De ene goede toets is de andere niet: kwaliteitscriteria voor toetsen variëren – reviewstudie

Toetsen moeten van goede kwaliteit zijn. Of een toets kwalitatief goed is, hangt onder andere af van het doel van de toets en in welke fase van de toetscyclus deze zich bevindt. Dat blijkt uit een literatuurstudie van het Research Center voor Examinering en Certificering RCEC (Universiteit Twente en Cito).

Toetsing is overal in het onderwijs aan de orde van de dag. Toetsen helpen bij het certificeren door aan te tonen of leerlingen genoeg hebben geleerd. En ze ondersteunen het leren, door te laten zien waarover leerlingen meer onderwijs nodig hebben. Voorwaarde is dat de toetsen van goede kwaliteit zijn. Maar hoe herken je als leraar kwaliteit? Om uit te vinden aan welke kwaliteitscriteria een toets moet voldoen, bestudeerden onderzoekers van de Universiteit Twente en Cito wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur uit alle onderwijssectoren, van primair tot en met hoger onderwijs.

Eerst het toetsdoel vaststellen

Kwaliteitsaspecten blijken af te hangen van het toetsdoel. Daarom moeten leraren voordat ze gaan toetsen eerst het doel vaststellen. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld toetsen om een beoordeling te geven: dat is het summatieve toetsen. In dat geval zijn kwaliteitscriteria als ‘validiteit’ (meet de toets wat hij moet meten), ‘normering’ en ‘cesuur’ (wanneer scoort de leerling voldoende of onvoldoende) essentieel. Leraren kunnen ook formatieve toetsen gebruiken, om te meten in hoeverre de leerling de leerstof beheerst en wat hij nog moet leren. Dan is het belangrijk dat de toets een positieve invloed heeft op het lesgeven en leren, de zogenoemde consequentiële validiteit.

Objectieve beoordeling

De kwaliteitscriteria voor een toets hangen ook af van de fase waarin de opsteller bezig is met de toets. Een fase waarbij duidelijke kwaliteitsaspecten in de literatuur zijn gevonden, is de afname- en beoordelingsfase. Daarin wordt de toets afgenomen, beoordeeld en het resultaat teruggekoppeld. In deze fase zijn betrouwbaarheid en objectiviteit van de leerkrachten belangrijk. Betrouwbaarheid is een breed begrip. Het betekent dat de resultaten op een toets nauwkeurig en consistent zijn: als een leerling op maandag een toets maakt, zou het resultaat hetzelfde moeten zijn als wanneer hij op dinsdag de toets maakt. Eén manier om betrouwbaarheid te borgen, is om als leerkracht objectief te zijn. Dat wil zeggen dat leerkrachten de leerlingen beoordelen op grond van de antwoorden die ze tijdens de toets geven, en niet op basis van actief deelnemen aan de les.

Over het onderzoek

Dit onderzoek is één van drie reviewstudies rond ‘Kwaliteit van toetsen en beoordelen’, die het NRO financierde vanuit het praktijkgerichte onderwijsonderzoek. In dezelfde ronde werden ook twee praktijkgerichte reviewstudies gehonoreerd rond ‘Leren en instructie’.

Maassen, N.A.M., Otter, D. den, Wools, S., Hemker, B.T., Straetmans, G.J.J.M. & Eggen, T.J.H.M. (2014). Kwaliteit van toetsen binnen handbereik. Een reviewstudie van onderzoek en onderzoeksresultaten naar de kwaliteit van toetsen.

Meer informatie