Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?

 MBO | Motivatie
shutterstock_165333053

Er zijn twee soorten motivatie: intrinsiek en extrinsiek. Intrinsieke motivatie komt van binnenuit en verhoogt de leerprestaties. Een docent kan de intrinsieke motivatie van de studenten bevorderen door in te spelen op drie psychologische basisbehoeften: autonomie, gevoel van competentie en sociale verbondenheid. Hoe beter de docent daarbij kan aanknopen, hoe hoger de intrinsieke motivatie van de leerlingen.

Onderzoek in het mbo wijst uit dat studenten gemotiveerder zijn bij beroepsgerichte vakken dan bij vakken als Nederlands en rekenen. Ook zijn mbo-studenten meer betrokken in lessen waar ze gestructureerd samenwerken (Onderwijsverslag 2013/2014).

Er is weinig bekend over het stimuleren van motivatie bij mbo-studenten (Veen et al, 2014). Maar er is wel veel onderzoek naar (het stimuleren van) motivatie van leerlingen in het algemeen. De theorieën en praktische handvatten uit deze onderzoeken zijn vaak ook toepasbaar in het mbo.

Zelfdeterminatie theorie

Er zijn verschillende theorieën over motivatie. Verreweg de meest populaire theorie is de zelfdeterminatie theorie (Self Determination Theory) van Deci & Ryan (1985; 2000). Deze wordt in vele onderzoeken gehanteerd en getoetst aan de praktijk. Hierdoor kunnen de hoofdlijnen uit de theorie ook relatief gemakkelijk worden vertaald naar een aantal handvatten voor docenten.

De zelfdeterminatie theorie maakt allereerst onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is motivatie die van binnenuit komt, de leerling is gemotiveerd om iets te leren waarin hij/zij zelf geïnteresseerd is. Bij extrinsieke motivatie zorgen externe prikkels dat de leerling gemotiveerd is, zoals een beloning in de vorm van een hoog cijfer. Intrinsieke motivatie zorgt vaak voor betere leerresultaten.

Volgens Deci & Ryan (1985; 2000) kunnen docenten de intrinsieke motivatie verhogen als ze weten in te spelen op drie psychologische basisbehoeften:

  • Autonomie. De leerling heeft de vrijheid om een activiteit naar eigen inzicht te kunnen uitvoeren en heeft invloed op wat hij/zij doet.
  • Gevoel van competentie. Het vertrouwen dat de leerling moet hebben in eigen kunnen.
  • Sociale verbondenheid. De verbondenheid met de omgeving, ofwel vertrouwen hebben in anderen. En een positief klimaat in de klas; leerlingen moeten zich vrij voelen om vragen te stellen en niet bang zijn om fouten te maken (Verbeeck, 2010).

Invloed van de docent

Anje Ros (2014) beschrijft in een helder en uitgebreid boek over motivatie hoe de docent kan bijdragen aan de basisbehoeften uit de zelfdeterminatie theorie.

Bijdragen aan autonomie

Een docent kan bijdragen aan autonomie door te letten op eigen keuzevrijheid van leerlingen, uitleg te geven over het persoonlijk belang van activiteiten, flexibiliteit en door weinig druk uit te oefenen op de leerlingen. Het taalgebruik van de docent moet daarom vooral niet te directief zijn, dus geen woorden als ‘moeten’ gebruiken. Studenten blijken gemotiveerder als de lessen afwisselend zijn en wanneer ze in een onderwijsevaluatie naar hun mening wordt gevraagd.

Bijdragen aan gevoel van competentie

De docent kan het gevoel van competentie van leerlingen beïnvloeden door genoeg structuur en ondersteuning te bieden, want dat geeft de leerling houvast.

Bijdragen aan sociale verbondenheid

Een goede relatie tussen docenten en leerlingen zorgt voor een hogere motivatie en betere leerresultaten bij leerlingen. Vooral als leerlingen de docent als sturend, helpend en begrijpend ervaren (Den Brok, Brekelmans & Wubbels, 2003). Daarnaast is het voor leerlingen belangrijk dat ze onderling goede relaties hebben – vooral bij adolescenten speelt dit een grote rol – en dat er een veilig sociaal klimaat is in de klas.

De docent moet ernaar streven om pedagogisch tactvol te handelen. Dat wil zeggen (sociale) situaties in de klas overzien, deze situaties aanvoelen en begrijpen en handelen vol begrip en respect. In contact met leerlingen kan de docent op pedagogisch tactvolle wijze handelen door zijn eigen ego en achtergrond uit te schakelen, er volledig te zijn voor de leerling, open te staan en niet te veroordelen, het perspectief van de leerling in te nemen en door goed te luisteren.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen, praktische handvatten en tips van Ros voor de drie basisbehoeften.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Annemiek Cox. Zij heeft hiervoor Andrea Klaeijsen (Expertisecentrum Beroepsonderwijs) geconsulteerd.

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - opleidingsmanager

Gerelateerde vragen:

Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten?
 VO | Motivatie | Vernieuwingsonderwijs
Leerlingen bij onderwijsinterventies betrekken, kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.
Lees verder
Welke didactische aanpak van een programma voor brede talentontwikkeling heeft een positief effect op de motivatie van leerlingen?
 VO | Differentiatie | Motivatie
Talentontwikkeling staat hoog op de agenda in het voortgezet onderwijs, om leerlingen te motiveren en om ze beter te laten presteren. Daarbij gaat het zowel om ontwikkeling van schools talent als om brede talentontwikkeling. Belangrijke voorwaarde is een goed pedagogisch-didactisch klimaat in de klas. Leerlingen moeten zich veilig voelen, weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg is om fouten te maken. Leerlingen hun eigen leerproces in handen geven en differentiatie versterken de motivatie. En opdrachten laten aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen bevordert motivatie, net als leerlingen laten samenwerken.
Lees verder
Hoe en hoe vaak zou je een leerling moeten belonen in een online oefenprogramma om de leerling zo goed mogelijk te motiveren en te laten presteren?
 PO | VO | ICT | Motivatie | Toetsen & feedback
Het advies is om in digitale leeromgevingen de leerdoelen te koppelen aan prettige beloningen en uitgebreide feedback. Programma’s kunnen leerlingen initieel extra motiveren en stimuleren, maar om de flow te behouden dient er een balans te zijn tussen uitdaging, belonen en leren. Beloningen en feedback zijn het liefst persoonlijk en inhoudelijk, meer gericht op de inzet en de taak dan op de prestatie of uitkomst.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag