Welke motieven bepalen de keuze van vwo-ers voor kunst- en cultuuraanbod in de onderbouw?

 VO | Schoolloopbaan | Schoolorganisatie

Een algemeen keuzemotief voor leerlingen is of een onderwijsaanbod bijdraagt aan hun schoolloopbaan. Verder vinden ze dat een aanbod moet aansluiten bij hun capaciteiten en interesses. Over motieven van leerlingen specifiek voor het kunst- en cultuuraanbod in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is weinig bekend. Net als bij andere schoolloopbaankeuzes is het belangrijk dat leraren een realistisch beroepsbeeld schetsen en aangeven wat de toegevoegde waarde van het kunst- en cultuuraanbod is.

Kunst- en cultuuronderwijs in de onderbouw van het voortgezet onderwijs richt zich op maatschappelijke aspecten, persoonlijke vorming en voorbereiding op vervolgopleidingen. Veelal gaat het om afzonderlijke projecten en vakken als muziek, dans, drama en beeldende kunst. Sommige scholen werken met geïntegreerde leergebieden. In de bovenbouw van havo en vwo is het vak culturele en kunstzinnige vorming verplicht en kunnen leerlingen een kunstvak als examenvak kiezen.

Uiteindelijke profielkeuzes

Vwo-leerlingen kiezen in de bovenbouw veel minder vaak voor de maatschappijprofielen en meer voor de natuurprofielen dan havo-leerlingen. Omgekeerd kiezen havo-leerlingen vaker voor de profielen economie en maatschappij, en cultuur en maatschappij. Zowel havo- als vwo-leerlingen laten het profiel cultuur en maatschappij steeds meer links liggen. De belangstelling voor natuur en techniek en voor natuur en gezondheid neemt juist toe.

Keuzemotieven bij de start van het voortgezet onderwijs

Naast het schooladvies was lange tijd denominatie een belangrijke factor bij de keuze van een school voor voortgezet onderwijs. Inmiddels wegen andere motieven zwaarder: reisafstand, pedagogisch-didactische visie van de school en bijzondere kenmerken. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om vernieuwingsscholen, een technasium, scholen met tweetalig onderwijs of een kunst- en cultuurprofiel. Steeds meer scholen profileren zich met zo’n specifiek onderwijsconcept. Vooral hoogopgeleide ouders kiezen voor een dergelijke school. Basisschoolleerlingen zelf kijken meer naar sfeer, veiligheid en oordelen van klasgenoten bij het kiezen van een middelbare school. Overigens verschillen brugklassers sterk in de mate waarin ze thuis of in het basisonderwijs met kunst en cultuur in aanraking zijn gekomen.

Keuzemotieven in de onderbouw van het vwo

Er is geen onderzoek gedaan naar overwegingen specifiek voor het kiezen van kunst- en cultuuraanbod in de onderbouw van het vwo. Uit onderzoek naar andere keuzemomenten in het voortgezet onderwijs – keuze voor een school, vakken en profiel – zijn wel factoren af te leiden die mogelijk eveneens gelden bij de keuze voor een kunst- en cultuuraanbod. Zo blijken de interesses en capaciteiten van leerlingen een grote rol te spelen. Ook ouders, die grote invloed hebben op de keuzeprocessen van hun kind, vinden aansluiting bij de interesses van hun kind belangrijk. Verder kijken leerlingen naar toekomstige studieopties. Dat kan betekenen dat aankomende vwo-leerlingen mogelijk weinig interesse en/of capaciteiten hebben op het terrein van kunst en cultuur. Of dat ze het idee hebben dat een dergelijk aanbod weinig bijdraagt aan hun schoolloopbaan.

Beroepsbeeld

Leerlingen hebben vaak een onjuist of onvolledig sekse-stereotype beeld van een beroep. Dat zet het belang dat ze hechten aan hun schoolloopbaan in een ander daglicht. Hier ligt voor leraren een essentiële taak. Zij moeten een realistisch beeld schetsen van beroepen en toekomstmogelijkheden, en duidelijk aangeven welke bijdrage het kunst- en cultuurprofiel kan leveren. Leraren kunnen, in samenwerking met vertegenwoordigers van het beroepenveld, leerlingen kennis laten maken met verschillende aspecten van beroepen. Dit is al mogelijk bij de voorlichtingen voordat de leerlingen hun schoolkeuze maken.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Over CultuurProfielScholen:

Over cultuur op school en in de vrije tijd:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Monique Dijks, Feline Nieuwkoop (antwoordspecialisten), Niek van den Berg en Ruud van der Aa (kennismakelaars Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - onderwijsassistent

Gerelateerde vragen:

Draagt economieonderwijs aan de hand van beroepscontexten bij aan beroepsbeelden van vmbo-leerlingen?
 LERARENOPLEIDING | VO | Vakken | Ook interessant
Onderwijs aan de hand van beroepscontexten draagt vermoedelijk bij aan de ontwikkeling van beroepsbeelden bij leerlingen in het vmbo. Vooral als leerlingen zelf actief daaraan deelnemen, lijkt dat het geval. Dit geldt voor alle vakken op de verschillende niveaus in het voortgezet onderwijs. Het meeste onderzoek naar de rol van beroepscontexten hierin is echter kleinschalig van aard. Ze zijn ook veelal uitgevoerd buiten schooltijd, zoals zomerkampen en naschoolse programma’s.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag