Welke effecten heeft stoeien op school op de ontwikkeling van leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

 PO | VO | MBO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolorganisatie

Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.

Bij vechten hebben kinderen de intentie om een ander pijn te doen of iets kapot te maken. Ze zijn agressief, gespannen en zich er van bewust dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag. Kinderen die stoeien, hebben de intentie om de ander pijn te doen niet. Ze zijn ontspannen en gaan op in hun spel. Het spel is coöperatief en vrijwillig. Als de jongeren na afloop van het gedrag bij elkaar blijven, is er sprake van stoeien. Gaan ze uit elkaar, dan hebben ze gevochten.

Sociale ontwikkeling

Stoeien komt op alle schoolpleinen voor. Voor sommige leerlingen gaat stoeien hand-in-hand met de ontwikkeling van sociale competenties als sociaal bewustzijn en aanpassingsvermogen, samenwerking, vertrouwen en sociaal-probleemoplossend vermogen. Bij anderen vormt het stoeien de aanleiding voor incidenten; er wordt gevochten, er is sprake van isolatie en uitsluiting, van agressie en ongelukjes. Jonge kinderen die spelend vechten, vertonen in andere contexten niet vaker agressief gedrag. In tegendeel: kinderen die in rollenspel agressief gedrag ‘spelen’, zijn in het algemeen minder fysiek of verbaal agressief in de klas. Dat leidt tot positieve effecten op de sociale ontwikkeling (leren onderhandelen, luisteren, rolneming), zelfregulatie, de cognitieve ontwikkeling (leren herkennen van het onderscheid tussen fantasie en realiteit, creatief denken) en de motorische ontwikkeling (eigen lichaam en grenzen ervan leren aanvoelen, lichaamscoördinatie).

Er zijn verschillende visies op stoeien. Een daarvan is dat kinderen een ‘overschot aan energie’ hebben en door stoeien stoom kunnen afblazen. Dat geldt vooral na het stilzitten in de klas. Leerlingen die gedurende een langere periode stil zitten, spelen heftiger dan leerlingen die na een kortere periode naar buiten mogen. Anderen zien stoeien meer als een instinctieve, evolutionaire activiteit die kinderen (net als andere zoogdieren) de gelegenheid biedt om de spieren en vaardigheden te ontwikkelen die zij nodig hebben om te kunnen vechten. Weer een andere kijk op stoeien heeft te maken met dominantie. Het is een middel om de pikorde in groepen te bepalen. Beide laatste zienswijzen verklaren tevens het verschil tussen jongens en meisjes. Jongens hebben meer dan meisjes de behoefte om vechten te oefenen en hun sociale dominantie te bevestigen. Weer anderen vatten stoeien op als een ontwikkelingsactiviteit waarmee kinderen leren hun agressie te reguleren. Welke functie stoeien ook heeft, de gevolgen kunnen positief en negatief zijn.

In het speciaal basisonderwijs is er een groter risico dat stoeien ontaardt in vechten. Een effectieve aanpak voor gedragsproblemen is schoolbrede positieve gedragsondersteuning. Deze aanpak kiest als insteek het belonen van goed gedrag en het aanleren van sociale vaardigheden. Schoolbrede gedragsondersteuning werkt positieve interacties in het spel in de hand en voorkomt deels problematisch stoeien. Vooral het belonen van passend gedrag, het trainen van sociale vaardigheden, actieve supervisie en pestpreventie zijn effectief. Waar teams ook aanpakken hanteren gericht op kleine groepjes of individuele leerlingen, bevordert dat de positieve interactie bij het spelen en het terugdringen van problematisch agressief spel op het schoolplein. Om de waardevolle opbrengsten van stoeien te benutten en de negatieve tegen te gaan, is ook het aanbieden van vechtsporten zoals judo een mogelijkheid. Deze sporten combineren stoeien met aandacht voor regels over de omgang met elkaar. Op die manier kunnen ze bijdragen aan het versterken van zowel de sociale als de motorische ontwikkeling van leerlingen.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Monique Volman (Universiteit van Amsterdam) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO, VO, MBO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag