Wat is het effect van een continurooster in het basisonderwijs op de leerresultaten en schoolwelbevinden van leerlingen?

 PO | Schoolorganisatie
shutterstock_113357455

Bij een continurooster blijven de leerlingen van de school verplicht tussen de middag over op school. Ondanks over het algemeen positieve oordelen van leraren en directie op scholen met een ‘5-gelijke-dagen-model’ (variant van continurooster) ontbreekt wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een continurooster. Wel zijn er beperkte resultaten van onderzoek naar het bioritme van basisschoolkinderen in relatie tot hun functioneren en leerprestaties. Die suggereren dat de beste tijd om met meer aandacht en concentratie te werken tussen 10 en 12 uur en tussen 14 en 16.30 uur ligt. Een continurooster zou op basis hiervan dus slecht aansluiten bij het concentratievermogen van de leerlingen.

Bij een continurooster maakt de pauze tussen de middag deel uit van de schooltijd. Leerlingen eten kort op school met de leerkracht, waarna ze nog een kwartier tot half uur spelen. Het idee is dat de kortere onderbreking van het lesprogramma goed is voor het creëren van rust in de klas. Het opstartmoment na (een soms onrustige) lunch en lange pauze verdwijnt namelijk op deze manier. Kinderen blijven in het ritme en pakken het lesprogramma ’s middags makkelijker op.

Onderwijstijd

Van de leraren die werken op een ‘5-gelijke-dagen-model’-school (een variant van het continurooster), is tussen de 40 en de 50 procent van mening dat de effectieve onderwijstijd hierdoor is toegenomen. Van de onderwijspersoneelsleden meent 15 tot 20 procent dat de effectieve onderwijstijd juist is afgenomen. Ook het oordeel van de schooldirecties over het 5-gelijke-dagenmodel is positief. De invoering heeft volgens hen geleid tot meer rust in de school, meer tijd voor leerkrachten om na schooltijd op school nog dingen te doen, en meer duidelijkheid voor ouders en leerlingen (Paulussen-Hoogeboom en De Weerd, 2014).

Bioritme

Onderzoek waarin een directe koppeling is gelegd tussen het hanteren van een continurooster en de onderwijskwaliteit of leerprestaties, ontbreekt. Opvallend in dit verband zijn wel de volgende bevindingen. In hun internationale reviewstudie naar effecten van verschillende invullingen van de schooldag, de schoolweek en het schooljaar gaan Driessen, Claassen en Smit (2010) specifiek in op wat er bekend is over bioritme en dagarrangementen. Het weinige onderzoek op dit terrein laat zien dat de beste leertijd voor leerlingen om geconcentreerder te werken, ligt tussen 10 en 11.30 à 12 uur en tussen 14 en 16.30 uur. Dat zou betekenen dat een continurooster leerlingen op biologisch gezien ongunstige leertijden toch onderdelen van het lesprogramma aanbiedt. Op dat moment (tussen 12 en 14 uur) zou het juist beter zijn te ontspannen met rust, bewegen en recreatie. Daarna neemt het concentratievermogen van leerlingen weer toe.

Meer weten?

Lees het volledige rapport geformuleerd als antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
vo-instelling - zorgcoördinator

Gerelateerde vragen:

Is de klasinrichting van invloed op leerprestaties?
 PO | Vakken
Ja, wetenschappelijk is aangetoond dat de inrichting van de klas ertoe doet. De inrichting blijkt een aanzienlijke invloed te hebben op de prestaties voor rekenen, leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en helpt om de creativiteit van kinderen te stimuleren. Om verschillende vormen van leren te bevorderen zou de klasinrichting flexibel moeten zijn. Klassen die bestaan uit diverse helder afgebakende activiteitenhoeken dragen bij tot een krachtigere leeromgeving en tot hogere leerwinst.
Lees verder
Hoe krijg je als docent de aandacht van 9- tot en met 12-jarigen terug na een intermezzo tijdens een plenaire instructie?
 PO
De docent speelt een belangrijke rol bij het van te voren scheppen van duidelijkheid over regels en procedures in de klas. Zo kan hij met zijn leerlingen afspraken maken over hoe en wanneer stil te zijn. Door voorafgaand aan het intermezzo duidelijk aan te geven hoe lang het intermezzo duurt en wat daarna de verwachting van de docent is, weten leerlingen wanneer ze hun aandacht weer op de leraar moeten richten. Veel docenten maken gebruik van een ‘stilteteken’. Andere docenten klappen in de handen of knippen met de vingers om de aandacht van de leerlingen terug te krijgen. Verder kan de docent met lichaamstaal en oogcontact verbinding maken met de leerlingen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag