Derde subsidieronde gedrag en passend onderwijs: 8 startaanvragen toegekend

Het NRO heeft in de derde subsidieronde gedrag en passend onderwijs subsidie verleend aan 8 consortia om hun aanvraag verder uit te werken tot een volledig onderzoeksvoorstel.

Hiermee wil het NRO consortia meer gelegenheid geven om de samenwerking rondom praktijkgericht onderzoek goed op te zetten. Indien de acht consortia hun voorstel goed uitwerken, ontvangen zij in de tweede fase een aanvullende subsidie om het onderzoek uit te voeren.

Van startaanvraag naar uitgewerkt voorstel

De derde subsidieronde voor gedrag en passend onderwijs van het NRO is anders opgezet dan de eerdere twee rondes. De geselecteerde consortia krijgen tot uiterlijk 15 april 2021 de gelegenheid om hun startaanvraag uit te werken in een onderzoeksvoorstel. Tot die tijd hebben zij de mogelijkheid het uitgewerkte voorstel in te dienen. Zo kan het NRO maatwerk bieden rondom het uitwerken van startaanvragen en het toekennen van de aanvullende subsidies aan uitgewerkte aanvragen. Zeker in deze tijd van de corona-pandemie vraagt dit om flexibel werken en maatwerk.  Hiermee hopen wij vanuit het NRO tegemoet te komen aan de behoeften van onderzoeksconsortia om meer vrijheid en ruimte te krijgen in het uitwerken van startaanvragen en op eigen tempo binnen de onderzoeksconsortia te werk te gaan. Het NRO verwacht dat de consortia hierdoor meer gelegenheid hebben om de vraag uit de praktijk goed te verhelderen en om draagvlak bij alle partners te genereren. Daarnaast zal er één werkconferentie plaatsvinden waarbij alle consortia (online) bijeenkomen om hun idee te presenteren en elkaar te voorzien van feedback.

De startaanvragen hebben betrekking op minstens één van de volgende drie perspectieven:

  1. Perspectief van de schoolcultuur
  2. Perspectief van de leraar
  3. Perspectief van de leerling

Financiering voor 18 maanden

Consortia kunnen tot uiterlijk 15 april 2021 het uitgewerkte voorstel doorlopend indienen. Deze worden beoordeeld door een beoordelingscommissie. Als de uitgewerkte aanvraag voldoet aan alle criteria krijgt een consortium financiering om het project daadwerkelijk uit te gaan voeren. Die projecten moeten uiterlijk in februari 2023 afgerond worden.

Gehonoreerde startaanvragen

Vanwege onderbenutting van het beschikbare budget in de 1e fase binnen onderwijssector vo, zijn er twee extra aanvragen toegekend binnen onderwijssector po.

Hieronder vindt u de titel en projectleider van de startaanvragen.

Sector po en so

Schoolbreed samen werken aan gedrag
Projectleider: Dr. S.L. (Sui Lin) Goei
Perspectief van de schoolcultuur

Reeds tien jaar wordt op een groot aantal basisscholen met School-Wide Positive Behavior Support (SWPBS) gewerkt; op deze scholen worden op basis van gedeelde waarden schoolbrede afspraken gemaakt over hoe in de school met elkaar wordt omgegaan. Met name in de omgang met leerlingen met meer intensievere behoeften, zoals leerlingen met uitdagend gedrag en gedragsproblemen, vinden leerkrachten het nog lastig om de schoolbrede afspraken te vertalen naar hun eigen handelen in de klas op een manier die past bij de schoolcultuur. In dit project wordt een beproefde aanpak voor het in leerteams ontwerpen en onderzoeken van didactische interventies, Lesson Study (LS), aangepast voor gedragsvraagstukken. Bij LS staat het leren en het gedrag van de leerlingen in de klas centraal. Op basis van een gezamenlijk ervaren zorg betreffende gedrag in een klas ontwikkelen kleine groepjes leerkrachten onder leiding van een procesbegeleider een passende groepsinterventie voor een klas. Deze zogenaamde ‘onderzoeksles’ wordt live uitgevoerd en geëvalueerd op basis van observaties. De aanpak wordt bijgesteld en herhaalt zich voor een andere klas. Onderzocht wordt of LS voor gedragsvraagstukken bijdraagt aan het verminderen van de handelingsverlegenheid van leerkrachten en het versterken van de schoolcultuur. Hiervoor wordt op deelnemende basisscholen een voor- en een nameting gedaan.

Passend Onderwijs: van stoornisdenken naar interactie tussen leerkracht en leerling
Projectleider: Dr. L. (Laura) Batstra
Perspectief van de leraar

De afgelopen decennia heeft het stoornisgebonden denken overheerst in onze samenleving. Uit onderzoek blijkt dat de school een plek is waar problemen vaak het eerst ontstaan en van waaruit vervolgens aangestuurd wordt op psychiatrisch onderzoek (e.g. Wienen, 2019). Met de invoering van Passend Onderwijs is gepoogd het denken in termen van ‘wat mankeert dit kind’ weer meer te vervangen door denken in termen van ‘wat heeft dit kind nodig’. Het stoornisdenken blijkt echter hardnekkig. Dit staat passend onderwijs in de weg. Immers, wanneer leerkrachten bij problemen uitgaan van stoornissen en dus oorzaken in het kind, zullen ze zich minder bewust zijn van hun eigen invloed en mogelijkheden (Te Meerman et al., 2017).

Als leerkrachten meer oog krijgen voor factoren in de interactie tussen henzelf en een kind, zullen ze wellicht minder geneigd zijn de oorzaak van mogelijke problemen eenzijdig bij het kind te leggen. De ene leerkracht combineert goed met drukke of veeleisende kinderen, de andere verricht wonderen met stille en teruggetrokken leerlingen.

Een goed uitgewerkte en eenvoudige methode om mensen te laten nadenken over hun ‘eigen aardigheden’ en hun moeite met (eigen aardigheden van) sommige anderen, is het Kernkwadrant van Daniel Ofman (https://albertheemeijer.nl/train-the-teacher-kernkwaliteiten-en-het-kernkwadrant-voor-leerkrachten/). Het model wordt al jaren succesvol toegepast binnen organisaties. In dit onderzoek willen we kijken of deze aanpak kan helpen om a) het stoornisdenken te verleggen naar denken in termen van interactie en b) de zelfeffectiviteit van leerkrachten te vergroten.

Iedereen buitenboord door de inzet van de groene leeromgeving.
Projectleider: Dr. Ir. J. (Jan) Hassink
Perspectief van de leerling

Er zijn te veel leerlingen die uitvallen in het onderwijs. Het aantal zogeheten ‘thuiszitters’ blijft de afgelopen schooljaren telkens stijgen, in het schooljaar 2018-2019 naar 4790. Voor sommige van deze leerlingen met speciale behoeften lijken leerarrangementen op een zorgboerderij uitkomst te bieden. Dit gebeurt door professionals met onderwijsexpertise. Er is de afgelopen jaren een netwerk gevormd van zorgboeren die onderwijs bieden, scholen, samenwerkingsverbanden, betrokken ouders en gemeenten. Zij wisselen ervaringen uit en leren van elkaar. Uit een landelijke inventarisatie bleek dat er op meer dan 50 boerderijen onderwijs wordt gegeven aan ruim 400 leerlingen. Er zijn succesvolle samenwerkingen tussen scholen en zorgboeren en zij melden positieve ervaringen. Een groot deel van de leerlingen krijgt weer zin in leren en wordt teruggeleid naar school. Knelpunten in financiering worden steeds meer opgelost. Er is bij alle partners veel interesse om leerarrangementen op de boerderij goed te beschrijven en te onderbouwen. Het is nu nog onduidelijk welke kernelementen bijdragen aan het succes: afwisseling van inspanning en ontspanning, persoonlijke aandacht of de boerderijomgeving. De centrale vragen in deze studie zijn: i) wat zijn kenmerken van leerlingen op zorgboerderijen ii) hoe zien de leerarrangementen op de zorgboerderij eruit iii) wat zijn de kernelementen van deze leerarrangementen, iv) wat werkt en wat draagt er bij aan het terugkeer van leerlingen naar regulier onderwijs en v) wat betekent de zorgboerderij voor leerlingen: op gebied van leren, gedragsveranderingen, uitval en toekomstperspectief.

‘Moeilijk’ gedrag van jonge kinderen op school: bouwen aan een positieve relatie met ieder kind.
Projectleider: Dr. J.H.G. (Annerieke) Boland
Perspectief van de leraar

Leerkrachten Jonge kind geven aan moeite te hebben met het opbouwen van een positieve relatie met kinderen die regelmatig gedrag vertonen dat zij als moeilijk ervaren. Deze leerkrachten hebben negatieve emoties en reacties en ervaren stress.

Een positieve relatie tussen leerkracht en kind is van groot belang voor het welbevinden van hen beiden en heeft duurzame invloed op de sociale en cognitieve ontwikkeling van het kind op langere termijn. Juist bij jonge kinderen is het dus van belang dat zij een warme band hebben met hun leerkracht en ervaring opdoen met het aangaan van sociaal veilige relaties.

Om een positieve relatie op te bouwen is het belangrijk dat de leerkracht ondersteunend reageert op de behoeften en intenties van kinderen. Dit onderzoek bouwt voort op internationaal onderzoek naar Playing-2-gether (in class), een methodiek voor interventie en preventie waarin de leerkracht meespeelt met kleuters (groep 1-2) in vrij spel met inzet van sensitieve interactiestrategieën. Na relatief korte tijd (6-8 weken) rapporteren leerkrachten verbetering van de relatie en vermindering van uitdagend of teruggetrokken gedrag. Het huidige onderzoeksproject richt zich op doorontwikkeling van deze methodiek naar de context van groep 3 en 4 en op implementatie van de methodiek door het ontwerpen van een professionaliseringstraject dat onderbouwteams zelfstandig kunnen inzetten. Doel is dat leerkrachten een omgeving creëren waarin alle kinderen zich deel voelen van de groep en tot leren komen.

Druk & Dwars op de groep
Projectleider: Dr. A. (Annelies) Kassenberg
Perspectief van de leraar

Leerkrachten vinden het vaak lastig om om te gaan met druk en dwars gedrag van kinderen.
Leerkrachten en IB’ers geven aan dat leerkrachten vaardigheden missen om op adequate wijze om te gaan met toegenomen externaliserende gedragsproblemen op de groep. Dat is een struikelblok bij de inclusie van en het bieden van passend onderwijs aan deze kinderen. Voor ouders van drukke en dwarse kinderen is eerder een succesvolle werkwijze ontwikkeld om ouders te ondersteunen bij opvoedingsproblemen. Drie  basisscholen/schoolbesturen in Noord-Nederland vragen om een vergelijkbare werkwijze voor de omgang van leerkrachten met drukke en dwarse kinderen op de groep, zodat er een integrale aanpak ontstaat. Het doel is het versterken van de opvoedings- en onderwijsomgeving en bijdragen aan het normaliseren en demedicaliseren van druk en dwars gedrag/ADHD. Daarom wordt samen met scholen een bruikbare en evidence informed werkwijze ontwikkeld en uitgetest. De werkwijze geeft leerkrachten inzicht in de biomedische en sociaalpedagogische visie op druk en dwars gedrag/ADHD, en groepsgerichte gedragstherapeutische principes die in de klassensituatie eenvoudig toepasbaar zijn.
In de startfase wordt op elke pilotschool een kenniswerkplaats ingericht waarin onderzoekers, leerkrachten en IB’ers samenwerken aan het ontwikkelen, testen en evalueren van de werkwijze.

Hier wordt besproken:

  • wat we al weten (bijeenbrengen bestaande kennis over visie/attitude op druk en dwars gedrag/ADHD en werkzame vaardigheden);
  • de ervaren voor-en-tegens hiervan;
  • aan welke voorwaarden de werkwijze moet voldoen wil deze uitvoerbaar zijn.

Dit leidt tot een uitgewerkt praktijkgericht wetenschappelijk onderzoeksvoorstel voor een werkwijze om leerkrachten te ondersteunen bij het omgaan met druk en dwars gedrag.

Perspectief nemen bij gedragsproblemen
Projectleider: Dr. H.M. (Hinke) Endedijk
Perspectief van de leraar

Leerkrachten ervaren met name externaliserend leerlinggedrag (dwars, druk of agressief gedrag) als lastig. Leerlingen met gedragsproblemen hebben vaak minder goede relaties met de leerkracht, terwijl een goede relatie de ernst van de gedragsproblemen kan helpen te beperken. Leerkrachten geven aan vaak niet goed te weten hoe de leerling zich voelde of wat een leerling eigenlijk zelf wilde in de interactie met de leerkracht. Het perspectief van de leerling nemen is dan ook een van de belangrijkste factoren waarin leerkrachten zichzelf willen verbeteren. Perspectief nemen betreft het expliciet onderscheiden van de gedachten, gevoelens en motivatie van anderen, dus het innemen van het standpunt van de leerling en actief bedenken hoe hij/zij de situatie in de klas ervaart. Inderdaad blijkt uit onderzoek dat door actief het perspectief van de leerling in te nemen leerkrachten beter in staat zijn om mogelijke verklaringen voor leerlinggedrag te bedenken en hier in de klas beter naar kunnen handelen. Zo kan de leerkracht vroegtijdig en beter inspelen op het gedrag van een leerling en gedragsproblemen verminderen of zelfs voorkomen. Wij willen graag 1) onderzoeken op welke aspecten van perspectief nemen – perceptueel, cognitief, of affectief – leerkrachten de meeste ondersteuning behoeven; 2) een stappenplan ontwerpen en testen ter bevordering van perspectief nemen door leerkrachten bij leerlingen met gedragsproblemen. We streven naar een stappenplan voor perspectief nemen die leerkrachtteams tijdens collegiale intervisie kunnen toe passen. Dit zal schoolteams en leerkrachten helpen grip te krijgen op probleemgedrag door alternatieven voor hun eigen handelen te bedenken bij concrete casussen.

