Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten?

 VO | In de klas | Vernieuwingsonderwijs

Leerlingen bij onderwijsinterventies betrekken, kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.

Docenten streven er doorgaans naar om leerlingen te betrekken bij het onderwijs. Betrokkenheid en motivatie zijn nauw met elkaar verbonden. Motivatie en betrokkenheid van de leerling kunnen als startpunt van het eigenaarschap van het eigen leren worden gezien. Motivatie is een interne toestand van de leerling, terwijl betrokkenheid meer gezien kan worden als een zichtbare uiting van motivatie.

Motivatie kent twee bronnen: (a) intrinsieke motivatie – willen leren uit interesse en (b) extrinsieke motivatie – leren omdat het moet, voor een cijfer bijvoorbeeld. Intrinsieke motivatie leidt tot beter leerresultaten en kan worden verhoogd door drie basisbehoeften: een gevoel van competentie, verbondenheid en autonomie (zie ook deze vraag van de Kennisrotonde). Als aan deze basisbehoeften wordt voldaan, neemt naast de intrinsieke motivatie tevens de betrokkenheid van leerlingen bij hun leerproces toe.

Leercontext

In de leercontext is het handelen van docenten de belangrijkste factor die de betrokkenheid en motivatie van leerlingen kan versterken. Er zijn ruwweg twee typen contexten. Een controlerende context waarin docenten sancties en voorwaarden expliciet maken, heeft vaak ongunstige effecten op de algemene motivatie en leerprestaties op lange termijn. In een autonomie-ondersteunende context waarin docenten leerlingen inspraak geven in hoe het leerproces wordt ingevuld, kunnen leerlingen hun intrinsieke motivatie vergroten en beter functioneren.

Betrokkenheid en motivatie vergroten

Er zijn mogelijkheden om leerlingen (effectief) te betrekken bij ontwerp en uitvoering van interventies. Dat kan bijvoorbeeld door verticaal alignment (zie ook een andere vraag van de Kennisrotonde). Het gaat daarbij (in het huidige verband) om afstemming tussen docenten en leerlingen, vooral over de manier waarop leerlingen het leren benaderen en hoe docenten de lesstof overbrengen. Zo kunnen leerlingen worden betrokken bij diverse fasen van de interventies. Dit past binnen een autonomie-ondersteunende context en draagt bij aan motivatie en betrokkenheid.

Een andere manier om betrokkenheid aan te spreken, is het vergroten van het eigenaarschap van leerlingen (zie ook dit antwoord van de Kennisrotonde), waarbij de leerling de verantwoordelijkheid krijgt over zijn of haar eigen leerproces. Dit wordt ook wel zelfregulerend leren genoemd. In een ontwerpfase kunnen leerlingen bijvoorbeeld zeggenschap krijgen over een onderdeel in de interventie. Denk aan het opstellen van een globale planning of het bepalen van de inhoud van een specifieke les.

Conclusie

Het betrekken van leerlingen bij het ontwerp- of beslissingsproces van interventies versterkt een autonomie-ondersteunde omgeving. Dit draagt bij aan de intrinsieke motivatie van leerlingen, wat vervolgens weer een gunstige invloed heeft op het leerproces en op de leerresultaten. Houd er echter wel rekening mee dat motivatie en leercontext mede afhankelijk zijn van de lesinhoud en -opzet, leeftijd, persoonlijke doelen en lesdoelen. Hierdoor kan de gestelde vraag niet volmondig met ‘ja’ beantwoord worden. Er bestaan wel voldoende aanwijzingen dat de betrokkenheid van leerlingen in het ontwerpproces en de uitvoerfase een gunstige invloed heeft op motivatie en daarmee ook indirect op leerresultaten.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante bronnen over motivatie, eigenaarschap en alignment:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Leonie Brummer (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
Schoolinfo - medewerker

Gerelateerde vragen:

Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?
 MBO | In de klas
Er zijn twee soorten motivatie: intrinsiek en extrinsiek. Intrinsieke motivatie komt van binnenuit en verhoogt de leerprestaties. Een docent kan de intrinsieke motivatie van de studenten bevorderen door in te spelen op drie psychologische basisbehoeften: autonomie, gevoel van competentie en sociale verbondenheid. Hoe beter de docent daarbij kan aanknopen, hoe hoger de intrinsieke motivatie van de leerlingen.
Lees verder
Welk leerkrachtgedrag bevordert zelfgestuurd leren bij leerlingen?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | In de klas | Toetsen & feedback
Zelfsturing is mogelijk vanaf jonge leeftijd, als leerkrachten en ouders de leerlingen goed begeleiden. Hun gevoel van competentie en autonomie kan worden gestimuleerd door leerlingen de juiste leerstrategieën bij te brengen. Effectief daarbij is het gebruik van hints en modeling. De leerkracht biedt de leerlingen geleidelijk meer vrijheid en hij geeft procesgerichte feedback.
Lees verder
Hoe kom je tot verticaal alignment in het onderwijs?
 PO | VO | MBO | Leraren & schoolleiders | Schoolorganisatie
Verticaal alignment is geen doel op zich, maar is gericht op beter onderwijs en het leren van kinderen. Om alignment, oftewel verbinding en afstemming te bereiken tussen de verschillende lagen betrokkenen in het onderwijs, is het creëren en onderhouden van eigenaarschap van al die betrokkenen een sleutelfactor. Zo kunnen ze samen werken aan gemeenschappelijk doelen. Daarbij moet er aandacht zijn voor de verschillende rollen van de betrokken mensen en organisaties. En het is nodig een kwaliteitscultuur te creëren waarbinnen men ruimte en vertrouwen voelt om kennis te delen en te innoveren.
Lees verder
Hoe kunnen docenten het eigenaarschap van leerlingen in het voortgezet onderwijs versterken?
 VO | In de klas
Eigenaarschap van leren is de mate waarin de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leerproces. Om het eigenaarschap van leerlingen te versterken kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen. Docenten kunnen daarvoor hun eigen gedragsrepertoire verbreden, bijvoorbeeld door didactische strategieën toe te passen die zijn gericht op het gevoel van autonomie, betrokkenheid en competentie. Ook leerlingen effectieve leerstrategieën aanleren en hen ondersteunende feedback geven, zijn voorbeelden van effectief docentgedrag. Bovendien kunnen docenten de leeromgeving verrijken met bijvoorbeeld goed toegankelijke informatiebronnen, internet en andere (digitale) hulpmiddelen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag