Welke invloed heeft het werken met digitale leeromgevingen die gepersonaliseerd leren mogelijk maken op het handelen en oordelen van leraren?

 PO | VO | Differentiatie | ICT
lokaal met computers en persoon achterin

Digitale leermiddelen geven leraren zicht op de lesvoortgang en leerlingresultaten, waardoor zij leerlingen sneller en gerichter kunnen helpen. Tegelijkertijd hebben leraren moeite met het interpreteren van de gegevens van deze leermiddelen en het inzetten daarvan voor differentiatie. Verder hebben leraren het gevoel dat zij beter de gebruikelijke lesmethodes kunnen gebruiken, omdat die beter aansluiten op de standaardtoetsen.

Gepersonaliseerd leren betekent dat iedere leerling een individueel leertraject volgt. Hiermee wordt veelal ook adaptief leren bedoeld. Adaptief leren houdt in dat het leertraject aansluit bij de leerbehoefte van de leerling. Het leren is dus niet gebaseerd op bijvoorbeeld leeftijd of een toetscijfer. Digitale leermiddelen kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn om dergelijk maatwerk te leveren. Deze leermiddelen waarbij leerlingen zelfstandig op bijvoorbeeld een tablet werken, worden steeds populairder in het onderwijs. De voordelen zijn dat leerlingen direct na het maken van een opgave feedback ontvangen, dat de complexiteit van de opgaven aangepast wordt op het niveau van de leerling en dat het feedback geeft aan leerkrachten. De leraar heeft op die manier tijdens de les direct zicht op de voortgang van individuele leerlingen en op die van de gehele groep. Nadeel is dat de adaptieve opdrachten uit een dergelijke leeromgeving niet altijd aansluiten bij de lesstof en leerstrategieën die de leraar gebruikt, waardoor het juist weer moeilijker is om leerlingen goed te volgen.

Leeranalyses

Digitale leeromgevingen meten en analyseren systematisch leerlingresultaten. Dit wordt leeranalyses (learning analytics) genoemd. Leeranalyses geven inzicht in studiegedrag en studievoortgang van leerlingen, waardoor leraren effectiever kunnen handelen. Op basis van leeranalyses kan de leraar bijvoorbeeld bepalen welke leerstof het beste aansluit bij een leerling. Het is te verwachten dat behalve het gebruik van digitale leermiddelen, ook de mogelijkheden van leeranalyses zullen toenemen. Onderzoek op dit gebied is relatief nieuw en veel vragen blijven nog onbeantwoord.

Leraren in het basisonderwijs zien hun leerlingen de hele dag en monitoren het leerproces veel meer dan in het voortgezet onderwijs. Daar zien leraren hun leerlingen slechts een paar uur per week. Bovendien vindt het leerproces veelal op andere momenten en locaties plaats, zoals bij het maken van huiswerk. Leeranalyse kan in dergelijke gevallen ontbrekende informatie over het leerproces aanvullen. Leraren zien veel voordelen van digitale leermiddelen op het gebied van differentiatie. De feedback geeft direct zicht op de lesvoortgang en de resultaten van leerlingen, waardoor zij leerlingen sneller en gerichter kunnen helpen. Leraren blijken echter beslissingen niet altijd te nemen op basis van data (zoals leeranalyses), maar ook op hun intuïtie. De wisselwerking tussen handelen op basis van intuïtie en op basis van harde data is complex. Intuïtie en persoonlijke voorkeuren spelen onder meer een rol bij het interpreteren van data. Zo kan een leraar geneigd zijn die gegevens uit de leeranalyses te halen die zijn eigen ideeën bevestigen.

Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de directe relatie tussen het werken met digitale leeromgevingen die gepersonaliseerd leren mogelijk maken (ofwel leeranalyses) en het professioneel oordelen en handelen van leraren. Duidelijk is dat lesgeven met behulp van digitale leermiddelen die gepersonaliseerd leren mogelijk maken anders is dan de meer traditionele manieren van lesgeven. Intensieve professionalisering van leraren op dit gebied is daarom belangrijk bij het invoeren ervan.

Meer weten?

Lees ook het volledige rapport geformuleerd als antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisette Uiterwijk (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Dr. Dirk Tempelaar (Universiteit Maastricht), Dr. Bas Giesbers (Erasmus Universiteit) en Prof. dr. Adrie Visscher (Universiteit Twente en Universiteit Groningen) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO, VO

Vraagsteller
adviseur

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag