Positie van ouders binnen de Regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF)

NWO-projectnummer:412-03-010
Titel onderzoeksproject:Onderzoek naar de positie van ouders in het LGF-beleid
Looptijd:01/09/2003 tot 23/11/2004
Status:Afgerond
Laatste bewerking:17/02/2016

Hoe ervaren ouders de aanmelding en de procedure voor de indicatiestelling?

In ongeveer de helft van de gevallen nemen ouders zelf het initiatief tot het aanvragen van een indicatie. Maar ook scholen of zorgaanbieders blijken dit regelmatig te doen. Ouders raken in een lastig parket als er in het voortraject onenigheid bestaat over de noodzaak van een indicatieaanvraag. Ze kunnen zich verplicht voelen een aanvraag te doen waar ze niet achter staan, of ze ervaren tegenwerking bij de samenstelling van het dossier. Over diverse elementen van de procedure bestaat bij ouders ontevredenheid, het meest over de tijd die de procedure in beslag neemt (ongeveer de helft van de ouders) en de ondersteuning die het REC biedt (ruim een kwart van de ouders). Nogal wat ouders vinden het aanmeldingsformulier moeilijk en ingewikkeld. Men moet vaak actief op zoek naar ontbrekende informatie. De informatievoorziening over de bezwaarprocedure ontmoet minder kritiek. Slechts tien procent van de ouders is hierover ontevreden. In elf gevallen (tien procent van de steekproef) is een negatieve indicatie afgegeven. Vijf ouderparen hebben bezwaar gemaakt, vier maal met succes. Een
ouderpaar wacht nog op de afhandeling.

Hoe krijgen ouders inzicht in het aanbod van regulier of speciaal onderwijs voor hun kind?

Informatie over de schoolsoorten krijgen ouders vooral van scholen en deskundigen buiten de school. Het REC, ouderorganisaties of andere ouders zijn als informatiebron van minder belang. Persoonlijke gesprekken betekenen voor ouders meer dan schriftelijke informatie. Schriftelijke informatie is vaak
ondoorzichtig, ook voor goed opgeleide ouders.

Waarop baseren ouders hun keuze voor regulier of speciaal onderwijs?

Bijna tachtig procent van de ouders meent een verantwoorde afweging te kunnen maken tussen speciaal en regulier onderwijs. Opvattingen van ouders ten aanzien van participatie en integratie in de samenleving spelen een belangrijke rol in de keuze die ouders maken. Maar in veel gevallen is de keuze minder vrij dan het lijkt. Soms zijn de beperkingen van het kind zo groot dat ouders een reguliere school onrealistisch vinden. In andere gevallen bezoekt het kind al een school en is er geen aanleiding een andere school te kiezen. Minder dan tien procent van de ouders bezoekt zowel een school voor speciaal als voor regulier onderwijs. Het grootste deel van de ouders (bijna 90 procent) is tevreden met de uiteindelijke keuze.

Hoe realiseren ouders de schoolkeuze en wat is hun bijdrage in het opstellen van het handelingsplan?

Bijna de helft van de ouders in onze onderzoeksgroep kiest voor regulier onderwijs met rugzak. Dat is beduidend meer dan vóór de Regeling LGF, toen ongeveer een op de vijf doelgroepleerlingen met ambulante begeleiding in het regulier onderwijs verbleef. Maar voor een betrouwbare schatting van het aantal leerlingen met beperkingen dat aan het regulier onderwijs gaat deelnemen, is de onderzochte periode te kort geweest en mogelijk is in deze eerste periode ook een specifieke groep leerlingen geïndiceerd. Hoewel de opstelling van een handelingsplan verplicht is, meent 25 procent van de ouders dat zo’n plan er niet of nog niet is. Als het plan er wèl is, geeft het volgens de meeste ouders voldoende informatie. Veel scholen hanteren geen heldere procedure bij het opstellen van het handelingsplan. Ondanks deze tekortkomingen is 85 procent van de ouders tevreden over de mogelijkheden bij te dragen aan het opstellen van het handelingsplan.

Hoe oordelen ouders over hun veranderde positie?

Ongeveer driekwart van de ouders heeft zich vrij gevoeld in de keuze tussen regulier en speciaal onderwijs. Beperkingen liggen onder meer in het feit dat scholen soms niet bereid zijn een leerling met beperkingen op te nemen. Elf procent van de ouders heeft een weigering door een school voor regulier onderwijs meegemaakt. Een kwart van de ouders meent onvoldoende zicht te hebben op het onderwijs dat hun kind krijgt. Ook uit de verdiepende studie komt naar voren dat ouders zich slecht op de hoogte achten van het aangeboden onderwijs.

Conclusies en aanbevelingen

De Regeling LGF beoogt de positie van ouders van kinderen met beperkingen te versterken. Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken, maar de eerste uitkomsten geven aan dat de positie van ouders daadwerkelijk sterker is geworden. Ouders spelen een actieve rol in de indicatieprocedure, ze maken in voorkomende gevallen gebruik van de bezwaarprocedure, ze laten hun visie op integratie en participatie in de samenleving meewegen bij de schoolkeuze, ze kiezen vaak voor het reguliere onderwijs (met rugzak) en ze voelen zich betrokken bij het opstellen van het handelingsplan. Over de belangrijkste elementen in de procedure bestaat bij een meerderheid van de ouders tevredenheid. Toch zijn er natuurlijk ook nog wel problemen. Wij vragen aandacht voor drie punten.
Het eerste punt betreft het functioneren van de REC’s. Deze instellingen bieden volgens de ouders in deze eerste periode onvoldoende ondersteuning aan de ouders. Bij ouders bestaat onduidelijkheid over onder meer het te volgen traject, over de indicatiecriteria en over de wettelijke taken van de REC’s. Lastige situaties treden op als niet op voorhand duidelijk is binnen welk cluster een indicatieaanvraag ingediend moet worden, of als ouders en deskundigen (inclusief de school) van mening verschillen over de noodzaak een indicatie aan te vragen. Het lijkt daarom van belang dat de REC’s zich richting ouders duidelijker profileren wat betreft hun taken en diensten. De functie van ouderconsulent dient verder te worden ontwikkeld, opdat ouderconsulenten een effectieve bron van informatie en steun voor ouders kunnen zijn. Van belang is dat ouderconsulenten een gedifferentieerd aanbod ontwikkelen. Ouders verschillen nu eenmaal sterk in hun behoefte aan ondersteuning.
Het tweede punt betreft de positie van ouders bij het opstellen van het handelingsplan. Weliswaar zijn de meeste ouders tevreden over hun bijdrage aan het handelingsplan, maar ook blijkt dat veel ouders hieraan slechts een passieve bijdrage leveren. Tussen scholen en ouders kunnen grote verschillen bestaan wat betreft expertise. Dat kan ertoe leiden dat ouders zich passief opstellen en tóch tevreden zijn. Maar tegelijkertijd is dat natuurlijk niet de bedoeling van de wetgever geweest. De Regeling LGF voorziet in een actieve opstelling van ouders, óók bij het handelingsplan. Het is daarom goed als scholen zich niet alleen realiseren dat er een competentieverschil bestaat, maar zich vervolgens ook inspannen om dit verschil te overbruggen. Een mogelijkheid hiervoor is het vooraf bespreken van keuzemogelijkheden met de ouders waarna de gemaakte keuzes worden uitgewerkt in een meer concreet handelingsplan.
Het derde punt betreft de opstelling van de ouders. Voor het slagen van de Regeling LGF is het van belang dat de betrokken ouders hun mogelijkheden tot grotere verantwoordelijkheid en inbreng daadwerkelijk willen benutten. In het huidige onderzoek zijn de wensen van ouders op dit vlak niet rechtstreeks onderzocht. Alleen indirect, via gesprekken over hun ervaringen, bleek ons dat niet alle ouders behoefte hebben aan een inbreng. Voor sommige ouders betekent de Regeling LGF een aanzienlijke verzwaring. Nader onderzoek naar de wensen en de mogelijkheden van ouders is van belang. Tegelijkertijd bepleiten wij dat de betrokken instellingen zich realiseren dat ouders maatwerk nodig hebben. Dat betekent dat REC’s en scholen aandacht moeten hebben voor wensen van ouders en dat ze hun aanbod daar zo goed mogelijk op moeten afstemmen. Het huidige onderzoek heeft geleerd dat nog lang niet alle participanten hiervan voldoende doordrongen zijn.

Deze tekst is overgenomen uit de samenvatting van het eindrapport; zie bij Publicatie(s) hieronder.

Projectleider(s)

NaamInstellingE-mail
Dr. T.T.D. PeetsmaUniversiteit van Amsterdamt.t.d.peetsma@uva.nl

Projectuitvoerder(s)

NaamInstellingE-mail
Dr. H. BlokUniversiteit van Amsterdamh.blok@uva.nl
Dr. E. RoedeUniversiteit van Amsterdam
Dr. M.M. VergeerUniversiteit van AmsterdamM.M.Vergeer@uva.nl

Publicatie(s)

Relevante links(s)