De effecten van ondersteuning bij onderzoekend leren – reviewstudie

Onderzoekend leren is effectiever wanneer leerlingen niet helemaal op zichzelf zijn aangewezen. De leeractiviteiten, leerprestaties en leeruitkomsten zijn zichtbaar beter als leerlingen op de een of andere manier worden geholpen bij hun onderzoek. Dat blijkt uit NRO-gefinancierd onderzoek door Ard Lazonder en Ruth Harmsen (Universiteit Twente).

Zij voerden een meta-analyse uit naar de effecten van ondersteuning bij onderzoekend leren. Daarvoor gebruikten ze 72 studies naar onderzoekend leren in de exacte vakken. Onderzoekend leren is een instructiemethode die veel raakvlakken vertoont met het doen van (wetenschappelijk) onderzoek: leerlingen bedenken een eigen onderzoeksvraag, formuleren één of meer hypotheses en toetsen deze voorspellingen in een zelf bedacht onderzoek.
Het doen van onderzoek is hierbij zowel doel als middel: het stimuleert de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden én vergroot de kennis over het onderwerp dat wordt onderzocht.

Meer en minder specifieke ondersteuning

Onderzoekend leren is al een effectieve instructie-methode gebleken, die zelfs tot betere leeruitkomsten kan leiden dan directe instructie. De voorwaarde hiervoor is echter wel dat leerlingen goede hulp en begeleiding krijgen. De onderzoekers hanteerden in hun analyse de volgende vormen van ondersteuning, waarbij elke genoemde ondersteuningsvorm specifieker is dan zijn voorganger:

1) stapsgewijze opbouw van de taak
2) voortgangsoverzichten
3) geheugensteuntjes
4) tips
5) hulp(middelen)
6) uitleg

Effecten van verschillende vormen van ondersteuning

Hoe specifiek de ondersteuning bij onderzoekend leren is, blijkt weinig uit te maken voor de manier waarop leerlingen hun onderzoek uitvoeren en wat zij daar uiteindelijk van leren. De mate van ondersteuning blijkt wél uit te maken voor de leerprestaties: leerlingen maken betere producten of verslagen tijdens hun onderzoek naarmate zij specifiekere ondersteuning krijgen.
Dit geldt ongeacht de leeftijd van de leerlingen. Basisschoolleerlingen, tieners (12-15) en adolescenten (15-22 jaar) profiteren in gelijke mate van meer en minder specifieke vormen van ondersteuning bij onderzoekend leren.

4 praktische tips

De conclusies uit dit onderzoek zijn vertaald in vier adviezen voor leerkrachten uit het primair onderwijs en docenten uit het voortgezet onderwijs, die hun leerlingen op een onderzoekende manier willen laten leren:

1) Geef ondersteuning, zowel bij kortdurende onderzoeken die binnen één lesuur plaatsvinden als bij meer omvangrijke onderzoeksprojecten met een langere looptijd.
2) Geef leerlingen de ruimte. Docenten hoeven niet tot in detail uit te leggen hoe de leerlingen te werk moeten gaan; minder specifieke aanwijzingen zijn vaak even effectief.
3) Geef specifieke ondersteuning die de leerprestaties verbetert. Gedetailleerde en concrete aanwijzingen zijn wél belangrijk als de leerlingen tijdens hun onderzoek optimaal moeten presteren, bijvoorbeeld omdat hun eindproduct zal worden beoordeeld.
4) Onderschat jonge leerlingen niet (en overschat oudere leerlingen evenmin). Jonge leerlingen hoeven niet ‘bij de hand’ te worden genomen; ze hebben even veel baat bij minder directe aanwijzingen waar ze eerst zelf over na moeten denken. Het omgekeerde geldt overigens ook: bij oudere leerlingen is het geven van een korte uitleg zeker geen verspilde moeite.

Deze review studie valt onder verantwoordelijkheid van de NRO Programmaraad voor fundamenteel onderwijsonderzoek.

Meer informatie