Sector vo en vso

De invloed van symbiose op de leerontwikkeling, het leergedrag en sociale inclusie van leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte
Projectleider: Dr. M.J. (Matthijs) Warrens
Perspectief van de leerling

Om leerlingen met gedragsproblemen cognitief meer uitdaging te bieden, maken vso-scholen sinds de invoering van de Wet kwaliteit (v)so steeds meer gebruik van symbiose. Symbiose betekent dat leerlingen naast onderwijs op de speciale school vakken volgen op een reguliere school. Via symbiose worden leerlingen met goede cognitieve mogelijkheden potentieel meer uitgedaagd. Daarnaast biedt het meer mogelijkheden voor het aanleren van positief gedrag, omdat leerlingen in contact komen met leerlingen zonder gedragsproblemen. Ook levert symbiose mogelijk een bijdrage aan de sociale inclusie van leerlingen. Symbiose biedt vso-leerlingen immers meer contact- en interactiemogelijkheden dan wanneer zij alleen onderwijs volgen op hun speciale school.

Er is tot op heden geen onderzoek verricht naar de mogelijke opbrengsten van symbiose. In het voortgezet speciaal onderwijs bestaat grote behoefte om helder te krijgen wat symbiose daadwerkelijk oplevert in termen van leerprestaties, leergedrag en sociale inclusie. De onderzoekers gaan dit daarom in kaart brengen. De symbioseleerlingen zullen worden vergeleken met vso-leerlingen zonder een symbiosetraject. Daarnaast zullen de onderzoekers ook bestuderen wat de ervaringen van leerlingen en docenten met symbiose zijn.

Het onderzoeksproject zal een antwoord geven op de vraag of symbiose een vorm van passend onderwijs is die het waard is om veelvuldig te worden ingezet. Het onderzoeksproject sluit goed aan bij reeds uitgevoerd evaluatieonderzoek naar passend onderwijs (evaluatiepassendonderwijs.nl). Bovendien sluit het voorstel aan bij het te verschijnen advies van de Onderwijsraad over de bijdrage van het onderwijs aan de sociale inclusie van leerlingen met een lichamelijke en/of mentale beperking (onderwijsraad.nl).

Effectieve ondersteuning van leerlingen met planning- en organisatieproblemen binnen het voortgezet onderwijs
Projectleider: Dr. B.E. (Bianca) Boyer
Perspectief van de leerling

Veel leerlingen binnen het voortgezet onderwijs (VO) ervaren problemen met het plannen en organiseren van hun huiswerk en schooltaken. Voor sommige leerlingen, waaronder leerlingen met ADHD, autismespectrumstoornissen of gedragsproblemen, zijn deze planning- en organisatieproblemen onderdeel van hun problematiek. Problemen met planning en organisatie kunnen leiden tot stress, verstoring van de les, piekeren, lage cijfers, doublures, of zelfs schooluitval. Veel scholen lopen hier tegenaan, maar omdat er in Nederland tot nu toe geen effectief bewezen methode is om leerlingen hierbij te ondersteunen ontwikkelen veel scholen zelf een aanbod (Rijksoverheid Netherlands, 2018). Hierdoor verschilt het beleid sterk tussen scholen en is het de vraag of hetgeen wordt aangeboden wel voor verbetering zorgt.

In 2020 zal de projectgroep die bestaat uit zowel experts op het gebied van behandeling van planning- en organisatieproblemen, als VO scholen en een samenwerkingsverband, een goed overdraagbaar programma ontwikkelen dat leerlingen met planningsproblemen binnen het VO kan ondersteunen. Hiervoor zullen focusgroepen met jongeren, docenten als onderwijszorgprofessionals plaatsvinden, de huidige organisatie van ondersteuning binnen deze scholen in kaart worden gebracht en recente wetenschappelijke kennis worden gebruikt, waaronder de kennis die is opgedaan bij het ontwikkelen en onderzoeken van “Zelf Plannen” (een behandeling voor jongeren met ADHD gericht op het verbeteren van de planningsvaardigheden die ze nodig hebben voor school en huiswerk; Boyer et al., 2013, 2015). We beogen met de aan te vragen subsidie in 2021 een studie uit te voeren waarmee we de haalbaarheid en effectiviteit van dit programma binnen het VO kunnen toetsen.

Meer informatie over de ronde Gedrag & Passend Onderwijs vindt u op de programmapagina.