Wat is de effectiviteit van het directe instructiemodel op de leervorderingen van leerlingen, vooral in het voortgezet onderwijs?

 VO
shutterstock_439984012

Directe instructie blijkt sterke positieve effecten te hebben op leeruitkomsten van leerlingen in verschillende domeinen. Vooral binnen het primair onderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs is de effectiviteit van het instructiemodel aangetoond. De sterkste effecten worden gevonden bij leerlingen met leerachterstanden.
In latere uitwerkingen van het model wordt minder exclusief leraargestuurd gewerkt. Of het ene model effectiever is dan het andere, is op basis van onderzoek niet goed te beoordelen.

Directe instructie (DI) is een vorm van leraargestuurde instructie, gericht op het overbrengen van informatie en ontwikkelen van vaardigheden. Het traditionele directe instructiemodel bestaat uit de volgende stappen:

  1. dagelijkse terugblik
  2. presentatie
  3. (in)oefening van het aangeleerde
  4. zelfstandig toepassen van het geleerde
  5. periodieke terugblik
  6. terugkoppeling (gedurende elke lesfase)

Effecten van het DI-model

Uit een grote hoeveelheid onderzoek blijkt dat directe instructie een van de meest effectieve vormen van instructie is. Directe instructie heeft een sterk positief effect op leeruitkomsten van leerlingen in verschillende domeinen (lezen, rekenen, spelling, sociale vaardigheden en scheikunde). Dat geldt voor leerlingen in zowel regulier als speciaal onderwijs.

Directe instructie is vooral zeer effectief voor leerlingen met leerachterstanden binnen de domeinen rekenen, lezen en schrijven. Maar ook voor leerlingen met een gemiddeld prestatieniveau blijkt directe instructie effectief. Veel onderzoek betreft het primair onderwijs, maar er zijn ook positieve effecten aangetoond in het voortgezet onderwijs.

Goede en minder goede leraren

Vooral succesvolle leraren gebruiken typische aspecten van directe instructie. Voorbeelden hiervan zijn het opdelen van leerstof in kleine delen, het gebruik van ‘modeling’ (voordoen van handelingen) en hardop denken. Andere aspecten zijn: begeleide inoefening waarin de leraar de leerling begeleidt, hints geven, begrip bij leerlingen checken, feedback geven en vervolgens zelfstandige verwerking door leerlingen. Succesvolle leraren gebruiken dus meer van deze strategieën dan minder succesvolle leraren.

Kritiek op DI

Er is ook kritiek op het lesmodel. DI zou ontdekkend leren in de weg staan. De leerstof vooraf expliciet maken, zou verhinderen dat leerlingen zelf actief op zoek gaan naar het antwoord. De critici beschouwen directe Instructie als een leraargestuurde aanpak, die niet verenigbaar is met leerlinggestuurd onderwijs. De Kennisrotonde heeft eerder vragen beantwoord over leerlinggestuurd leren, over de positieve effecten op prestaties, gevoel van competentie en autonomie, en over leerkrachtgedrag dat leerlinggestuurd leren bevordert. Leraargestuurd en leerlinggestuurd onderwijs moeten echter niet als twee tegenpolen worden gezien. Juist de combinatie is succesvol. Zo is leerlinggestuurd leren vooral effectief als de leraar hierbij een actieve rol vervult. Ook in latere uitwerkingen van het DI-model zien we deze combinatie.

Varianten op het DI-model

Sinds de jaren tachtig zijn er verscheidene modellen ontwikkeld die afgeleid zijn van het DI-model. Deze modellen verschillen op sommige aspecten van elkaar, maar er zijn ook overeenkomsten. Enkele varianten op het klassieke DI-model zijn: Interactief, Gedifferentieerd, Directe Instructie (IGDI), Activerende Directe Instructie (ADI) (Nederland), Expliciete Directe Instructie (EDI) en het Gradual Release of Responsibility Model (GRR-Model) (internationaal). In deze modellen worden leerkracht- en leerlinggestuurd leren steeds meer gecombineerd. In deze uitwerkingen is namelijk nog meer aandacht voor frequente interactie, door middel van ‘modeling’ (voordoen van handelingen) en feedback, en voor het activeren van leerlingen. De uitwerkingen zijn gebaseerd op onderzoek naar effectiviteit. Vergelijking van de effectiviteit van de verschillende varianten op basis van onderzoek is echter niet goed mogelijk.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Denise Kramer (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - schoolleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag