De didactische gereedschapskist van de leraar

De didactische gereedschapskist van de leraar

Bij formatieve evaluatie is de inzet van didactiek nodig om de juiste informatie te verzamelen over het leerproces van de leerlingen. Leraren kunnen met behulp van hun didactische gereedschapskist de informatie naar de oppervlakte halen die ze nodig hebben voor het bepalen van hun instructiestrategie. Hoe ziet dat er concreet uit?

Instructiestrategie aanpassen

Allereerst bepaalt een leraar op welke momenten tijdens de lessen informatie nodig is om erachter te komen of aanpassing van de instructiestrategie nodig is. Vragen die de leraar hierbij kan stellen zijn: waar wil ik dat mijn leerlingen actief over aan het denken zijn? Wanneer rond ik een specifieke stap in de leerlijn af? Wanneer start ik met nieuwe lesstof? Wat zijn momenten waarvan ik weet dat leerlingen vaak een verkeerde weg inslaan of fouten maken? Juist op die ‘scharniermomenten’ is het belangrijk om bij de leerlingen informatie over hun begrip te verzamelen, om vertraging of frustratie op een later moment te voorkomen.

Natuurlijk moet een leraar voor zichzelf ook duidelijk hebben wanneer een aanpassing van de instructiestrategie nodig is. Wat moet ik van de leerlingen hebben gezien om al dan niet verder te kunnen gaan? Wat moet ik op groepsniveau hebben gezien? Bijvoorbeeld: als 75% van de groep niet minimaal 80% van de vragen goed heeft, is aanpassing van de instructiestrategie nodig. Als er daadwerkelijk reden is om de instructiestrategie aan te passen, bepaalt de leraar wat nodig is om te voorkomen dat de leerling niet meer leert, gedemotiveerd raakt of het geloof in eigen kunnen verliest. De aanpassing heeft tot doel de leerling een kans tot leren te bieden.

Als het helder is wanneer er informatie nodig is, kiest een leraar vervolgens welke didactische activiteiten nodig zijn om de juiste informatie te verzamelen over het leerproces van de leerlingen. We geven drie concrete voorbeelden van dergelijke didactische activiteiten.

1. Activeren van voorkennis
Leren begint bij wat je al weet. Om erachter te komen wat leerlingen al weten over de te behandelen lesinhoud, kan de leraar op verschillende manieren de reeds aanwezige kennis van leerlingen achterhalen. Het activeren van eerdere kennis en ervaring in combinatie met actiegerichte feedback, motiveert leerlingen te blijven leren en versterkt het geloof in eigen kunnen. 
Een braindump-oefening (oefening om je hoofd leeg te maken) of één-minuut-paper (wat weet je nog over de vorige les?) helpt de leerlingen ook om hun voorkennis op te halen.

2. Het stellen van vragen
Om te checken of leerlingen nog begrijpen wat je als leraar doet en beoogt, is het stellen van de juiste vragen een krachtig didactisch principe. Er zijn vele manieren om leerlingen een vraag te stellen. De essentie van een goede, diagnostische vraag is te achterhalen op welk moment in de leerlijn de leerling de lesstof niet meer begrijpt, om er vervolgens de instructie- en leerstrategie op aan te passen. Meerkeuzevragen zijn zeer geschikt voor formatieve doeleinden, waarbij het belangrijk is antwoorden te formuleren waarvan de leraar weet dat deze vaak door leerlingen worden gekozen, maar incorrect zijn. Een verkeerd antwoord geeft de leraar dan directe informatie waar de leerling nog extra instructie nodig heeft. Een diagnostische vraag mag niet te complex zijn. Ook moet zo’n vraag tijdig in het leerproces worden gesteld, want anders bestaat er een kans dat de leraar niet meer kan achterhalen waar leerlingen in het oplossingsproces een mogelijke denkfout maken. Exit tickets die leerlingen aan het einde van een les invullen, kunnen de leraar inzicht geven in de vraag op welke aspecten van een onderwerp in de volgende les extra instructie nodig is.

3. Alle-leerlingen-geven-antwoord-aanpakken
Om alle leerlingen betrokken te houden, is de inzet van bijvoorbeeld wisbordjes effectief, bordjes waar leerlingen korte antwoorden op kunnen schrijven (en weer uitwissen). De leraar presenteert een open of gesloten vraag en elke leerling antwoordt. De leraar krijgt meteen inzicht in de antwoorden, op basis waarvan kan worden besloten of een aanpassing in de instructiestrategie nodig is.

Al met al vraagt formatieve evaluatie van leraren niet zozeer een compleet nieuwe set van kennis en vaardigheden. Veel van de benodigde didactische kennis en vaardigheden hebben zij als het goed is al verworven op de lerarenopleiding of door praktijkervaring. Het kenmerkende van formatief evalueren is dat het van leraren vraagt om hun reeds aanwezige didactische kennis en vaardigheden toe te passen en te vertalen naar activiteiten die informatie opleveren over het leerproces van de leerlingen. En daar vervolgens hun instructiestrategie op aan te passen.

Download het volledige overzicht, inclusief bronnen