Welk effect heeft het strikt toepassen van overgangsnormen in het voortgezet onderwijs op de verdere schoolloopbaan van zittenblijvers?

 VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs leidt niet tot betere schoolprestaties of minder ongediplomeerde uitval. De kans is klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen een positief effect heeft op de verdere schoolloopbaan van leerlingen die niet voldoen aan de norm en toch overgaan.

Er zijn geen landelijke regels voor het zittenblijven van leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs stellen zelf hun overgangsnormen vast. De overgangsnormen zijn onderdeel van het onderwijskundig beleid van de school en moeten worden opgenomen in het schoolplan. Nagenoeg alle scholen hebben een uitgeschreven regeling met daarin criteria voor bevordering en zittenblijven. Vaak zijn de overgangsnormen ook opgenomen in de schoolgids en op de website van de school. De normen zijn veelal gebaseerd op rapportcijfers waarbij het aantal en de zwaarte van onvoldoendes een rol spelen, met daarnaast eventuele compensatiemogelijkheden door hoge cijfers. Gedrag en motivatie tellen minder zwaar mee.

De overgangsnormen zijn leidend bij het (voorwaardelijk) bevorderen van leerlingen. In de regel wordt daarover in een speciale docentenvergadering aan het einde van het jaar per leerling besloten . Tijdens die vergadering kunnen uitzonderingen worden gemaakt, door een leerling die niet aan de normen voldoet toch over te laten gaan. Mogelijke redenen daarvoor kunnen privéomstandigheden en ziekte zijn, of één heel laag cijfer wat waarschijnlijk toevallig is voor dat jaar.

Overgangsnormen en zittenblijven

Om de gevolgen van het strikt toepassen van de overgangsnormen te achterhalen, is idealiter een uitsplitsing naar vier groepen nodig: het wel of niet voldoen aan de overgangnorm in combinatie met de feitelijke uitkomst: wel of niet overgaan. Er is heel wat onderzoek verricht naar doubleren en overgaan in het voortgezet onderwijs, maar niet volgens bovenstaande verdeling. Wel is duidelijk dat er een overwegend negatief effect is van zittenblijven op schoolprestaties, zoals bijvoorbeeld toetsen. Op de langere termijn wisselen zittenblijvers vaker van school en stromen ze vaker zonder diploma uit. Over succes in het vervolgonderwijs van zittenblijvers is niets bekend maar later op de arbeidsmarkt verdienen zittenblijvers ongeveer evenveel als niet-zittenblijvers, en krijgen ze een even hoge uitkering. Bij al deze resultaten is rekening gehouden met zogenoemde selectie-effecten; minder goed presterende leerlingen hebben sowieso een grotere kans om zonder diploma uit te stromen en maken ook een grotere kans om te blijven zitten. En het gaat steeds om zittenblijven zònder dat er extra ondersteuning of een alternatief programma wordt geboden (bijvoorbeeld een zomerschool). Uit beperkt onderzoek op één havo/vwo-school blijkt dat leerlingen die behoren tot de groep ‘zware bespreekgevallen’ (drie onvoldoendes of meer in de onderbouw van vwo) maar toch zijn bevorderd, het uiteindelijk beter doen dan degenen die zijn blijven zitten. Ze halen vaker een vwo-diploma, ze stromen minder vaak af naar havo en ze vallen minder vaak uit zonder diploma. Omdat deze zware bespreekgevallen overeenkomsten vertonen met leerlingen die ondanks de overgangsnormen toch bevorderd worden, wijzen deze uitkomsten erop dat een strikte toepassing van overgangsnormen niet altijd in het voordeel van de leerling uitvalt. Verder is er geen onderzoek gedaan naar een eventueel preventief effect van zittenblijven of van het strikt hanteren van overgangsnormen. Wel is slechts vijf procent van de scholen in het voortgezet onderwijs van mening dat de kans op zittenblijven leerlingen motiveert om meer hun best te gaan doen.

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs draagt al met al weinig in positieve zin bij aan de verdere schoolloopbaan van een leerling. Dat maakt de kans klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen wel een positief effect zouden hebben.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Of kijk voor meer informatie het artikel van de VO-raad: Voorkomen van zittenblijven.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag