Differentiatie heeft zin als het onderdeel is van een bredere onderwijsaanpak

Om de talenten van elk kind tot zijn recht te laten komen en te garanderen dat alle kinderen een bepaald minimumniveau halen, is differentiatie essentieel. Leerlingen indelen in homogene niveaugroepen is daarvoor vaak de basis. Maar groeperen alleen heeft weinig zin, zo blijkt uit een reviewstudie van Roel Bosker en collega’s. Groeperen heeft het meeste effect als het is ingebed in een bredere context waarin ook aandacht is voor bijvoorbeeld aangepaste instructie, voortgangscontrole en opbrengstgericht werken.

‘Differentiatie is geen trucje dat je op zichzelf kunt gebruiken om tegemoet te komen aan de verschillen tussen leerlingen’, zegt hoogleraar onderwijskunde Roel Bosker. Pas als de manier van groeperen, het onderwijsaanbod, de instructie, het toetsgebruik en de feedback op elkaar zijn afgestemd in een bredere onderwijsaanpak komt differentiatie leerlingen ten goede. Zeker als leerkrachten ondersteund worden in het gebruik daarvan. Dat blijkt uit een literatuurstudie van het onderzoeksinstituut GION van de Rijksuniversiteit Groningen. Zulke aanpakken kunnen behalve voor omgaan met verschillen aandacht hebben voor metacognitieve vaardigheden, samenwerkend leren en tutoring. Ook werken ze wel met niveaugroepen over de leerjaren heen.

Ondersteuning van computersystemen

Opvallend is de toename van het aantal onderzoeken over computersystemen die de leerkracht ondersteunen bij het differentiëren in de groep. De leerkracht en de leerlingen werken met softwaresystemen die met elkaar in verband staan. Daardoor is de leerkracht steeds op de hoogte van het niveau van een leerling en kan hij die gegevens meenemen in zijn handelen. Sommige systemen geven de leerkracht daarvoor zelfs adviezen en suggesties. Zowel het handelen van de leerkracht als de prestaties van leerlingen verbeteren bij het gebruik van zo’n systeem.

Effecten van homogeen groeperen

Bosker c.s. onderzochten de effecten van differentiatie in drie sectoren: voor- en vroegschoolse educatie, primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De meeste relevante studies werden gevonden voor het primair onderwijs. In deze studies ging het vooral om effecten van homogeen groeperen binnen het eigen leerjaar. Homogene niveaugroepen hebben een klein positief effect op de leesvaardigheden van de betere leerlingen. Ze hebben echter een klein negatief effect op de prestaties van de zwakkere leerlingen.

Bredere programma’s

In elke onderwijssector zijn voorbeelden van schoolbrede programma’s te vinden. Voor het basisonderwijs is dit het Amerikaanse programma Success for All. Dat heeft een klein tot gemiddeld gunstig effect op de prestaties van leerlingen. Bij Success for All lezen leerlingen in groepjes op hun eigen niveau. De hele school leest op hetzelfde moment, zodat leerlingen uit bijvoorbeeld groep 5 mee kunnen lezen met kinderen uit groep 7 die even ver zijn. Hun voortgang wordt regelmatig getoetst en ze krijgen gerichte instructie. Met het GION ontwikkelt Roel Bosker een Nederlandse versie van Success for All, die op Groningse scholen wordt uitgeprobeerd.

Voortgezet onderwijs

Een belangrijke vraag over differentiatie in het voortgezet onderwijs gaat over vroege selectie. Wat is beter: leerlingen vanaf het begin onderverdelen op niveau, zoals in Nederland gebeurt? Of leerlingen langer in heterogene groepen houden? Hoewel het lastig bleek om harde conclusies te trekken uit de verschillende studies, lijken beide systemen even goed te werken. Net als in het primair onderwijs is differentiatie het meest veelbelovend als het onderdeel uitmaakt van een breder programma.

Voor- en vroegschoolse educatie

Voor een duidelijke conclusie over het effect van differentiatie in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is in deze review weinig goed onderzoek gevonden. Gezien de kind-volgende aard van de VVE is het wel aannemelijk dat hier differentiatie plaatsvindt. Uit de studies die wel gevonden zijn, blijkt dat het plaatsen van kinderen in homogene niveaugroepen een veelgebruikte manier van differentiëren is. Het werd echter niet duidelijk op welke gronden kinderen worden ingedeeld en hoe de leidsters en leerkrachten die groepen vervolgens behandelen. Ook dit benadrukt weer het belang van de toepassing van differentiatie: groeperen alleen is niet genoeg.

M.I. Deunk, S. Doolaard, A.E. Smale-Jacobse, R.J. Bosker, Differentiation within and across classrooms: A systematic review of studies into the cognitive effects of differentiation practices. GION onderwijs/onderzoek – Rijksuniversiteit Groningen, 2015.

Dit onderzoek werd gefinancierd vanuit het fundamentele onderwijsonderzoek (PROO) van het NRO.

Meer informatie