Wat is het effect van geanimeerde prentenboeken en het programma Letters in Beweging op de beginnende geletterdheid en taalontwikkeling van risicoleerlingen in groep 1 en 2?

 PO | VVE | Gelijke kansen | ICT | Taal | Vakken

Geanimeerde prentenboeken en het programma Letters in Beweging hebben een positief effect op de taal- en leesontwikkeling van risicoleerlingen. De effecten zijn echter mede afhankelijk van de kwaliteit van het boek, de ingebouwde interactie, het aantal keren dat het boek aangeboden wordt en de interactie met een volwassene. Bij kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden (ESM) is voorzichtigheid geboden met achtergrondgeluid en muziek.

Aan digitale prentenboeken, ook geanimeerde boeken of levende boeken genoemd, zijn gesproken tekst, filmachtige beelden en muziek of geluidseffecten toegevoegd. Zowel nationaal en internationaal zijn positieve effecten aangetoond van digitale prentenboeken op de taalontwikkeling van jonge kinderen. Er zijn vooral effecten op verhaalbegrip en woordenschat.

Effecten bij risicoleerlingen

Kinderen met Nederlands als tweede taal

Geanimeerde prentenboeken (digitale prentenboeken met bewegende beelden, geluid, muziek) zowel als statische digitale prentenboeken hebben positieve invloed op woordenschat en verhaalbegrip. Dat blijkt uit onderzoek bij 60 kleuters van ouders met een lage sociaaleconomische status (SES) en een Turkse of Marokkaanse achtergrond. De woordenschat van de leerlingen en het verhaalbegrip nam meer toe bij de geanimeerde dan bij de statische prentenboeken en wanneer het geanimeerde digitale prentenboek herhaaldelijk (vier keer) werd aangeboden. Behalve digitale prentenboeken hebben andere digitale leeromgevingen ook positieve effecten op de taalvaardigheid van anderstalige leerlingen.

Kinderen met een lage sociaaleconomische status (SES)

In een onderzoek naar het effect van digitale prentenboeken op de beginnende geletterdheid van 149 kinderen met een lage en gemiddelde SES, bleken beide groepen vooruit te gaan op woordenschat, woordherkenning en fonologisch bewustzijn. De kinderen met een lage SES boekten echter meer vooruitgang. Kleuters met een lage SES stromen het onderwijs vaak in met een achterstand in beginnende geletterdheid en taalvaardigheid. Maar met de inzet van kwalitatief goede digitale prentenboeken kunnen ze grote vooruitgang boeken.

Kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden (ESM)

In twee experimenten op cluster 2 scholen is onderzocht of geanimeerde en statische digitale prentenboeken de woordenschat kunnen vergroten van kinderen met specifieke taalproblemen. Uit het eerste experiment (29 kleuters) bleek dat de statische boeken voor een relatief grotere winst zorgden. Kinderen profiteerden dus in tegenstelling tot normaal ontwikkelende kinderen minder van de geanimeerde versie. In het tweede experiment (23 kleuters) werden beelden soms gecombineerd met achtergrondgeluid en muziek, en soms werden die weggelaten. Naarmate kinderen grotere taalproblemen hebben, leerden ze minder woorden met muziek of geluid, ongeacht of het digitale prentenboek statisch of geanimeerd was. Bij kinderen met ESM is dus voorzichtigheid geboden met achtergrondgeluid en muziek.

De effectiviteit van ict-interventies zoals digitale prentenboeken en leerspellen is dus afhankelijk van veel verschillende factoren (hoe, voor wie, waarvoor). In een nieuwe onderzoekslijn wordt nagegaan wie vooral van de geanimeerde boeken profiteren.

Wat is de rol van genen?

Of kleuters profiteren van digitale programma’s is ook afhankelijk van hun genetisch bepaalde dopaminehuishouding. Dopamine speelt een belangrijke rol bij aandacht. Kinderen met aanleg voor een minder efficiënte dopamineproductie – dragers van de lange variant van DRD4 – profiteren meer van het programma Letters in beweging (dat foneembewustzijn oefent) dan niet-dragers van deze variant. In een onderzoek naar Letters in beweging en geanimeerde prentenboeken onder risicoleerlingen in groep 2, bleek dat dragers van DRD4 profiteerden van het prentenboekprogramma bovenop het reguliere aanbod. Voor Letters in Beweging werd dit effect niet gevonden.

Geanimeerde prentenboeken en ander digitaal leermateriaal hebben een positief effect op de taal- en leesontwikkeling van risicoleerlingen. Of en in welke mate leerlingen daadwerkelijk profiteren van deze programma’s is afhankelijk van de ingebouwde multimediakenmerken, de specifieke doelgroep en de mate waarin kinderen gevoelig zijn voor interventies.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Prof. Dr. A.G. Bus (Universiteit Leiden) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO, VVE

Vraagsteller
po-instelling leraar en ICT-coördinator

Gerelateerde vragen:

Hoe effectief is het gebruik van leesstrategieën voor het verbeteren van begrijpend lezen van zwakke lezers in het vmbo?
 VO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
Goed leesonderwijs bevordert de woordenschat en de achtergrondkennis van zwakke lezers in het voortgezet onderwijs, en hun leesmotivatie. Daarnaast moet het bijdragen aan actieve kennis- en begripsconstructie door leerlingen strategieën aan te leren die het leesbegrip monitoren en sturen, door met hen te praten over teksten en boeken en door ze over teksten te laten schrijven.
Lees verder
Interview met vraagsteller Bart Boltje
Welke computerprogramma’s zijn effectief voor jonge kinderen met lees- en spellingproblemen?
 PO | ICT | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
Voor het ondersteunen van kinderen met dyslexie zijn diverse computerprogramma’s beschikbaar. Hoewel de meeste van deze programma’s niet op effectiviteit zijn onderzocht, zijn er wel richtlijnen te formuleren voor het werken met digitale spellingprogramma’s, op basis van empirisch onderzoek. Spellingprogramma’s kunnen van grote waarde zijn bij het automatiseren door middel van oefening. Recente programma’s werken volgens de principes van effectief oefenen. Deze programma’s geven feedback en zorgen voor een adaptief aanbod van leerinhouden. Daarbij blijft het de verantwoordelijkheid van de leraar te zorgen voor de samenstelling van het onderwijsprogramma.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag