Is het goed om kleur te benoemen?

Vragensteller en kennismakelaar in gesprek

Cordula Rooijendijk, directeur Montessori De Amstel in Amsterdam, heeft al een aantal vragen aan de Kennisrotonde voorgelegd. Deze keer vroeg zij zich af hoe scholen kunnen voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie. Kennismakelaar Edith van Eck, onderzoeker bij het Kohnstamm Instituut, zocht samen met haar collega Merlijn Karssen in de literatuur naar een antwoord. Een dubbelinterview.

Cordula: “Aanleiding was de documentaire Wit is ook een kleur van Sunny Bergman. Is het goed om kleur te benoemen of juist niet? Wij hadden het idee dat je dat niet expliciet moest doen. Want iedereen is anders en wat is dan de meerwaarde van het benoemen.

“Die vraag hebben we voorgelegd aan de Kennisrotonde via de website. Vervolgens nam kennismakelaar Edith van Eck contact met me op voor een zogenoemd vraagarticulatiegesprek om de vraag wat nauwkeuriger te krijgen.”

Cordula Rooijendijk, directeur Montessori De Amstel in Amsterdam

Edith: “Bij het beantwoorden van de vraag heb ik een collega betrokken, Merlijn Karssen, die expertise heeft op dit terrein. Essentieel is dat je als kennismakelaar goed luistert en je verdiept in het praktijkprobleem, én dat je nadenkt over mogelijke verbinding met onderzoekskennis.

“Het dilemma van de school was of ze verschillen moeten negeren of juist benoemen, met wellicht als risico dat je ze daarmee uitvergroot. Maar het eigenlijke probleem bleek dat de school merkte dat kinderen in stereotypen denken.”

Wat kwam er uit het onderzoek?

Cordula: “Onderzoek laat zien dat het wel goed is om verschillen te benoemen, omdat kinderen al op jonge leeftijd onderscheid maken.”

Edith van Eck kennisrotonde
Edith van Eck, kennismakelaar bij de Kennisrotonde

Edith: “Dat vonden wij ook verrassend, dat kinderen al zo jong stereotiepe beelden en oordelen ontwikkelen. Dan kijk je verder: hoe komt dat? Wat is er aan te doen en werkt dat? Dat is waarvoor scholen je benaderen. Niet voor een analyse, maar ook voor een aanpak. De contacten tussen onderzoekers en scholen worden via de Kennisrotonde intensiever. Onderzoek en praktijk komen zo dichter bij elkaar.”

Wat ga je met het antwoord doen?

Cordula: “Van de Kennisrotonde krijg je een antwoord dat je moet vertalen naar de eigen schoolpraktijk. Dat hebben we gedaan. We hebben het antwoord in de teamvergadering besproken en vervolgens met leerkrachten een groep ‘diversiteit’ opgezet. We zijn met een groot project begonnen, van kleuters tot bovenbouw, om diversiteit aan de orde te stellen. Diversiteit naar kleur, seksuele geaardheid, diverse culturen et cetera.”

Edith: “Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat je verschillen niet moet negeren maar benoemen. En dat daarvoor allerlei aanknopingspunten zijn in de school – het spelmateriaal, de boeken – en breder in het pedagogische klimaat. Die kennis is ook bruikbaar voor andere scholen.”

Hoe helpt het antwoord bij het maken van verdere keuzes?

Cordula: “We doen praktische aanpassingen in de school, zoals meer boeken over diversiteit – want de prinses is altijd blank, gek genoeg. In onze poppenhoek hadden we al verschillende soorten poppen. We zijn ons bewust van wat we kinderen meegeven. Wij willen kinderen zo opvoeden dat ze goed mogelijk met elkaar kunnen samenleven als ze groot zijn.

“Onze populatie is redelijk gemengd voor een Montessorischool, daarom willen we, naast de leraren, ook ouders inzetten als rolmodel..”

Zou je andere onderwijsprofessionals de Kennisrotonde aanraden?

Cordula: “Ik vind de Kennisrotonde een prachtig initiatief. Je dient een vraag in en er wordt gekeken wat er over bekend is in bestaand onderzoek. Dit is precies wat we in Nederland nodig hebben. Er is veel onderzoek, maar dat komt te weinig terecht bij de scholen. Mensen in de praktijk hebben bovendien de tijd niet om alles te bestuderen. Onderzoek zou ook vaker kunnen worden ingegeven door wat er op school speelt.”

Lees hier het antwoord op de vraag die Cordula Rooijendijk, directeur Montessori De Amstel in Amsterdam stelde: “Hoe kunnen scholen voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie?