Evaluatieonderzoek Passend Onderwijs: tweede artikelenbundel aangeboden aan de Tweede Kamer

In augustus 2014 werd passend onderwijs van kracht. Een veelomvattend beleid dat direct of indirect iedereen raakt die te maken heeft met po, vo of mbo. Om te onderzoeken welke impact het beleid heeft, is het Evaluatieonderzoek Passend Onderwijs opgezet.

Een aantal thema’s vormen samen de kern van passend onderwijs. Deze thema’s komen in verschillende onderzoeken steeds weer aan de orde. Aan de hand van een thema kunnen de bevindingen uit al het beschikbare onderzoek bij elkaar gebracht worden. In deze artikelenbundel, de tweede in een reeks van drie, staan de thema’s: toewijzing van ondersteuning en hulp op maat, dekkend aanbod en het schoolondersteuningsprofiel, en competenties en ondersteuning van leraren centraal.

Toewijzing van ondersteuning en hulp op maat

In het artikel over toewijzing van ondersteuning en hulp op maat laat Guuske Ledoux zien dat elk samenwerkingsverband de toewijzing van ondersteuning op eigen wijze organiseert, op basis van de keuzes voor middelenverdeling. Hierdoor zijn er verschillen tussen samenwerkingsverbanden maar er zijn geen aanwijzingen dat hierdoor ongelijkheid in toegang tot ondersteuning is ontstaan. Het is onduidelijk of hulp meer op maat is dan voorheen. Ervaringen van ouders op dit gebied zijn wisselend. De kwaliteit van de hulp is onder andere afhankelijk van vaardigheden van leraren.

Dekkend aanbod en het schoolondersteuningsprofiel

Als het gaat om ondersteuningsmogelijkheden spelen een dekkend aanbod en het schoolondersteuningsprofiel een belangrijke rol. Ed Smeets geeft in het artikel over deze onderwerpen aan dat er onduidelijkheid bestaat over wat een dekkend aanbod precies inhoudt. Duidelijk is wel dat er hiaten in het ondersteuningsaanbod zijn, bijvoorbeeld voor leerlingen met autisme die cognitief een havo/vwo niveau hebben. De meningen over het schoolondersteuningsprofiel zijn verdeeld. Het profiel speelt volgens sommigen een positieve rol in de communicatie met ouders en bij schoolontwikkeling. Vaak lijken de schoolondersteuningsprofielen binnen een samenwerkingsverband echter veel op elkaar en zij leveren daardoor geen bijdrage aan het realiseren van een dekkend aanbod.

Competenties en ondersteuning van leraren

Leraren schatten de eigen vaardigheden positief in, zo blijkt uit het artikel dat Ed Smeets en Guuske Ledoux samen schreven. Schoolleiders, intern begeleiders, ondersteuningscoördinatoren en leerlingen zijn ook positief. Lesobservaties laten evenwel zien dat er op het gebied van didactische vaardigheden nog verbetering mogelijk is. Leraren zijn minder positief als hen gevraagd wordt naar de mogelijkheden om passend onderwijs te bieden. Zij ervaren steun van de intern begeleider of ondersteuningscoördinator maar zouden graag extra handen in de klas willen, meer tijd en minder grote klassen. Ook is voor hen niet duidelijk welke middelen beschikbaar zijn, voor ondersteuning van leerlingen maar ook voor ondersteuning van henzelf.

Algehele conclusie

Uit de beschrijvingen van de drie thema’s tezamen blijkt dat voor sommige groepen leerlingen nog naar passende oplossingen wordt gezocht en dat voor alle leerlingen geldt dat de leraar een cruciale rol speelt bij de realisatie van passend onderwijs. Ondersteuning van leerlingen, maar ook van leraren, is nog in ontwikkeling en heeft tijd nodig.

In de tweede helft van april wordt de laatste artikelenbundel verwacht met de thema’s: onderwijs en jeugdhulp; besturen en financiën; alles over leerlingen.

Op 27 mei wordt het eindrapport van het evaluatieonderzoek gepubliceerd en aangeboden aan de minister.