Wat zijn effectieve aanpakken van leerachterstanden in het leerwegondersteunend onderwijs?

 VO | Leer- & gedragsproblemen

Bij leerwegondersteunend onderwijs wordt veelal gekozen voor klassenverkleining. Uit internationaal onderzoek weten we dat klassenverkleining effect heeft op leerlingprestaties, maar dat die effecten niet groot zijn. Klassenverkleining in combinatie met meer individuele aandacht van de leraar, leidt wel tot betere leerresultaten.

Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) is bedoeld voor leerlingen die voldoende capaciteiten hebben om een vmbo-diploma te halen, maar daar extra begeleiding bij nodig hebben. Tot op heden heeft er geen wetenschappelijk onderzoek plaatsgevonden naar een effectieve aanpak van leerachterstanden in het lwoo. De invulling van het lwoo is een zogenoemde ‘blackbox’. Een school kan namelijk zelf bepalen hoe zij de lwoo-gelden besteedt. Hier zijn geen richtlijnen voor. Wel onderzocht is in welke vorm lwoo wordt gegeven en hoe effectief klassenverkleining is, de meest voorkomende vorm van lwoo.

Ondersteuning in het lwoo

Vmbo-scholen bieden veel verschillende vormen van ondersteuning in het lwoo. Afdelingen vmbo-bk met lwoo-licentie werken vrijwel allemaal met klassenverkleining in de onderbouw (98 procent) en in overgrote meerderheid ook in de bovenbouw (74 procent). Voor afdelingen vmbo-t geldt dit minder. In de onderbouw werkt de meerderheid wel met klassenverkleining (61 procent), in de bovenbouw is dat nog een kleine minderheid (16 procent). Daarnaast zetten verreweg de meeste scholen met licentie extra uren in voor de mentor of zorgcoördinator. En ze maken gebruik van een zorgadviesteam of andere specialistische ondersteuning. Daarnaast gebruiken scholen het geld in veel gevallen voor ondersteuning van het leerproces (bijvoorbeeld remedial teaching) of voor extra taal- of rekenonderwijs.

Effectiviteit van klassenverkleining

De meest voorkomende maatregel in het kader van lwoo is klassenverkleining. Volgens omvangrijke metastudies worden significante verschillen gevonden tussen kleine en grote klassen. Vooral uit kwalitatief goede studies blijkt een duidelijke relatie tussen klassengrootte en leerling­prestaties. Die relatie gold voor verschillende schoolvakken, voor kinderen van verschillend intelligentieniveau en bleek vooral sterk te zijn in het voortgezet onderwijs.

Hoewel klassenverkleining wel degelijk een positief effect heeft op leerresultaten, is het effect weinig betekenisvol in vergelijking met andere maatregelen. Een verklaring voor dit kleine effect is dat leraren hun didactische aanpak niet afstemmen op de kleinere klassen. Ze blijven op dezelfde manier lesgeven als voorheen en maken dus onvoldoende gebruik van de mogelijkheden die kleine klassen bieden.

Samenhang klassengrootte en leraargedrag

Een studie naar de samenhang tussen klassengrootte en leraargedrag laat zien dat leerlingen in kleinere klassen meer individuele aandacht krijgen van de leraar. Ook is de interactie tussen leraren en leerlingen intensiever. Dit is een relevante bevinding voor het lwoo, om twee redenen. In de eerste plaats is deze studie uitgevoerd in het voortgezet onderwijs, In de tweede plaats blijkt dat vooral kinderen met een lager prestatieniveau voordeel hebben van een kleine klas. Dit betekent dat de groep lwoo-leerlingen meer dan gemiddeld profiteert van klassenverkleining.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Invulling van lwoo in het vmbo

Schoolloopbanen van leerlingen met lwoo

Andere relevante Kennisrotonde-antwoorden:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Hebben klassen met meer dan dertig leerlingen een negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen, met name kleuters? En zijn er afspraken over het maximum aantal leerlingen?
 PO | VO | Professionalisering | Leer- & gedragsproblemen | Schoolorganisatie | Ook interessant
Er zijn geen recente (wetenschappelijke) onderzoeken voor de Nederlandse situatie bekend, waaruit blijkt dat grote klassen een negatieve invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling of de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs. Hiermee is overigens niet gezegd dat de groepsgrootte niet van invloed is op de ontwikkeling van kinderen. Op dit moment zijn er in Nederland geen afspraken gemaakt over het maximum aantal leerlingen per groepsleerkracht.
Lees verder
Wat is bekend over de relaties tussen groepsgrootte, werkbeleving van docenten en effecten bij studenten in het mbo?
 MBO | Motivatie | Schoolorganisatie | Werkdruk
Het effect van groepsgrootte staat meestal niet op zichzelf. Andere factoren spelen ook een belangrijke rol, waaronder leerling- en groepskenmerken, de aard van het onderwijs en het handelingsrepertoire van de docent. Binnen dit complex van factoren zullen de groepsgrootte, didactische aanpak en behoeften en (achtergrond)kenmerken van studenten goed op elkaar moeten aansluiten. Het werken met subgroepjes lijkt daarbij wenselijk.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag