Is twee jaar Internationale Schakelklas voor nieuwkomers voldoende om goed te kunnen instromen in het reguliere onderwijs?

 MBO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Taal | Vakken

Een Internationale Schakelklastraject van één à twee jaar is vermoedelijk te kort voor de meeste nieuwkomers om in het reguliere onderwijs te kunnen instromen op een vergelijkbaar gemiddeld niveau als de reguliere leerlingen. De kans is klein dat ze hun achterstand in het reguliere onderwijs alsnog inlopen zonder aanvullende interventies. Daarbij is er binnen deze groep grote variatie in de achterstand die zij na één à twee jaar ISK-onderwijs nog hebben.

Nieuwkomers die in Nederland komen, hebben recht op onderwijs. De groep in de leeftijd van 12 tot 18 jaar krijgt dat onderwijs in Internationale Schakelklassen (ISK). Dat zijn in de regel afdelingen op reguliere scholen voor voortgezet onderwijs. De voornaamste taak voor ISK-afdelingen is anderstalige leerlingen voor te bereiden op het Nederlandstalige (reguliere) onderwijs. Nieuwkomers moeten daarbij niet alleen een nieuwe taal leren, maar ook vakinhoud leren en kennismaken met de schoolcultuur.

Taalvaardigheid

Op dit moment stroomt het merendeel van de ISK-leerlingen die naar het mbo gaan door naar de entreeopleiding (voor jongeren zonder een diploma van een vooropleiding). Dit gebeurt ook met leerlingen die qua cognitie een hoger mbo-niveau aan kunnen. Uit een peiling onder 44 ISK-directeuren blijkt dat 35 procent van ISK-leerlingen doorstroomt naar een schoolniveau onder zijn of haar niveau. De beperkte taalvaardigheid van deze leerlingen bemoeilijkt de doorstroom naar hoger vervolgonderwijs. Het type vervolgonderwijs waarin deze leerlingen terechtkomen, is daardoor meer een afspiegeling van hun taalvaardigheid dan van hun cognitieve niveau.

Dat roept de vraag op of het ISK-traject, dat in de regel één à twee jaar beslaat, voldoende is om het Nederlands zodanig te leren beheersen dat ze onderwijs op hun eigen cognitieve niveau kunnen volgen.

In Nederland is geen empirisch onderzoek op dit terrein verricht. In de Verenigde Staten loopt wel een groot onderzoek naar tweedetaalverwerving (vooral Engels) en het gebruik daarvan in schoolse context. Daaruit blijkt dat leerlingen tussen de 5 en 18 jaar minimaal 5 à 6 jaar tijd nodig hebben om op hetzelfde gemiddelde niveau te komen als hun leeftijdgenoten die native speaker(moedertaalspreker) zijn. Daarbij moet minimaal de helft van de instructietijd in de eerste taal van de nieuwkomer worden gegeven. Dat kost zo veel tijd omdat het taalniveau bij de vergelijkingsgroep (de leerlingen die native speaker zijn) ieder jaar vooruitgaat. Tweedetaalverwervers moeten dus eigenlijk een versnelde ontwikkeling laten zien ten opzichte van reguliere leerlingen.

Taalachterstand

Het vraagt zelfs meer tijd (7 à 10 jaar) als de leerling geen onderwijs heeft gevolgd in zijn of haar eerste taal. Het beheersingsniveau van iemands eerste taal is de belangrijkste voorspeller voor de snelheid waarmee iemand een tweede taal verwerft.

Als leerlingen een tweede taal in aparte remediërende programma’s leren (waartoe we ISK zouden kunnen rekenen) kunnen zij een eventuele achterstand niet wegwerken wanneer zij aansluitend in een reguliere klas worden geplaatst. Die achterstand blijft en wordt mogelijk zelfs nog groter. Dat betekent dat het taalniveau bij instroom in een reguliere school zo hoog mogelijk moet zijn.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (Kennismakelaar Kennisrotonde)

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
MBO Raad

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag