder was besloten om de universiteits- en hogeschoolgebouwen te sluiten voor studenten.

Vanuit een collectief ervaren belang om het onderwijs op alle niveaus zo goed mogelijk door te laten gaan is in een recordtempo gestart met het verzorgen van online onderwijs. Op 18 maart 2020 berichtte de NOS dat 88% van de scholen de mogelijkheden voor online onderwijs tot stand had gebracht.

Na korte, vooral technische trainingen op de scholen zijn docenten begonnen met online lesgeven. Velen volgen daarbij het bestaande lesrooster van hun school. De eerste ervaringen zijn zeer positief. Leerlingen en studenten zijn blij dat ze thuis zinvol met school bezig kunnen zijn. Uit rechtstreeks contacten met studenten en leerlingen blijkt dat de lessen helpen bij het tot stand brengen van een dagritme thuis.

Op 23 maart 2020 werd duidelijk dat de maatregelen rondom sociale onthouding tot minstens 1 juni van dat jaar worden gecontinueerd. Hoewel de scholen voor nu tot 6 april dichtblijven is de verwachting dat deze periode zal worden verlengd. Dat betekent dat veel leerlingen en studenten voorlopig vanuit thuis hun onderwijs zullen blijven volgen. Na de eerste euforie van het technisch tot stand brengen van online onderwijs, wordt de volgende uitdaging zichtbaar, namelijk het volhouden daarvan gedurende 10 weken of meer. Het inrichten en begeleiden van onderwijs op afstand vraagt, evenals regulier onderwijs, om een nauwkeurige afstemming van de te behalen leerdoelen of leeruitkomsten en de leeractiviteiten die leerlingen en studenten kunnen uitvoeren om die leerdoelen te behalen, dan wel aan te tonen. In de afstandssituatie komt daar nog een uitdaging bij, namelijk het kiezen van digitale tools die de uitvoering van de beoogde leeractiviteiten ondersteunen.

Uit onderzoek van Heitink, Voogt, Verplanken, Van Braak en Fisser (2016) blijkt dat docenten in hun onderwijs vaker digitale tools inzetten die geschikt zijn om informatie te delen dan dat zij digitale tools inzetten om communicatie tot stand te brengen. Juist deze communicatieve mogelijkheden zijn belangrijk in de huidige situatie met het verzorgen van onderwijs op afstand. Met deze communicatieve mogelijkheden van Informatie en Communicatie Technologie (ICT) is het mogelijk om interactie tot stand te brengen in leerprocessen. Interactie in leerprocessen worden door studenten en leerlingen zeer gewaardeerd  (Lear, Ansorge, & Steckelberg, 2010; Roblyer & Ekhaml, 2000; Smith et al., 2006; Baeten, Kyndt, Struyven, & Dochy, 2010) en dragen bij aan het leerproces (Chen, Clarke, & Resnick, 2015; Tanner, Jones, Kennewell, & Beauchamp, 2005). De kwaliteit van een leerproces dat grotendeels online plaatsvindt hangt daardoor mogelijk samen met het gebruik van communicatieve digitale middelen en tools die de beoogde leeractiviteiten waaruit een onderwijsleerproces als geheel uit kan bestaan op de juiste wijze ondersteunen.

Om de kwaliteit van een leerproces op afstand te kunnen bepalen ontwikkelden Roblyer en Ekhaml (2000) de ‘Rubric for Assessing the Interactive Quality of Distance Courses’ (RAIQ) die thans nog veelvuldig wordt gebruikt (Banna, Grace Lin, Stewart, & Fialkowski, 2015; Bawa, 2016; Martin & Bolliger, 2018). Deze rubric beschrijft interactieve kwaliteit op basis van vier elementen:

  1. het opbouwen van een sociale band tussen leerlingen/studenten
  2. de organisatievorm (groepsgrootte) en de keuze van de daarbij passende leeractiviteiten
  3. de keuze van de digitale tool
  4. het initiatief van leerlingen/studenten om contact te zoeken

Voor elk van deze vier elementen beschrijven Roblyer en Ekhaml 5 niveaus van interactieve kwaliteit. Iedere beschrijving in de rubric komt zodoende overeen met een bepaalde score. De scores per element kunnen bij elkaar worden opgeteld om een totaalscore te verkrijgen. De laagste totaalscore is 4 (1 punt voor elk van de vier elementen). De hoogst mogelijke score is 20 (5 punten voor elk van de vier elementen). Een behaalde totaalscore kan een docent helpen te reflecteren op zijn/haar lesontwerp.

Uit onderzoek van Almås en Krumsvik (2008) en van Pareja Roblin en anderen (2018) blijkt dat het docenten niet altijd lukt om goede matches te vinden tussen de leeractiviteiten die ze kiezen waarmee de leerlingen/studenten de leerdoelen kunnen behalen en de digitale middelen die de uitvoering van deze leeractiviteiten faciliteren. Om beter te leren begrijpen waardoor het vinden van de juiste matches tussen leeractiviteit en digitaal middel zo ingewikkeld is hebben Behnen, Mazereeuw en Volman (publicatie volgt) de interactieve kwaliteit van 71 verschillende leeractiviteiten en 103 verschillende tools onderzocht. Uit deze documentanalyse bleek dat bij slechts 7 leeractiviteiten de inzet van ICT de potentie heeft om interactie in het leerproces te bevorderen en dat het merendeel van de onderzochte tools bijdraagt aan een verlaging van de interactieve kwaliteit in plaats van een verhoging.

Uit vervolgonderzoek bij tot dusver twee groepen docenten bleek bij slechts vier van de 52 geobserveerde lessen een passende match tussen leeractiviteit en tool voor te komen. Overeenkomend met de observaties van Heitink en anderen (2016) was de interactieve kwaliteit van zowel leeractiviteiten als ingezette tools laag bij het merendeel van de geobserveerde lessen. Overeenkomstig met de documentanalyse kwam het zeer regelmatig voor dat leeractiviteiten met een hogere interactieve kwaliteit werden ingezet dan de gekozen tool bij de uitvoering daarvan kon ondersteunen. Andersom, namelijk dat tools meer interactieve kwaliteit konden bieden dan voor de uitgevoerde leeractiviteit nodig was, kwam vooral voor bij de groep docenten die op afstand lesgaven met behulp van vidoeconferencing. De ingezette tool, videoconferencing, bood veel meer interactieve mogelijkheden dan waar docenten en leerlingen gebruik van maakten.

In de huidige situatie, waarbij al het onderwijs online plaats vindt, staan docenten voor de opgave om leerlingen en studenten op afstand te ondersteunen bij hun leerprocessen. Een juiste match tussen leeractiviteiten en digitale tools kan bijdragen aan het leerproces van leerlingen in online sessies. De huidige situatie met de plotselinge overstap naar online onderwijs biedt een bijzondere gelegenheid om waar te nemen hoe de interactieve kwaliteit van dat onderwijs zich ontwikkelt in de tijd.

Onderzoeksvragen

Om na te gaan in hoeverre  het docenten lukt om in deze tijd van schoolsluiting de interactieve kwaliteit van online lessen te bevorderen en welke combinaties van technologie en leeractiviteiten daarin succesvol zijn, worden de volgende onderzoeksvragen gesteld:

  • In hoeverre verandert de door de docenten gerapporteerde interactieve kwaliteit in het online onderwijs gedurende de periode van fysieke sluiting van de schoolgebouwen?
  • Welke tools gebruiken docenten en welke argumenten hebben ze daarvoor?
  • In hoeverre komt de interactieve kwaliteit van de door de docenten ingezette digitale tools overeen met de  door hen gerapporteerde interactieve kwaliteit van het leerproces (juiste match)?
  • Welke matches van tools en leeractiviteiten integreren docenten in hun reguliere onderwijs nadat de scholen weer geopend zijn?

Methode

Uit eerder onderzoek (Behnen, Mazereeuw, Volman, volgt) weten we dat het niet vanzelfsprekend is dat docenten de juiste tools kiezen om de interactieve kwaliteit die zij voor hun leerproces beogen ook daadwerkelijk te realiseren. We verwachten dat docenten, gedurende de overschakeling naar online onderwijs, aanvankelijk meer gebruik zullen maken van de informatieve mogelijkheden van de ICT middelen die ze tot hun beschikking hebben en pas later zullen gaan experimenteren met de communicatieve mogelijkheden om de interactieve kwaliteit van de leerprocessen te verhogen. Ook verwachten we dat docenten communicatieve ICT middelen zullen inzetten bij leeractiviteiten gericht op het verstrekken van informatie, oftewel met een lagere interactieve kwaliteit dan mogelijk is.

Om te volgen hoe de interactieve kwaliteit gedurende de overschakeling naar online onderwijsleerprocessen verschuift in de tijd voeren we een longitudinaal survey onderzoek (Baarda., Bakker, Hulst, Julsing, Fisher, Vianen & Goede, 2012) uit waarbij we gebruik maken  van een online vragenlijst gebaseerd op de Rubric for Assessing Interactive Qualities in Distance Learning Courses (RAIQ) (Roblyer & Ekhaml, 2000). De vragen richten zich op de vier elementen  van de Rubric namelijk:

  1. het opbouwen van een sociale band tussen leerlingen/studenten
  2. de organisatievorm (groepsgrootte) en de keuze van de daarbij passende leeractiviteiten
  3. de keuze van de digitale tool
  4. het initiatief van leerlingen/studenten om contact te zoeken

Deze vragenlijst nemen we vijfmaal af gedurende de periode van schoolsluiting en een half jaar daarna onder:

1) Docenten betrokken zijn bij Doedactiek (www.doedactiek.nl),
2) Studenten in de afstudeerfase van de tweedegraadslerarenopleiding NHLStenden
3) Docenten die actief zijn op social media

Omdat we verwachten  dat vooral in het begin van de overschakeling naar online onderwijs veel veranderingen plaats zullen vinden, zal in het begin van de looptijd van dit onderzoek de vragenlijst frequenter worden afgenomen. De vragenlijst zal worden afgenomen:

  • In de tweede week van sluiting van de schoolgebouwen
  • In de derde week van sluiting van de schoolgebouwen
  • In de laatste  week van sluiting van de schoolgebouwen
  • In de eerste week van opening van de schoolgebouwen
  • Een half jaar na opening van de schoolgebouwen

De vragenlijst zal anoniem worden afgenomen. Docenten die willen blijven participeren kunnen bij de laatste vraag hun mailadres achter laten. Zij zullen bij iedere ronde een persoonlijke mail ontvangen met de uitnodiging de vragenlijst opnieuw in te vullen. Voor deze groep deelnemers kunnen de resultaten in de loop van de tijd op docentniveau vergeleken worden. De overige anoniem ingevulde vragenlijsten kunnen worden gebruikt om een algemene trend zichtbaar te maken.

Nadat de kwantitavieve data zijn geanalyseerd en gegroepeerd, zal per groep een respondent worden geselecteerd voor een verdiepend interview naar de argumentatie die docenten gebruiken bij hun keuze van digital tools.

Het is mogelijk dat docenten zelf interesse hebben in de resulaten. Daarom ontvangen de docenten, als zij aangeven daar interesse in te hebben, direct na afname een overzicht van de interactieve kwaliteit van hun onderwijs. Zij kunnen deze resultaten gebruiken bij de verdere ontwikkeling van hun online onderwijs.

Analyse

Om te analyseren welke tools per afname moment het meest worden gebruikt zal het aantal respondenten dat kiest voor een bepaald antwoord op vraag 9 van de vragenlijst geturfd worden. Door dit na ieder afname moment te herhalen kan een verschuiving in het gebruik van tools zichtbaar worden.

Om te analyseren in hoeverre de interactieve kwaliteit in het online onderwijs gedurende de periode van fysieke sluiting van de schoolgebouwen verandert zullen de scores op de vragen 7, 8, 10, 12 bij elkaar worden opgeteld en gemiddeld per ronde. Deze gemiddelde score kan vervolgens tussen de vijf rondes worden vergeleken.

Om na te gaan in hoeverre de digitale tools waarmee docenten werken de beoogde interactieve kwaliteit van het leerproces ondersteunen, wordt per docent per ronde de interactieve kwaliteit van de uitgevoerde leeractiviteit (antwoord op vraag 8) en de interactieve kwaliteit van de gebruikte tool (antwoord op vraag 10) vergeleken. De resultaten kunnen vervolgens in vier groepen worden ingedeeld:

groep 1 de interactieve kwaliteit van zowel de leeractiviteit als de gebruikte tool scoort laag (1 of 2),

groep 2 de interactieve kwaliteit van de leeractiviteit scoort hoger dan 2 en die van de gebruikte tool scoort 5 of lager,

groep 3 de interactieve kwaliteit van de uitgevoerde leeractiviteit scoort lager dan 2 en de gebruikte tool scoort hoger dan 2,

groep 4 de interactieve kwaliteit van de leeractiviteit en de gebruikte tool scoort gelijk, maar hoger dan 2,

Bij groep 4 zullen de antwoorden op vraag 9 en 11 nader bestudeerd worden en de ‘match’ zal beschreven worden en beschikbaar gesteld voor andere docenten (via Doedactiek)

De huidige situatie, met de plotselinge overstap naar online onderwijs, biedt een unieke gelegenheid om te observeren in hoeverre het docenten lukt gebruik te maken van de interactieve mogelijkheden van digitale tools om op afstand leerlingen te ondersteunen in hun leerproces. . Kennis over hoe docenten interactie bewerkstelligen in het huidige online onderwijs kan bijdragen aan het identificeren van succesvolle matches. Deze kennis kan voor zowel leraren in opleiding als ervaren docenten waardevol zijn tijdens het ontwerpen en uitvoeren van succesvolle online leeractiviteiten in zowel toekomstige afstands als reguliere situaties in de klas.

Literatuur

Almås, A. G., & Krumsvik, R. (2008). Teaching in Technology-Rich Classrooms: is there a gap between teachers’ intentions and ICT practices? Research in Comparative and International Education, 3(2), 103.

Baarda, B., Bakker, E., Hulst, M. van der, Julsing, M., Fisher, T., Vianen, R. van, & & Goede, M. de. (2012). Basisboek Methoden en Technieken. Kwantitatief praktijkgericht onderzoek op wetenschappelijke basis. Noordhoff Uitgevers, Groningen.

Baeten, M., Kyndt, E., Struyven, K., & Dochy, F. (2010). Using student-centred learning environments to stimulate deep approaches to learning: Factors encouraging or discouraging their effectiveness. Educational Research Review, 5(3), 243–260.

Banna, J., Grace Lin, M.-F., Stewart, M., & Fialkowski, M. K. (2015). Interaction matters: Strategies to promote engaged learning in an online introductory nutrition course. Journal of Online Learning and Teaching, 11(2), 249–261.

Bawa, P. (2016). Retention in Online Courses: Exploring Issues and Solutions—A Literature Review. SAGE Open, 6(1).

Chen, G., Clarke, S. N., & Resnick, L. B. (2015). Classroom Discourse Analyzer (CDA): A Discourse Analytic Tool for Teachers. Technology, Instruction, Cognition and Learning, 10, 85–105.

Heitink, M., Voogt, J., Verplanken, L., Van Braak, J., & Fisser, P. (2016). Teachers’ professional reasoning about their pedagogical use of technology. Computers and Education, 101, 70–83.

Lear, J. L., Ansorge, C., & Steckelberg, A. (2010). JOLT – Journal of Online Learning and Teaching Integration2. Merlot.

Martin, F., & Bolliger, D. U. (2018). Engagement Matters: Student Perceptions on the Importance of Engagement Strategies in the Online Learning Environment. Online Learning, 22(1), 205–222.

Pareja Roblin, N., Tondeur, J., Voogt, J., Bruggeman, B., Mathieu, G., & van Braak, J. (2018). Practical considerations informing teachers’ technology integration decisions: the case of tablet PCs. Technology, Pedagogy and Education, 27(2), 165–181.

Roblyer, M., & Ekhaml, L. (2000). How interactive are your distance courses: A rubric for assessing interaction in distance learning. Online Journal of Distance Education Administration, 3, na.

Smith, F., Hardman, F., & Higgins, S. (2006). The impact of interactive whiteboards on teacher–pupil interaction in the National Literacy and Numeracy Strategies. British Educational Research Journal, 32(3), 443–457.

Tanner, H., Jones, S., Kennewell, S., & Beauchamp, G. (2005). Interactive Whole Class Teaching and Interactive White Boards. In Proceedings of MERGA 28, MAthematics Education Research Group of Australasia Conference (pp. 720–727). Melbourne, July 2005.

Naam instelling: NHL Stenden Hogeschool
Contactgegevens: Francine Behnen, francine.behnen@nhlstenden.com, Mariëlle Kuijper, Marco Mazereeuw, Siebrich de Vries en Monique Volman.

« terug naar het overzicht lopend corona-gerelateerd onderwijsonderzoek