De afstand tussen onderzoek naar onderwijs en de praktijk

Het is schrijnend dat er zo’n grote afstand bestaat tussen het wetenschappelijk onderzoek naar onderwijs en de praktijk van het onderwijs, constateert René Kneyber terecht in zijn column in Trouw (27 januari 2016). Het NRO werkt sinds 2014 aan het verkleinen van die afstand. Een reeks aan activiteiten zorgt voor een steviger verbinding tussen onderzoek, onderwijs en beleid.

Wetenschappelijk onderzoek naar het onderwijs moet beginnen bij een vraag uit het onderwijs zelf, vindt het NRO. Het praktijkgerichte wetenschappelijk onderzoek dat het NRO financiert, wordt daarom samen met leraren bedacht en uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden tijdens bijeenkomsten die het NRO voor het onderwijs organiseert, ook altijd mede door de leraren zelf gepresenteerd. Zo probeert het NRO ervoor te zorgen dat het onderzoek aansluit bij de vragen en behoeften van scholen.

Op het eerste NRO-congres in november 2015 gingen zo’n 100 leerkrachten en docenten in gesprek met wetenschappers en gaven 20 leraren zelf een presentatie over hun onderzoeksproject.

Onderzoekers krijgen van het NRO advies, hulp en training om hun bevindingen breed te verspreiden in het onderwijs. Dat kan in de vorm van een toegankelijke samenvatting van het onderzoek. Maar het NRO maakt het ook mogelijk dat onderzoekers samen met leraren werken aan apps, lesmateriaal of andere producten voor het onderwijs, gebaseerd op inzichten uit wetenschappelijk onderzoek.

Toegang tot onderzoek

Voor leraren die digitaal willen zoeken naar resultaten van onderzoek heeft het NRO de online Kennisportal Onderwijs. Dit is een verzameling van 15 databases met Nederlandstalige samenvattingen van onderwijsonderzoek, op trefwoorden doorzoekbaar. De documenten bevatten verwijzingen naar de wetenschappelijke publicaties over het onderzoek. Voor wie dieper in het onderwerp wil duiken en voor wie het wetenschappelijk jargon niet schuwt.

Spijtig genoeg maken nog lang niet alle internationale tijdschriften hun publicaties vrij beschikbaar. Dat betekent dat leraren een groot deel van de wetenschappelijke artikelen over hun vakgebied alleen tegen betaling kunnen raadplegen. Het NRO lobbyt daarom, samen met leraren als René Kneyber, voor open access voor alle docenten in Nederland. Want het is inderdaad, zoals Kneyber zegt, te gek voor woorden dat een docent niet eens toegang heeft tot de nieuwste inzichten die zijn lessen en zijn leerlingen ten goede kunnen komen. Inderdaad, van een chirurg zouden we dat niet accepteren.

Vragen uit het onderwijs

Bij de NRO Kennisrotonde kunnen leraren hun vragen stellen. Deskundigen zorgen in een paar weken tijd voor een antwoord op de vraag, gebaseerd op recente inzichten uit onderzoek. Dit antwoord is voor iedereen te lezen op de website van de Kennisrotonde. Want die ene vraag van die ene docent, leeft ongetwijfeld op meer scholen. Wanneer de vraag onmiskenbaar om nieuw, diepgravend onderzoek vraagt, zet het NRO dit onderzoek uit.

Het NRO is nog maar net begonnen en heeft in die tijd een reeks van activiteiten ontwikkeld voor een steviger verbinding tussen onderzoek, onderwijs en beleid (zie ook de samenvatting van het NRO-kennisbenuttingsbeleid). We willen zoveel mogelijk horen van leraren of deze activiteiten hen helpen. Of ze bijdragen aan het verkleinen van de afstand tussen onderzoek en onderwijs. Daarom zijn ook wij, net als Kneyber, zaterdag op ResearchED. Daar hopen we tijdens onze sessie vele docenten te spreken. Om te horen hoe we onze diensten nog beter kunnen laten aansluiten bij hun behoeften.

René, we zien uit naar je aanwezigheid!

Jelle Kaldewaij, directeur NRO

De Trouw-column van René Kneyber is na registratie te lezen op de Trouw-website.