Wat is het effect van het laten afstromen van vo-leerlingen voor hun verdere schoolprestaties en motivatie?

 VO | Gelijke kansen | Motivatie | Schoolloopbaan

Afstromen van leerlingen in het voortgezet onderwijs (plaatsen in een lager niveau, bijvoorbeeld van vwo naar havo) is een belangrijke voorspeller voor lagere schoolprestaties. Hoe eerder een leerling afstroomt, hoe groter deze samenhang is. Hoewel er geen onderzoek is gevonden met directe metingen van motivatie bij leerlingen die afstromen, kunnen we aannemen dat het competentiegevoel van deze leerlingen afneemt, nog voordat ze daadwerkelijk in een lager niveau zijn geplaatst. Nadat een leerling is afgestroomd, blijkt het competentiegevoel tijdelijk toe te nemen.

Onderzoek naar de effecten van afstromen in het voortgezet onderwijs is er bijna niet. Een alternatief voor afstromen, namelijk zittenblijven, is wel vaker onderzocht. Daaruit blijkt dat zittenblijven veelal negatief uitpakt voor leerlingen. Het lijkt niet te zorgen voor verbeterde leerprestaties, zeker niet op de langere termijn. Ook voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen is het ongunstig. Vooral op korte termijn verlaagt het de interesse, de leermotivatie en het zelfbeeld van leerlingen. Op langere termijn vervagen deze effecten weer.

Afstromers laten slechtere schoolprestaties zien

Een alternatief voor zittenblijven is afstromen naar een lager niveau. Hoewel er geen uitgebreid onderzoek naar is gedaan, zijn er wel enkele effecten vastgesteld. Zo halen leerlingen in het eerste jaar op een lager niveau slechtere cijfers op gestandaardiseerde toetsen voor Nederlands en wiskunde. Hoe eerder een leerling afstroomt, hoe sterker de negatieve samenhang met de schoolprestaties te zien is. Ook op langere termijn heeft het afstromen een negatieve samenhang met schoolse prestaties, aangezien er in lagere niveaus over het algemeen ook lesstof van een inhoudelijk lager niveau wordt aangeboden.

Negatiever zelfbeeld vóór afstroom en hoger competentie gevoel ná afstroom

Of afstromende leerlingen meer of minder gemotiveerd zijn is niet bekend. Wel blijkt dat leerlingen die dreigen te blijven zitten al voor het einde van het schooljaar een negatiever zelfbeeld ervaren en het gevoel hebben persoonlijk te falen. Aangezien de situatie van leerlingen die afstromen enigszins vergelijkbaar is, is het aannemelijk dat ook bij hen het zelfbeeld daalt vlak voor het moment dat ze daadwerkelijk in een lager niveau worden geplaatst.

Uit een Vlaams onderzoek blijkt verder dat leerlingen nadat ze zijn afgestroomd in het begin een verhoogd competentiegevoel ervaren. Een verklaring hiervoor kan zijn dat een afstromer van een hoger niveau nu nieuwe klasgenoten heeft die over het geheel genomen een lager niveau hebben. Omdat leerlingen zich onderling met elkaar vergelijken neemt het competentiegevoel van de afstromer daarom toe. Verder blijkt de toename in competentiegevoel groter naarmate leerlingen later in het voortgezet onderwijs afstromen.

Gevolgen voor de verdere loopbaan

Uit onderzoek naar de langetermijneffecten blijkt dat afstromers een grotere kans hebben om met een lager diploma van school te gaan. Deze leerlingen komen dus niet op een later moment terug op het niveau waar ze begonnen waren. Maar zij slagen er wel beter in om een inhoudelijk aansluitend beroep te vinden dan anderen. In hun eerste baan verdienen ze wel minder dan leerlingen die nooit zijn afgestroomd. Zittenblijvers, afstromers en leerlingen die normaal bevorderd zijn, vinden later overigens even snel een eerste baan.

Meer weten

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Monique Dijks (antwoordspecialist) en Sjerp van der Ploeg (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag