De 4 tips van Pedro de Bruyckere om onderwijsmythes te herkennen

Dit blog wordt vanaf nu niet meer alleen bijgehouden door NRO-directeur Jelle Kaldewaij maar door een keur aan NRO-medewerkers. Deze  keer: een blogpost door communicatieadviseur Annemarijke Jolmers.

Bezoekers aan het Lerarencongres van de OnderwijsCoöperatie konden afgelopen zaterdag, naast alle kleinere workshops, ook genieten van een lesje ‘mythes ontkrachten’ door Pedro De Bruyckere. Met enkele recente voorbeelden illustreerde hij allereerst hoeveel onderwijsmythes er in omloop zijn. Het goede nieuws dat hij vervolgens bracht: met een beetje gezond verstand en De Bruyckeres vierstappenplan kan elke leraar zich hiertegen wapenen.

Dat is ook goed nieuws in het licht van de missie van het NRO: goed onderwijsonderzoek financieren, en onderzoek en onderwijs steviger verbinden. Dit laatste moet van twee kanten komen. Zo kunnen onderzoekers veel (meer) doen om hun resultaten bij de onderwijspraktijk onder de aandacht te brengen – en het NRO ondersteunt daarin met onder meer persberichten, de Kennisportal Onderwijs en de Kennisrotonde.
Maar een onderzoekende houding bij leraren is daar een onmisbare aanvulling op. Omdat, in De Bruyckere’s woorden, de wetenschap niet een kant-en-klaar recept levert. Zelf nadenken en bedenken hoe iets al dan niet voor jouw leerlingen / studenten zou kunnen passen, is een noodzakelijk tegenwicht. Daar hoort dus ook bij dat je zelf die vele mythes kan ontkrachten.

Over Pedro De Bruyckere

Voor wie er niet bij was geef ik hier met plezier een samenvatting, die overigens bij lange na niet in de buurt komt van het échte, razend onderhoudende optreden. Eerst een korte introductie van de persoon: Pedro De Bruyckere is een Vlaamse onderwijsonderzoeker en lerarenopleider die ook zeer actief is op zijn blog X, Y of Einstein, op Twitter @thebandb, met boeken zoals ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’ (met Casper Hulshof), en als spreker op congressen. Hij houdt zich al 7 jaar lang bezig met dit onderwerp en is tot de conclusie gekomen hoe weinig we eigenlijk weten. Het blijft dus voorlopig zaak je tegen onzin te wapenen.

1: Strip it & flip it

Strip it: Laat je niet misleiden door indrukwekkende termen. Zoek naar de essentie: “Als ik X doe, dan is de kans Y dat Z zal gebeuren.” Vraag je daarbij ook af: “Wat als dit niet doe?”
Flip it: Wees je bewust van marketingtechnieken – in veel gevallen zit er een commerciële organisatie achter claims en mythes, aldus De Bruyckere. Ga maar na: koop je een product dat 10% vet bevat, of een product dat 90% vetvrij is? Het is hetzelfde product maar de 90% vetvrije variant klinkt toch aantrekkelijker.

2: Trace it

Wie zegt het (en waarom), en wat zeggen anderen? En hiervoor is echt niet per se toegang tot wetenschappelijke literatuur noodzakelijk, alhoewel het NRO dit wel ondersteunt.

De Bruyckere zelf googlede een onderwerp + de zogenaamde auteur, en vond slechts 2 hits. Hij deed vervolgens navraag bij de onderzoeker door simpelweg een mail te sturen. De beste man vertelde dat het onderzoek nooit had plaatsgevonden.

3: Analyze it

Kijk nog eens kritisch naar de materie. Houd het Hawthorne-effect in je achterhoofd, waarbij een effect wordt gevonden puur en alleen vanwege het feit dát ergens de aandacht op wordt gericht. Wees extra kritisch als het gaat om iets waar je zelf erg in gelooft – De Bruyckere doet dat zelf ook.

4: Should I do it?

Blijf je afvragen of jij in jouw situatie werkelijk iets moet met de feiten die voor je liggen. Het gaat er niet eens om of je hierop ja of nee antwoordt, maar het besef dat je een keuze hebt. En áls je antwoord ‘ja’ luidt, benader het dan als een experiment waarin je zelf gaat uitzoeken wat er gebeurt als jij de interventie toepast. Misschien heb je toevallig een groep leerlingen voor wie het net níet geldt.

Oproep

Natuurlijk, leraren hebben genoeg andere dingen te doen dan onderwijsmythes te ‘factchecken’. Dat weet ook De Bruyckere maar al te goed. Hij besloot dan ook met de oproep om evidence-based te werk te gaan -wat bij hem vooral betekent dat je als leraar kritische vragen stelt- én om daarbij ook een ‘amateur’ te blijven. In de Franse zin van het woord, dus een ‘liefhebber: omdat je niet het onderwijs in bent gegaan omdat je ‘professional’ wilde worden maar omdat je van kinderen houdt. En omdat die menselijke en daarom per definitie complexe interactie nooit compleet vervat kan worden in wetenschap.

De Bruyckere vertaalde Daniel Willingham’s ‘When to trust the experts’ naar de Nederlandse uitgave ‘Wat we kinderen echt kunnen leren’; zijn inspiratiebron voor de bovenstaande lezing tijdens het Lerarencongres.

Annemarijke Jolmers. communicatieadviseur NRO

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *