Eindrapport vernieuwde inspectietoezicht

De Radboud Universiteit en de Vrije Universiteit hebben van 2017 tot 2020 onderzoek gedaan naar het vernieuwde onderwijstoezicht. Waarbij eerst gekeken is naar de mechanismen die achter het vernieuwde toezicht zitten en daarna of deze mechanismen ook bijdragen aan onderwijskwaliteit. Ook is onderzocht hoe die mechanismen werken in de praktijk en of het vernieuwde toezicht door de inspectie bijdraagt aan de onderwijskwaliteit.

Het onderzoek is uitgevoerd omdat de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) hier inzicht in wilde hebben. Op 1 augustus 2017 hebben ze namelijk het vernieuwde onderwijstoezicht ingevoerd. Met het Vernieuwde Toezicht (VT) is de praktijk van het onderwijstoezicht aanzienlijk veranderd voor toezichthouders, schoolbesturen, schoolleiders en docenten. De leidende gedachte is dat het schoolbestuur van de onderwijsorganisatie eindverantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit, de kwaliteitszorg en het financieel beheer van het onderwijs (primair-, voortgezet-, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs).

Onderzoek
In de evaluatiestudie worden in drie deel projecten drie onderzoeksvragen beantwoord. In het eerste deelproject is de beleidstheorie achter het VT gereconstrueerd: een theorie over de veronderstelde relatie tussen toezicht, bestuurlijk handelen, veranderingsprocessen (mechanismen) en de beoogde effecten op de kwaliteit van het onderwijs door degenen die verantwoordelijk waren voor het VT (de IvhO en beleidsmakers). Deze beleidstheorie vormde het uitgangspunt voor het tweede en derde deelproject. In die projecten is nagegaan of de mechanismen uit de beleidstheorie bijdragen aan de onderwijskwaliteit en of toezicht op de mechanismen dan tot kwaliteitsverbetering leidt.

Samenvattend concluderen de onderzoekers:

  1. De beleidstheorie die ten grondslag ligt aan het VT gaat vooral uit van de wijze waarop het bestuur, in interactie met de omgeving, de onderwijskwaliteit verbetert. Er wordt echter onvoldoende recht gedaan het samenspel van processen binnen onderwijsorganisaties om onderwijskwaliteit te verbeteren.
  2. De nadruk op verbetering via het bestuur betekent dat de IvhO maar ten dele aangrijpt op processen die onderwijskwaliteit beïnvloeden.
  3. De effecten van het VT op onderwijskwaliteit zijn (nog) niet vast te stellen.
  4. De dubbele ambitie van het VT om te waarborgen en te stimuleren, en de onduidelijkheid in hoe beiden worden ingevuld, leidt in het veld tot onzekerheid en verwarring. Daardoor voelen niet alle besturen zich uitgenodigd om ‘het eigen verhaal te vertellen’, te investeren in ‘eigen aspecten van kwaliteit’ en invulling te geven aan de eigen besturingsfilosofie.

Het onderzoek wordt afgesloten met aanbevelingen voor de IvhO. Wilt u weten wat de de inspectie met deze aanbevelingen gaat doen? Dat leest u hier.

Meer weten?
Lees hier de volledige rapportage (pdf) 
Lees hier de brief naar de Tweede Kamer