Hoe kunnen zaakvaklessen aansluiten bij de cognitieve capaciteiten van nieuwkomers?

 PO | Gelijke kansen | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken

Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.

Wanneer anderstalige leerlingen het Nederlandse onderwijs binnenkomen, is het van belang na te gaan of ze kunnen lezen, schrijven en rekenen, en welke vakinhoudelijke kennis zij al hebben. De kennis die zij in hun moedertaal hebben, dient als kapstok om nieuwe kennis op te doen.

Door anderstalige leerlingen vervolgens stapsgewijs bij de reguliere lessen te betrekken, kunnen zij na verloop van tijd succesvol integreren in het onderwijs. Ze kunnen bijvoorbeeld eerst 25% van de tijd meedoen met de meest toegankelijke activiteiten. In stappen wordt hun betrokkenheid vergroot. Uiteindelijk doen ze altijd mee aan de reguliere lessen, al dan niet met taalondersteuning en met een gedifferentieerd aanbod.

Leerlingen betrekken bij de zaakvakken

Een manier om anderstalige leerlingen bij de zaakvakken te betrekken, is door niet-talig lesmateriaal te gebruiken, zoals een niet-talige rekenmethode. Door de lesstof te versimpelen en/of moeilijk lesmateriaal over te slaan, kan de leerkracht de lesstof toegankelijker maken. Het is beter dit niet te lang te doen, anders bestaat de kans dat leerlingen niet voldoende uitgedaagd worden.

Door de belangrijkste woorden uit een les vooraf te onderwijzen, vormen de woorden tijdens de les een minder grote barrière. Andere talen gebruiken – bijvoorbeeld Engels als leerlingen dat spreken – kan helpen om vakinhoudelijke kennis te leren. Leerkrachten kunnen leerlingen bij de zaakvakken betrekken door hen met niet-talige opdrachten (zoals plaatjes) een antwoord in hun moedertaal te laten formuleren en dat naar het Nederlands vertalen. Het gebruik van andere talen staat de ontwikkeling van het Nederlands niet in de weg.

Ook coöperatieve werkvormen waarbij de leerkracht en leerling met elkaar samenwerken, blijken effectief voor de verwerving van zowel de taal als de inhoud. De leerkracht kan wel in het Nederlands uitleggen: als leerlingen het Nederlands nog niet kunnen gebruiken, kunnen zij het vaak wel begrijpen.

Taalontwikkeling in de zaakvakken

Bij het leren van Nederlands is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de dagelijkse taalvaardigheid en de schoolse taalvaardigheid. De schoolse taalvaardigheid heeft een positieve invloed op de (school)ontwikkeling van kinderen. Anderstalige leerlingen vinden het lesprogramma doorgaans interessant en ze vinden dat het een rijke taalcontext biedt. Door anderstalige leerlingen mee te laten doen aan het reguliere lesprogramma wordt de schoolse taalvaardigheid gestimuleerd.

De taalontwikkeling van een nieuwkomer kan op verschillende manieren worden bevorderd. Door bijvoorbeeld feedback te geven op de inhoud en correctheid van het taalgebruik, en door de leerling aan te moedigen het antwoord te herformuleren. Ook stimulerend is hoge verwachtingen van leerlingen te hebben. En leerkrachten kunnen het taalaanbod steeds iets moeilijker maken en de leerlingen uitdagen steeds beter en complexer Nederlands te formuleren.

De rol van de school en het lerarenteam

Het duurt meerdere jaren voordat leerlingen hun schoolse taalvaardigheden hebben ontwikkeld. Daarom is een meerjarig taalbeleid noodzakelijk, met een duidelijke visie op taalonderwijs en het bevorderen van de taalvaardigheid door integratie in de andere schoolvakken. Om leerlingen optimaal te ondersteunen, moeten leraren positief zijn over meertaligheid en eventuele vooroordelen loslaten. Ook is het belangrijk dat leraren toegang hebben tot kennis over en didactiek van tweedetaalverwerving. Daarvoor kan worden samengewerkt met bijvoorbeeld de gemeente en andere scholen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Claire Goriot (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag