In hoeverre draagt een app waarbij mbo-studenten tijdens hun stageperiode opdrachten krijgen gericht op theoretische vakinhoud, bij aan leer- en toetsresultaten?

 MBO | ICT | Toetsen & feedback | Werkplekleren

Het werken met WhatsApp of social media vergroot de betrokkenheid van studenten en zorgt ervoor dat ze ook buiten de lesuren leren. Nadelen zijn de extra tijdsinvestering, de mogelijk dalende formele schrijfvaardigheid van studenten en de hoeveelheid irrelevante berichten die de gebruikers delen. Het is belangrijk om de theorie te koppelen aan de praktijk waar de studenten op dat moment mee bezig zijn. Verder is tweezijdige communicatie noodzakelijk.

Studenten in het mbo wisselen periodes van theorielessen op school af met stageperiodes. Het gevaar dreigt dat de theoretische kennis bij studenten wegzakt wanneer zij een of twee periodes een bepaald theorievak niet hebben gehad. In 2012 deed Kennisnet onderzoek naar het gebruik van social media in het mbo bij de begeleiding van studenten tijdens de stage, ook wel beroepspraktijkvorming (bpv) genoemd. Studenten die tijdens de bpv begeleiding ontvingen via social media schreven tijdens hun stage een blog waardoor zij bewuster bezig waren met de eigen ontwikkeling. Praktijkbegeleiders waren beter op de hoogte van wat er speelde bij de student, doordat studenten in hun blog zaken beschreven die ze normaliter niet bespraken. Bovendien was er vaker contact tussen docent en student zodat er meer begeleiding op maat werd geboden. De studenten die extra begeleiding kregen via social media, scoorden duidelijk hoger op de praktijkbeoordeling dan de studenten die deze begeleiding niet kregen. Als nadeel werd de grote tijdsinvestering van alle betrokken partijen genoemd.

Motiverend

Het werken met apps is motiverend voor studenten. WhatsApp bijvoorbeeld zorgt voor een prettig leerklimaat en grotere betrokkenheid van studenten. Zij beantwoorden meer vragen, zelfs studenten die niet altijd aan een klasdiscussie meedoen. Betrokkenen noemen daarnaast als voordelen de toegankelijkheid van lesmateriaal, de beschikbaarheid van de docent en de continuering van het leren buiten de lesuren. Wanneer studenten antwoorden typen in apps kan dit nadelige gevolgen hebben voor het schrijven van formele teksten. Tekstberichten in elektronische communicatie bevatten vaak incorrecte spelling, grammatica of interpunctie. Studenten die veel aanpassingen gebruiken als ‘ff w88’ in plaats van ‘even wachten’, zijn minder goed in het schrijven van formele teksten. Daarentegen zijn zij juist wel goed in het schrijven van informele teksten, evenals studenten die veel gebruikmaken van smileys. Een punt van zorg is de hoeveelheid irrelevante berichten die studenten versturen. Verder nemen studenten aan dat docenten via de app continu beschikbaar zijn. Voor het inzetten van een theorie-app betekent dit dat gebruikers goede afspraken moeten maken over het gebruik van de app en over het omgaan met teksten.

Er is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan dat specifiek ingaat op het inzetten van een app waarbij studenten tijdens een stageperiode opdrachten krijgen die gericht zijn op theoretische vakinhoud. Voor de recentste inzichten is deze vraag daarom voorgelegd aan twee specialisten, dr. J. Onstenk en dr. N. van den Berg. Jeroen Onstenk – lector Pedagogisch-didactisch handelen in het onderwijs bij Inholland – geeft aan dat opdrachten om het leren in de BPV te versterken alleen zin hebben als ze inspelen op wat er op de stageplek gebeurt, dus niet als het puur vragen vanuit de theorie zijn. Als de app tweezijdige communicatie mogelijk maakt waarbij de docent zijn theorie koppelt aan de praktijkervaringen van de leerling, is wel leerwinst te verwachten. Niek van den Berg – lector Boundary crossing praktijken van opleiders en onderzoekers bij Aeres Hogeschool Wageningen – stelt: “Ik raad het af om geïsoleerde theorie (via een app of anderszins) tijdens de stage te activeren. Effectiever is waarschijnlijk om naar aanleiding van ervaringen op de werkplek gedoseerd te herinneren aan gerelateerde theorie. Dan komen theorie en praktijk bij elkaar en is de relevantie groter. Dat levert meer op aan competentieontwikkeling dan bij een accent op voorbereiding op theorietoetsen.”

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Op diverse plekken wordt aandacht besteed aan het inzetten van digitale middelen in het onderwijs:

Informatie over werkplekleren in het beroepsonderwijs is te vinden in dit eerder antwoord van de Kennisrotonde

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisette Uiterwijk (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Jeroen Onstenk (Inholland) en Niek van den Berg (Aeres Hogeschool) geconsulteerd.

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag