Welke manieren van differentiëren dragen bij aan het leerrendement van volwassenen met diverse leerdoelen?

 VOLWASSENENEDUCATIE | Differentiatie | Taal | Vakken | Ook interessant

Door de grote verscheidenheid aan leerdoelen in de volwasseneneducatie kan differentiatie bijdragen aan een hoger leerrendement. Vooral voor taal- en rekentrajecten lijken een sterke directe instructie en variatie in leermiddelen succesvolle manieren van differentiatie. De rol van de docent als expert en mentor blijft hierbij essentieel. Deelnemers zijn tevredener als ze aan een gelijkwaardige docent gekoppeld zijn. Dus een goede afstemming tussen docent en deelnemer helpt om de individuele leerdoelen te behalen.

De volwasseneneducatie – vooral bij leertrajecten voor taal en rekenen – kent een zeer diverse groep deelnemers. Ze hebben verschillende niveaus en culturele achtergronden, en streven uiteenlopende leerdoelen na. Deelnemers in de volwasseneneducatie die zich de Nederlandse taal of het rekenen eigen willen maken, hebben vaak een laag opleidingsniveau of een diverse culturele achtergrond. Docenten doen er dan verstandig aan om heterogene groepen samen te stellen, omdat leren in homogene groepen voor zwakke leerders minder goed uitpakt.

Divergente differentiatie

Differentiëren is de onderwijskundige oplossing voor het omgaan met verschillen in het onderwijs. Concreet betekent dat ‘het bewust, doelgericht aanbrengen van verschillen in instructie, leertijd of leerstof binnen een (heterogene) groep of klas leerlingen, op basis van onder andere hun prestaties’. Kijkend naar de leertrajecten taal en rekenen voor volwassenen, is divergente differentiatie de beste werkwijze. Deelnemers streven namelijk verschillende leerdoelen na. Gaat het er om alle deelnemers dezelfde minimumdoelen te laten halen, dan is convergente differentiatie een passender middel.

Individueel gericht onderwijs laat minder goede resultaten zien dan instructie aan groepen. Naast differentiatie in groepen en werkvormen, kunnen docenten ook differentiëren in tijd en begeleiding (bijvoorbeeld door directe instructie) en leermiddelen (bijvoorbeeld gebruik maken van ict). Differentiatie op leerstijlen van deelnemers blijkt geen aantoonbaar effect op de leerresultaten te hebben.

Het toepassen van gedifferentieerde instructie heeft een positieve invloed op leerresultaten. Dat geldt voor leesvaardigheden, mate van geletterdheid en resultaten voor wiskunde. Verder vergroot het de betrokkenheid van deelnemers, hun interesses, tevredenheid, motivatie, enthousiasme en zelfvertrouwen.

Samen leerdoelen vaststellen

Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft differentiëren een positief effect op het onderwijsrendement. Zeker wanneer de leraar samen met de leerlingen leerdoelen vaststelt, en de voortgang monitort en bespreekt. De begeleiding, de leerstof en de instructie sluiten aan bij de diverse leerdoelen. Een werkwijze die vooral zwakke leerders ondersteunt, is het zogeheten IGDI-model: interactief gedifferentieerd direct instructiemodel. Dat model bestaat uit zeven fasen, te weten: voorbereiding, terugblik, instructie, begeleide inoefening, zelfstandige verwerking met verlengde instructie, afsluiting en terugkoppeling.

Een andere methodiek die zorgt voor hogere leerlingresultaten is STIP, dat staat voor samenwerken tijdens taak, inhoud en procesdifferentiatie. De leerlingen werken eerst samen met leerlingen op hetzelfde niveau. Vervolgens bespreken ze de bevindingen met leerlingen van een ander niveau.

Inzet van ict

Het sec gebruiken van een digitale lesmethode naast directe instructie is onvoldoende. In de ideale situatie sluit het ict-programma inhoudelijk aan bij het dagelijks leven van de deelnemer. Die moet zowel thuis als tijdens de les daarmee kunnen werken. Daarnaast is een goede ondersteuning door de docent en de mate van zelfsturing van de deelnemer van belang. De deelnemer krijgt ruimte om eigen ideeën in te brengen en leerdoelen te bepalen. De docent is vooral een expert en mentor. 

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Differentiatie in de klas: wat werkt?

Andere relevante Kennisrotonde-antwoorden:

Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?

Wat zijn effectieve manieren om in de brugklas te differentiëren bij onderwijs in de Engelse taal?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VOLWASSENENEDUCATIE

Vraagsteller
mbo-instelling - docent

Gerelateerde vragen:

Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?
 VO | Differentiatie
Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen en bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen centraal. Van belang is het werken met kleine groepen. Docenten moeten de niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij helpen. Vooral laag presterende leerlingen lijken te profiteren van het werken in heterogene groepen.
Lees verder
Wat zijn effectieve manieren om in de brugklas te differentiëren bij onderwijs in de Engelse taal?
 VO | Differentiatie | Taal | Vakken
Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag