Kenmerken van leerlingen in het speciaal basisonderwijs

Vanuit het speciaal basisonderwijs (sbo) kwamen enige tijd geleden signalen dat hun leerlingen de laatste jaren steeds later instromen, met als gevolg dat het voor het sbo moeilijker wordt om nog een positieve invloed op hun ontwikkeling te hebben. Verder ervaren sbo-scholen dat de problemen van leerlingen die instromen in het sbo geleidelijk zwaarder worden, waardoor het eveneens moeilijker wordt om goede resultaten te behalen en leerlingen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs. Tegelijkertijd bestaat in het sbo-veld de indruk dat het hen niettemin lukt om hun leerlingen succesvol te laten zijn in het voortgezet onderwijs, mogelijk meer dan het geval is bij leerlingen met vergelijkbare ondersteuningsbehoeften die uitstromen vanuit het regulier basisonderwijs.

In dit onderzoek, dat deel uitmaakt van de landelijke Evaluatie Passend Onderwijs, zijn deze signalen onderzocht.

De verwachting van het SBOwerkverband dat recent vanaf 2015 de leerlingen steeds later instromen in het sbo komt uit. Maar in de zeven schooljaren daarvoor is er juist een flinke daling van de instroom van oudere leerlingen geweest. De verwachting dat oudere instromers kwetsbaardere leerlingen zouden zijn komt niet uit. Ook is gekeken naar het succes in het vo van de leerlingen die het sbo verlaten. De veronderstelling vanuit het sbo-veld was dat leerlingen afkomstig uit het sbo succesvoller zouden zijn dan hun evenknieën uit het regulier basisonderwijs. Dit blijkt niet het geval. Integendeel, de leerlingen uit het sbo zijn in het vmbo minder succesvol.