Gemeenten goed op weg met implementatie van de Wet OKE

De Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) uit 2010 heeft geleid tot minder reguliere peuterspeelzalen, en meer voorzieningen die voorschoolse educatie aanbieden. Met name door de inzet van consultatiebureaus is er ook een actieve toeleiding van doelgroeppeuters naar die VVE-voorzieningen. 

Dat is een van de constateringen van onderzoekers van het Kohnstamm Instituut (UvA). Binnen het beleidsgerichte onderzoeksprogramma van het NRO keken zij hoe de Wet OKE in de praktijk heeft uitgepakt. Zij ontdekten het volgende:

Beleidsachtergrond

Historisch gezien zijn kinderdagverblijven en peuterspeelzalen twee vormen van kinderopvang met verschillende doelstellingen en doelgroepen. Eén van de centrale uitgangspunten van de Wet OKE is het streven om kinderdagverblijven en peuterspeelzalen meer op één lijn te krijgen. Daartoe zijn onder andere de kwaliteitseisen, de financiering en het toezicht in beide opvangvormen meer op elkaar afgestemd. De Wet OKE geeft hierbij de regie aan de gemeenten. Om vast te stellen hoe deze uitgangspunten gestalte hebben gekregen in de praktijk, voerden de onderzoekers een beleidsreconstructie uit en is de implementatie van de wet in twaalf gemeenten onderzocht.

Minder peuterspeelzalen, meer voorschoolse opvang

De Wet OKE heeft gezorgd voor een verbetering van de kwaliteit van reguliere peuterspeelzalen op de structurele kwaliteitskenmerken (leidster-kindratio, maximale groepsgrootte, personele kwalificaties) die de wet vraagt. In de onderzochte gemeenten is een omvorming gaande van peuterspeelzalen naar voorzieningen met voorschoolse educatie in een combinatie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Dit heeft geleid tot een vermindering van het aantal reguliere peuterspeelzalen, maar tegelijkertijd tot een ruimer aanbod van voorschoolse educatie.

Permanente scholing

De Wet OKE heeft in veel gemeenten geleid tot een uitbreiding van het professionaliserings- en scholingsaanbod. Er zijn scholingsnetwerken opgezet en deze zijn gekoppeld aan kwaliteitssystemen op instellings- en gemeentelijk niveau. Permanente scholing moet de kwaliteit van de peutervoorzieningen borgen.

Moeilijke overlegonderwerpen

De Wet OKE verplicht gemeenten tot overleg met bestuurlijke partners, zoals besturen van scholen en voorschoolse voorzieningen over doelgroepbepaling, toeleiding van doelgroepkinderen naar vve, overdracht en resultaten van vroegschoolse educatie. In alle bevraagde gemeenten staan deze, soms moeilijke, onderwerpen op de agenda. Hoe ver men is met de uitwerking ervan, verschilt per gemeente.

Nog niet klaar, maar blij met regie

Nog niet op alle onderdelen is de invoering van de Wet OKE gerealiseerd. Niet overal zijn voldoende vve-plaatsen beschikbaar voor doelgroepkinderen. Verder lukt het niet overal om te voldoen aan de eis van twee beroepskrachten op een groep of het realiseren van het verplichte aantal dagdelen of opvanguren voor doelgroepkinderen.
Gemeenten waarderen de vrijheid die ze bij de vormgeving van het vve-beleid hebben. Daarbij maken ze, onder andere in VNG-verband, graag gebruik van elkaars ervaringen.

Eén toezichtkader ontbreekt

Gemeenten (GGD) en de Inspectie van het Onderwijs hebben beide een toezichthoudende rol, al zijn hun taken volgens de Wet OKE niet identiek. Gemeenten werken aan een goede afstemming tussen beide vormen van inspectie. Een optie is om in de toekomst één toezichtkader te gebruiken.

Achtergrond bij het onderzoeksrapport

Dit onderzoek werd gefinancierd door de ProBO (voorheen BOPO), de beleidsgerichte programmaraad van het NRO, binnen het onderzoeksprogramma ‘Onderwijsachterstanden 2013-2014’.

> U kunt hier het rapport direct downloaden: Veen, A., Van Daalen, M. van, Blok, H. (2014). De Wet OKE. Beleidsreconstructie en implementatie in twaalf gemeenten.
> bekijk het bericht van het Kohnstamm Instituut
> Meer informatie over het onderzoek via Annemiek Veen: aveen@kohnstamm.uva.nl.