Wat is de cognitieve achterstand van basisschoolleerlingen wanneer zij een groep overslaan? En lopen ze deze achterstand nog in op de basisschool?

 PO | VO

Basisschoolleerlingen die een groep overslaan hebben een leervoorsprong, maar kunnen in hun nieuwe groep – met oudere klasgenoten – een relatieve achterstand hebben. Afhankelijk van het gemak waarmee versnelde leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school, kunnen zij deze relatieve achterstand inlopen gedurende de basisschoolperiode. De mate waarin versnelde leerlingen relatief achterlopen ten opzichte van hun nieuwe klasgenoten en in hoeverre ze dat inhalen binnen het basisonderwijs, is niet uit onderzoek bekend.

De school weegt een groot aantal factoren af, voor het besluit – samen met de ouders – een leerling een groep te laten overslaan. Daartoe behoren in ieder geval de leervoorsprong die het kind heeft en zijn of haar leerrendement.

Vaststellen van het leerrendement

De leervoorsprong en het leerrendement kan de school bepalen met behulp van de didactische leeftijd, het didactische leeftijdsequivalent en het leerrendementsquotiënt. De didactische leeftijd van een leerling geeft aan hoe lang hij onderwijs volgt. Aan het begin van groep 3 is de didactische leeftijd nul. Elk schooljaar telt tien onderwijsmaanden, dus bij een reguliere schoolloopbaan is de didactische leeftijd eind groep 8 zestig.

Het didactische leeftijdsequivalent geeft weer op welke didactische leeftijd ‘de gemiddelde leerling’ bepaalde leerdoelen behaalt. Een didactische leeftijdsequivalent van dertig geeft aan dat gemiddeld de helft van de leerlingen na dertig onderwijsmaanden de hierbij behorende leerdoelen behaalt.

Het leerrendementsquotiënt geeft aan hoe makkelijk of moeilijk een leerling zich de leerstof en vaardigheden eigen maakt. Dat quotiënt komt tot stand door het didactische leeftijdsequivalent te delen door de didactische leeftijd van de leerling. Komen de prestaties van de leerling overeen met het aantal onderwijsmaanden, dan is zijn leerrendementsquotiënt één. Hoe meer tijd de leerling nodig heeft om de stof te beheersen, hoe lager het leerrendementsquotiënt. En hoe minder tijd hij nodig heeft, hoe hoger het leerrendementsquotiënt.

Leerverwachting en inhalen relatieve achterstand

In welk tempo versnelde leerlingen een relatieve achterstand op hun oudere klasgenoten inlopen, is afhankelijk van meerdere factoren. De belangrijkste zijn het gemak waarmee leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school. Daarnaast is de ernst van de achterstand van invloed en het moment waarop de leerling een klas overslaat. Leerlingen die op latere leeftijd versnellen, kunnen door onderpresteren in eerdere jaren leer- en gedragsproblemen hebben ontwikkeld. Deze kunnen het inhalen van een relatieve achterstand bemoeilijken.

Het is niet bekend in welke mate versnelde leerlingen een relatieve achterstand inlopen, ook niet in relatie tot het moment van versnellen. Wel is duidelijk dat jong versnellen in de schoolloopbaan onderpresteren en daaruit voortvloeiende leer-en gedragsproblemen kan voorkomen. Maar later in de schoolloopbaan versnellen hoeft geen probleem te zijn. Door de versnelling kunnen leer-en gedragsproblemen verminderen of zelfs verdwijnen. Niet versnellen, vergroot veelal de problemen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Willy de Heer (antwoordspecialist) en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Ton Mooij, expert onderzoeksmethodieken, emeritus-hoogleraar o.a. op terrein zeer makkelijk lerende kinderen, geconsulteerd.

Onderwijssector
PO, VO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag