Wat is het effect van blended lesmateriaal op onderwijsresultaten in het voortgezet onderwijs?

 VO | Differentiatie | ICT | Motivatie
Shutterstock: wavebreakmedia

Het effect van blended leren is klein tot middelgroot op de onderwijsprestaties van leerlingen. Dit gaat op voor alle onderwijsniveaus en voor alle vakgebieden. Deze vorm van leren, waarbij onder andere digitaal lesmateriaal wordt ingezet naast traditionele leermiddelen, kan naar verwachting de motivatie van leerlingen bevorderen. Bewegende beelden zijn aantrekkelijk voor leerlingen en stimuleren een actievere verwerking van de lesstof. Digitale lesmaterialen bieden ook de mogelijkheid om leerlingen pas na voldoende beheersing van een onderdeel door te laten gaan naar een volgend onderdeel.

De meest voorkomende en accurate definitie van blended leren is de combinatie van instructie in de klas – contactonderwijs -en online instructie. De verhouding tussen deze vormen van instructie kan verschillen waardoor blended leren op een continuüm zit tussen volledig contactonderwijs en volledig online leren. Op het continuüm waar blended leren zich bevindt, worden idealiter de beste kwaliteiten van online instructie en contactonderwijs gecombineerd, zodat de onderwijsprestaties van leerlingen omhoog gaan.

Digitaal lesmateriaal

De objectieve effectiviteit, waaronder onderwijsprestaties, van blended leren is gemiddeld genomen klein tot middelgroot positief. Die gemiddelde effectiviteit verschilt niet per onderwijstype of leerstroming. Deze bevinding geeft hiermee een indicatie voor het effect op de onderwijsprestaties in het voortgezet onderwijs, onafhankelijk van het vak. Het blijft echter een gemiddelde, wat aangeeft dat er zowel negatieve(re) effecten zijn gevonden van blended leren als grote(re) positieve effecten.

Het effect van blended leren wordt bepaald door een combinatie van invloeden, waaronder instructievorm, lesmaterialen en leertijd. Ter beantwoording van bovenstaande vraag ligt de focus op lesmateriaal waarmee leerlingen zelfstandig aan de leerstof kunnen werken. Het gaat om digitaal lesmateriaal dat wordt ingezet naast traditionele lesmaterialen zoals (werk)boeken. De centrale rol van computer gebaseerde technologieën wordt benadrukt in blended leren. Vraag is hoe de leraar het lesmateriaal het beste in kan zetten. Kort door de bocht hebben de navolgende factoren van digitaal lesmateriaal mogelijk een bijdrage geleverd aan de positieve effecten van blended leren op onderwijsprestaties.

De eerste factor bevat drie aspecten, te weten kwaliteit, beschikbaarheid en authenticiteit. Digitaal lesmateriaal heeft de mogelijkheid om visuele elementen te bevatten, zoals video’s en animaties, waardoor de authenticiteit van het lesmateriaal wordt verhoogd. Dit kan voor het aanleren van handelingen effectiever zijn dan statische plaatjes.

De digitale lesmaterialen kunnen ook stimuleren tot actievere verwerking, wat kan leiden tot beter leren. De positieve effecten van blended leren blijken namelijk samen te hangen met het gebruik van quizzen, zelf-testen of iets soortgelijks. Door bijvoorbeeld een quiz in te zetten als voorbereiding op klassikale lessen, moeten leerlingen hun geheugen actief gebruiken om het geleerde op te roepen, wat kan helpen om effectiever te leren. Ook kan interactie met de computer bijdragen aan het stimuleren tot actievere verwerking, omdat leerlingen filmpjes kunnen stopzetten, terugspoelen en herbekijken. Hierdoor worden vaardigheden beter aangeleerd. Voorts kan de mogelijkheid tot online samenwerking of communicatie met leraren of medeleerlingen, leiden tot een actievere verwerking.

Tot slot draagt de mogelijkheid tot ondersteuning van zelfsturing en aanpassing aan behoeften en verschillen bij aan het beter leren van leerlingen. Digitale lesmaterialen bieden de optie om pas na het voldoende afronden van een onderdeel door te gaan naar het volgende onderdeel. Dit komt de autonomie van de leerlingen ten goede en beperkt tegelijkertijd het oplopen van hiaten. Verder kunnen leerlingen in hun eigen tempo en op zelfgekozen momenten studeren, gebruikmakend van verschillende materialen.

Motivatie

Digitaal lesmateriaal kan de motivatie van de leerlingen verhogen, doordat het meer mogelijkheden biedt voor het leren in hun eigen tempo, rekening houdend met de mate waarin zij in staat zijn zelf sturing te geven aan hun leerproces. Meer motivatie leidt echter niet per definitie tot hogere onderwijsprestaties van leerlingen, omdat het afhankelijk is van de soort motivatie. Een hoge uitsluitend extrinsieke motivatie kan zelfs leiden tot lagere onderwijsprestaties. Uitsluitend intrinsieke motivatie leidt over het algemeen tot hogere leerprestaties. Daarnaast kan intrinsieke motivatie tot een verbetering leiden van relaties met anderen en met het welzijn van leerlingen. Bij het bevorderen van de intrinsieke motivatie van leerlingen dient de docent rekening te houden met de mate van behoefte naar zowel structuur als naar autonomie, wat per leerling verschilt.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Enkele relevante webpagina’s:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Raisa Huijsmans.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Wat weten we over de effecten van programmeeronderwijs op programmeervaardigheden van leerlingen tot 12 jaar?
 PO | ICT
Eerst tekstueel programmeren en vervolgens visueel leidt tot betere resultaten dan eerst visueel en dan tekstueel programmeren. Zo liet een vergelijkende studie zien. En ondersteuning in de vorm van feedback, van docenten, experts of medestudenten, draagt bij aan de motivatie. Ondersteuning in de vorm van tutorials en advies helpt leerlingen bij het leren programmeren, vooral bij moeilijke taken. Het is nog onduidelijk hoeveel abstractie kinderen in de basisschoolleeftijd aankunnen.
Lees verder
Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?
 VO | Differentiatie
Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen en bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen centraal. Van belang is het werken met kleine groepen. Docenten moeten de niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij helpen. Vooral laag presterende leerlingen lijken te profiteren van het werken in heterogene groepen.
Lees verder
Wat biedt een adaptieve leeromgeving leerlingen en welke rol heeft de leraar daarin?
 PO | VO | Differentiatie | ICT
Wanneer computers als een aanvulling op leerkrachtinstructie worden gebruikt, kan dat het leerresultaat ten goede komen. Adaptieve, digitale leeromgevingen kunnen taken van leerkrachten overnemen, zoals het afstemmen van de moeilijkheidsgraad van opgaven op het niveau van de leerlingen en het geven van feedback. De leerwinst stijgt als leerkrachten daarnaast de voortgang monitoren, naar oorzaken van problemen zoeken, aangepaste instructie geven, mogelijkheden tot zelfsturing door de leerling geven.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag