Afstandsleren: wat werkt wel en wat niet?

 VOLWASSENENEDUCATIE | MBO | HO | SECTOROVERSTIJGEND | ICT

Wanneer scholen noodgedwongen geen lessen kunnen geven in hun fysieke leeromgevingen, is de vraag welke alternatieven er zijn om leerlingen effectief te ondersteunen in hun ontwikkeling.
Dit is dit voorjaar 2020 een urgent vraagstuk. Naar aanleiding van een vraag van een mbo-school zoekt de Kennisrotonde uit wat er in eerder onderzoek bekend is over werkzame kenmerken van afstandsleren. Vooruitlopend op de nadere uitwerking van dit antwoord (in mei 2020 beschikbaar), laten we hieronder zien wat we weten op basis van eerdere Kennisrotonde-antwoorden.

Onder andere Kennisnet en Open Universiteit zijn al actief ingesprongen op de actualiteit.
De pagina Scholen tijdelijk dicht door Coronavirus van Kennisnet wordt regelmatig aangevuld met tips voor leraren over waar ze verschillende hulpmiddelen kunnen vinden. Op de pagina Digitale didactiek van de OU zijn onder meer gratis te volgen modules over online onderwijs te vinden. Muiswerk biedt gratis licenties voor po- en vo-scholen. Ook stellen diverse educatieve uitgeverijen (bijvoorbeeld Zwijssen, Malmberg, Delubas, Vanin) momenteel online-materialen van methoden gratis beschikbaar voor leraren en hun leerlingen, zodat leerlingen thuis kunnen oefenen.

Communicatie, flexibiliteit en autonomie zijn succesfactoren van afstandsleren

Uit onderzoek naar afstandsonderwijs komt naar voren dat de leeropbrengst ervan afhankelijk is van drie factoren (Kennisrotonde, 2017a).
Ten eerste is constructieve, ­­leerdoelgerichte communicatie tussen docenten (of digitaal leermiddel) en lerenden nodig, oftewel een effectieve interactie van vragen, antwoorden, aanwijzingen en tips. Feedback en complimenten geven luistert nauw, zoals ook blijkt uit onderzoek naar de inzet van games (zie kader).

Lukraak complimenten geven werkt niet

Online leeromgevingen zoals games, kunnen door de beloningsmechanismen die erin zitten, lerenden in eerste instantie zeker extra motiveren en stimuleren. Om echter de flow te behouden is een balans tussen uitdaging, belonen en leren nodig. Feedback, vooral ook in digitale leeromgevingen, is het liefst persoonlijk en inhoudelijk, en (zeker bij jongere kinderen) meer gericht op de inzet en de taak dan op de prestatie of uitkomst (Kennisrotonde, 2016a).

Om docenten en lerenden in staat te stellen om bij afstandsleren te communiceren met elkaar zijn er steeds meer (digitale) faciliteiten beschikbaar, zoals leren via Teams of Zoom, in een virtuele klas. Soms zetten docenten ook lessen online. De Kennisrotonde heeft over dit soort leeromgevingen nog geen kennisvragen beantwoord.

Een andere mogelijkheid tot communicatie op afstand is de inzet van WhatsApp of sociale media. Dit kan de betrokkenheid van studenten vergroten en ervoor zorgen dat ze meer met leren bezig zijn (Kennisrotonde, 2018).

Naast communicatie als eerste succesfactor voor afstandsleren, is ten tweede een flexibele curriculumstructuur nodig waarin leerdoelen, opdrachten en toetsen kunnen worden aangepast aan de behoeften van lerenden (adaptief onderwijs). Digitale leermiddelen kunnen daarbij ondersteunen (zie verderop).

Ten derde is het belangrijk dat lerenden beschikken over een bepaalde mate van autonomie. Ze moeten het gevoel hebben dat ze zeggenschap hebben over het leren (Kennisrotonde, 2017a). Ze moeten bovendien over voldoende vaardigheden beschikken om daadwerkelijk en effectief zelfsturend te zíjn. Hun kennis, ervaring, leeftijd en rijpheid bepalen of ze hiertoe in staat zijn. Leraren kunnen zelfsturing op verschillende manieren ondersteunen. De Kennisrotonde beantwoordde diverse vragen op dit vlak, die in het overzicht Zelfsturing te vinden zijn.

Illustratief voor het belang van zelfsturend vermogen bij afstandsleren en online leren zijn programma’s voor het leren van een tweede taal zonder dat er een docent aan te pas komt. Zo zijn er allerlei taalapplicaties voor smartphone of tablet. Daarnaast zijn er ook volledig digitale leeromgevingen waarmee iemand op de computer modules kan doorlopen. Voor bepaalde vaardigheden en voor hoger opgeleide volwassenen (een groep met doorgaans veel zelfsturend vermogen) lijkt dit effectief, in andere situaties zijn en blijft de betrokkenheid van docenten nodig (Kennisrotonde, 2019).

Digitale leermiddelen dragen bij aan maatwerk en zelfstandig werk, maar kunnen doorgaans niet zonder docent

Leraren kunnen in online leeromgevingen onder meer digitale leermiddelen inzetten (dit kan uiteraard ook in een fysieke klas). Digitale leermiddelen (bijvoorbeeld op een computer of tablet) stellen leerlingen in staat zelfstandig te werken aan adaptieve leertrajecten die aansluiten bij hun individuele leerbehoeften. Ze maken opgaven op hun (beoogde) niveau en krijgen direct na het maken van een opgave feedback. Verder wordt de moeilijkheidsgraad van de volgende opgaven automatisch aangepast aan het niveau van de leerling. Zo is het mogelijk om leerlingen pas na voldoende beheersing van een onderdeel door te laten gaan naar een volgend onderdeel. Bijvoorbeeld Muiswerk Flexi biedt veel lesmateriaal, formatieve toetsjes, effectieve instructies en feedback aan.

Ondanks de mogelijkheden van digitale leermiddelen om leerlingen te begeleiden, blijven leraren nodig. Ten eerste zijn ze nodig om de leerdoelen te bepalen en te bespreken met de leerlingen. Ook is het belangrijk dat leraren (via de digitale leermiddelen) de voortgang van leerlingen monitoren en evalueren of de leerdoelen worden gehaald. Bijvoorbeeld het oefenprogramma Snappet stelt leraren in staat om te zien wat kinderen thuis doen en om bij problemen feedback geven. Leraren zijn belangrijk om naar oorzaken van problemen te zoeken en zo nodig actie te ondernemen, bijvoorbeeld met aanvullende aangepaste instructie (Kennisrotonde, 2016b). In een volledig online omgeving zal die aangepaste instructie dus ook online moeten plaatsvinden.

Een aandachtspunt is dat leraren soms moeite hebben met het interpreteren van de gegevens van de digitale leermiddelen en het inzetten daarvan voor het beoogde maatwerk. Een ander aandachtspunt is de aansluiting tussen digitale leermiddelen en de standaardtoetsen (Kennisrotonde, 2017b). Met de toename van interactieve oefenmaterialen en methodegebonden software van uitgevers (waaronder oefenprogramma’s als Snappet, Oefenweb en Muiswerk) lijkt de aansluiting tussen gebruikelijke en digitale leermiddelen te verbeteren (Kennisrotonde, 2016b).

Meer weten?

Het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen, wordt in mei 2020 gepubliceerd.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VOLWASSENENEDUCATIE, MBO, HO, SECTOROVERSTIJGEND

Vraagsteller
mbo-instelling - docent

Gerelateerde vragen:

Welke fasen en werkvormen van het directe instructiemodel zijn effectief bij afstandsonderwijs?
 PO | Differentiatie | ICT | Ook interessant
De effectiviteit van het directe instructiemodel bij afstandsonderwijs in het primair onderwijs is niet onderzocht. Wel hebben experts adviezen gegeven over toepassing ervan, naar aanleiding van de covid-19-uitbraak. Zij zien goede mogelijkheden voor digitale toepassingen van verschillende fasen en werkvormen van het model. Leerkrachten moeten dan wel interactie met de leerlingen benutten en haalbare doelen stellen. Ook wijzen experts op het belang van differentiatie, om te voorkomen dat achterstanden toenemen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag