Investeren in leesmotivatie loont: het bevordert motivatie en leesvaardigheid

Leesmotivatieprogramma’s hebben een positief effect op leesmotivatie én op begrijpend lezen. Dat geldt zeker ook voor leerlingen die niet zo gemotiveerd zijn om te lezen, zoals zwakke lezers of middelbare scholieren. Vooral voor hen heeft het zin dit soort programma’s in te zetten, zo blijkt uit een reviewstudie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Deze bevinding is hoopgevend, vindt onderzoeker Roel van Steensel. “Er zijn bepaalde principes die leraren kunnen toepassen om de motivatie te verhogen. Daarmee kun je verschil maken voor leerlingen, ook voor de groep die moeite heeft met lezen.” De programma’s hadden bij middelbare scholieren meer effect op begrijpend lezen dan bij basisscholieren en hadden meer effect op de motivatie van zwakke lezers dan van gemiddelde lezers.

PISA

“Ook in het licht van het recente beleid om laaggeletterdheid terug te dringen, is dit positief”, zegt Van Steensel. Uit het op 6 december 2016 verschenen PISA-onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen ongeveer gelijk is gebleven. Maar het aantal laaggeletterde leerlingen (leerlingen die moeite hebben met lezen) is sinds 2003 gestegen van 11,5 naar 17,9 procent.

“Bij het actieprogramma Tel mee met Taal van de overheid is leesbevordering een van de speerpunten. Dit onderzoek toont aan dat stimuleren van leesmotivatie ook een positief effect heeft op leesvaardigheid en dus kan bijdragen aan het terugdringen van laaggeletterdheid.”

Aansluiten bij interesses

Leesmotivatieprogramma’s die het meest effectief zijn, benadrukken de redenen om te lezen en stimuleren het vertrouwen in eigen kunnen van leerlingen. Die principes kunnen leraren ook in hun eigen praktijk toepassen. Door aan te sluiten bij interesses van leerlingen bijvoorbeeld, of hun interesse voor een onderwerp te wekken. Of door hun autonomie te stimuleren – leerlingen beginnen meer gemotiveerd aan een taak als ze zelf een keuze hebben. En leraren kunnen de sociale motivatie van leerlingen aanwakkeren door ze te laten samenwerken. Als je met anderen praat over teksten, krijg je misschien meer zin om zelf te gaan lezen.

Zelfvertrouwen

Het zelfvertrouwen van leerlingen stimuleren, helpt dus ook. Dat kan door ze goede teksten aan te bieden die niet te moeilijk en niet te makkelijk zijn, en door feedback te geven en leesstrategieën aan te leren. Leerlingen krijgen zo het gevoel een leestaak goed aan te kunnen. Wanneer leerlingen daarnaast leren zichzelf doelen te stellen, kunnen ze een stap verder zetten in hun ontwikkeling. Leraren kunnen daarbij helpen door hun vorderingen met hen door te nemen: ‘Als je tekst 4 kunt lezen, kun je misschien ook tekst 5 lezen’.

Achterliggende theorie

Om deze principes goed toe te passen is het wel van belang dat leraren weten waaróm ze werken, dat ze bekend zijn met de achterliggende theorie. Programma’s die worden uitgevoerd door de onderzoekers blijken namelijk beter te werken dan wanneer leraren ze uitvoeren. En om aan te sluiten bij de interesses van leerlingen is een rijk en gevarieerd boekenaanbod nodig. Dat kan bijvoorbeeld met programma’s als De Bibliotheek op School, waarin scholen en bibliotheken samenwerken.

Van Steensel, R.C.M, Van der Sande, N.E., Bramer, W.M. & Arends, L.R. (2016). Effecten van leesmotivatie-interventies. Uitkomsten van een meta-analyse. Erasmus Universiteit Rotterdam.
Deze reviewstudie werd gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek binnen het onderzoeksprogramma Overzichtsstudies.

Meer informatie