Heeft instructie in en begeleiding van begrijpend luisteren in groep 1 en 2 een positief effect op begrijpend lezen in groep 4?

 PO | Ook interessant
begrijpend luisteren

Begrijpend luisteren vertoont een duidelijke relatie met begrijpend lezen. De vaardigheid luisteren in groep 1 en 2 heeft zelfs een voorspellende waarde voor het leesbegrip op latere leeftijd. Dit komt onder meer door gedeelde subvaardigheden als het maken van inferenties (leerlingen leggen verbanden tussen de tekst en hun kennis van de wereld). Het aanleren van subvaardigheden in groep 1 en 2 kan ervoor zorgen dat leerlingen deze vaardigheden ook gebruiken bij het begrijpend lezen in groep 4.

Bij begrijpend luisteren kennen leerlingen betekenis toe aan gesproken taal, door actief en doelgericht te luisteren. Zo leren ze nieuwe woorden en vergroten ze hun kennis van de wereld. Bij begrijpend lezen kennen leerlingen betekenis toe aan geschreven taal. Deze decodeervaardigheden combineren ze met vaardigheden voor het luisteren. Beide componenten zijn van cruciaal en even groot belang.

Begrijpend luisteren in groep 1 en 2 voorspelt begrijpend lezen

Begrijpend luisteren in de kleutergroepen en in groep 3 staat in directe relatie met het leesbegrip in groep 4 en 5. Mondelinge taalvaardigheid (waaronder luisteren) op kleuterleeftijd voorspelt het begrijpend lezen in groep 4. Woordenschat, begrijpend luisteren en het maken van inferenties op 4-jarige leeftijd voorspellen de latere leesvaardigheid in groep 5.

De relatie tussen begrijpend lezen en luisteren is deels te verklaren door overeenkomstige (sub)vaardigheden. Begripscontrole en kennis van tekststructuren bijvoorbeeld zijn nodig bij zowel begrijpend luisteren als begrijpend lezen. Dan kunnen leerlingen tot een goede mentale representatie van een tekst komen.

Instructie en begeleiding verbeteren begrijpend luisteren in groep 1 en 2

Expliciete en systematische instructie in woordenschat, grammatica, het maken van inferenties en begripsmonitoring (de leerling is in staat om zelf te controleren of hij de tekst nog begrijpt) kan begrijpend luisteren bij leerlingen verbeteren. Daarbij is onderscheid te maken in vaardigheden van lagere orde en hogere orde. Woordenschat en grammatica vallen onder de lagere-ordevaardigheden; deze zijn nodig voor letterlijk begrip van een gesproken of geschreven tekst. Tot de hogere ordevaardigheden behoren het maken van inferenties, begripscontrole en kennis van tekststructuren. Al voor de start van het leesonderwijs – bij interactief voorlezen bijvoorbeeld – kunnen leerlingen hogere ordevaardigheden ontwikkelen.

Het maken van inferenties is essentieel voor het bevorderen van luisterbegrip

Het maken van inferenties houdt in dat leerlingen tekstdelen relateren aan hun eigen wereldkennis om de tekst te begrijpen of te verrijken. Het is belangrijk om kleuters al inferenties te leren maken, bijvoorbeeld tijdens het interactief voorlezen. Bemiddeling door de leerkracht voor het maken van inferenties zijn zowel op 2½-jarige als op 8½-jarige leeftijd effectief. Een mooi voorbeeld is de leerkracht die tijdens het lezen causale vragen stelt. Leerlingen zijn na de interventie beter in staat een verhaaltje na te vertellen en vragen over het verhaal correct te beantwoorden.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar en taal/leescoördinator

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag