Duidelijkheid gewenst over doelen burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie in het mbo

Alle mbo’s besteden aandacht aan burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), maar vullen deze op een verschillende manier in. Er is niet altijd grip op de kwaliteit ervan en ook de beoordeling van studenten blijkt soms een uitdaging. Docenten en beleidsmedewerkers hebben mede daarom behoefte aan houvast: wat is ‘goed’ burgerschap en wat is een ‘goede’ LOB. Daarover bestaat geen eenduidigheid.

In een Kamerbrief d.d. 7 febr. 2017 constateert het ministerie van OCW aan dat meer kennis nodig is en ondersteuning van scholen. Het hier gepresenteerde onderzoeksrapport ligt daar mede aan ten grondslag. Een ander NRO-onderzoek geeft handvatten om het burgerschapsonderwijs in het po en vo verder vorm te geven.

Houvast

In het mbo worden LOB en burgerschapsonderwijs heel verschillend ingevuld. “Die diversiteit is te verwachten”, zegt onderzoeker Sanne Elfering, “en moet ook mogelijk blijven omdat de studenten en de mbo-instellingen zo verschillend zijn.” Toch is er behoefte aan houvast: wat is ‘goed’ LOB en wat is ‘goed’ burgerschapsonderwijs? “Moet burgerschapsonderwijs bijvoorbeeld waarden overdragen en studenten leren een ‘goede’ burger te zijn? En wanneer ben je dat dan? Of gaat het juist meer om het overdragen van kennis over burgerschap en samenleving? En ligt bij LOB het accent op motivatie en reflectievaardigheden of (ook) op de oriëntatie op de arbeidsmarkt? Moet burgerschapsonderwijs beroepsgericht of beroepsonafhankelijk worden ingevuld? Daarover is geen eenduidigheid.”

Kwalificatie

Elke student heeft op beide gebieden een inspanningsverplichting, dat is een wettelijke eis. Mbo-instellingen controleren wel of de studenten aan deze inspanningsverplichting hebben voldaan. Maar niet overal wordt ook naar de kwaliteit van deze inspanning gekeken. Beleidsmedewerkers en docenten geven aan dat de kwalificatie-eisen voor LOB en burgerschap onvoldoende richting en duidelijkheid geven. Onduidelijk is daarom wat er van hen wordt verwacht. Zo zijn de kwalificatie-eisen bij LOB erg algemeen geformuleerd. Bij burgerschapsonderwijs zijn er te veel onderwerpen waarvan niet duidelijk is welke prioriteit hebben.

En hoe beoordeel je de inspanningen die de student heeft geleverd? Het gaat immers om persoonlijke ontwikkeling en identiteitsvorming, waarbij de ontwikkelingsbehoeftes en capaciteiten per student verschillen. De onderzoekers pleiten in hun rapport voor een “breed gedragen gemeenschappelijke visie op LOB en burgerschapsonderwijs en wat deze beogen”, door de politiek en de mbo-instellingen zelf. Zo’n visie zou er ook moeten komen op de kwaliteit van LOB en burgerschapsonderwijs, en hoe deze te beoordelen.

Professionalisering

Docenten zijn niet vanzelf bekwaam om burgerschapsonderwijs en LOB te verzorgen omdat deze om andere competenties vragen dan gebruikelijk in het onderwijs. Wat betreft de professionalisering van docenten wordt bij LOB al een flinke slag gemaakt. Docenten en studieloopbaanbegeleiders volgen trainingen en cursussen op het gebied van reflectiegesprekken voeren en coaching.

Burgerschapsonderwijs wordt meestal gegeven door docenten die ook een ander vak geven. De behoefte aan professionalisering en hoe deze het beste kan worden ingevuld, is nog erg onduidelijk. Kennisdeling in netwerken van docenten zou die professionalisering volgens de onderzoekers wel kunnen bevorderen.

Cultuurverandering

“Goede loopbaanoriëntatie en –begeleiding, en burgerschapseducatie vragen om andere vaardigheden. Dat impliceert een cultuurverandering en die heeft tijd nodig”, zegt Elfering. “Er gebeurt al heel veel, maar het gaat niet van vandaag op morgen. Geef mbo-instellingen daarom de tijd.”

Motie Tweede Kamer

Burgerschapsonderwijs staat sterk in de belangstelling. Zeker na de aanslagen in Brussel en Parijs die tot maatschappelijke tegenstellingen en soms heftige reacties bij studenten hebben geleid. Eind 2016 dienden de PvdA en het CDA een motie in om maatschappijleer, net als in het voortgezet onderwijs, in het mbo te verplichten. Een jaar eerder kwam Michel Rog van het CDA al met een motie om burgerschapsonderwijs in het mbo minder vrijblijvend te laten zijn. Die motie van Rog was aanleiding voor dit onderzoek door KBA Nijmegen en ResearchNed. Aan het onderzoek naar burgerschapsonderwijs in het mbo is LOB toegevoegd, vanwege de verwantschap tussen beide onderwerpen.

Elfering, S., Den Boer, P.D. &  Tholen, R. (2016). LOB en burgerschapsonderwijs in het mbo. Consortium 2B MBO. KBA Nijmegen, ResearchNed.

Dit onderzoek is uitgevoerd met subsidie van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Meer informatie