Formatieve evaluatie in het curriculum

Formatieve evaluatie in het curriculum

Formatieve evaluatie kan binnen en tussen lessen ingezet worden, maar ook binnen onderwijsperiodes of over periodes heen. Maar als er binnen en tussen de lessen geen sprake is van formatief evalueren, dan zal het ook geen impact hebben op de langere termijn. Daarom is een samenhangend curriculum nodig, een curriculum waarin doelen, leeractiviteiten en toetsing goed op elkaar afgestemd zijn.

Samenhang in het curriculum

Een samenhangend curriculum vraagt om constructive alignment (constructieve afstemming), een bekende onderwijsterm die de Australische onderwijspsycholoog John Biggs in 1996 introduceerde. Hij bedoelde daarmee dat een leraar allereerst helder moet hebben wat leerlingen aan het eind van een schooljaar of bepaalde periode moeten kennen en kunnen. Op basis van die beoogde resultaten bepaalt de leraar welke leeractiviteiten leerlingen gaan uitvoeren. Tot slot stemt de leraar de toetsing weer af op zowel de doelen als de leeractiviteiten. Zo sluiten doelen, leeractiviteiten en wijze van toetsing in een curriculum dus naadloos op elkaar aan. Vanuit zo’n samenhangend curriculum bepaalt de leraar vervolgens hoe formatieve evaluatie wordt georganiseerd, zowel op de korte termijn als op de langere termijn.

Een-samenhangend-curriculum
Een samenhangend curriculum vraagt om een heldere aansluiting tussen doelen, leeractiviteiten en toetsingfeedback.

Heldere doelen

Als het goed is, wordt formatieve evaluatie verankerd in een samenhangend curriculum. Dat kan niet zonder het formuleren van heldere doelen. Daarbij is het van belang om leerlingtaal te gebruiken en leraartaal te vermijden (zie onderstaand voorbeeld uit het voortgezet onderwijs). Leraartaal – de taal die voor een leraar als expert vanzelfsprekend is – is voor leerlingen niet automatisch de taal die zij begrijpen en spreken. Dat wordt ook wel de kennisvloek genoemd.

Voorbeeld uit het voortgezet onderwijs: het beschrijven van een doel van leraartaal naar leerlingtaal.
Doel in taal leraar Doel in taal leerling

Leerlingen zijn in staat om in schrift een  empirisch, wetenschappelijk  verdedigbaar  onderzoek te ontwerpen en te beschrijven waarin de relaties tussen twee of meer variabelen kan worden beschreven.

Je wordt gevraagd een onderzoek voor te bereiden waarin je duidelijk maakt hoe de relatie is tussen twee of meer variabelen  (zoals tijd of temperatuur). Hoe je het onderzoek gaat ontwerpen en uitvoeren schrijf je op. Je schrijft ook op hoe je de procedures die je leert in de lessen over het doen van wetenschappelijk onderzoek hebt verwerkt in jouw onderzoek.

Naast het gebruiken van leerlingtaal, zijn er nog meer manieren om helderheid over doelen en inhouden te geven. Zo kunnen leraren hun leerlingen voorbeelden van de gewenste prestatie laten zien, zodat ze weten wat van hen wordt verwacht en wat criteria zijn voor succes. Of leerlingen krijgen een schematisch overzicht aan de start van een onderwijsperiode (een advance organiser zoals beschreven in Wijze lessen). In een dergelijk overzicht maakt een leraar duidelijk welke stof de leerlingen tijdens de lessen kunnen verwachten en waarom, zodat leerlingen ook de verbanden tussen de lessen en de lesinhouden over een langere periode zien.

Download het volledige overzicht, inclusief bronnen