Wat weten we over het effect van zittenblijven of versnellen op leerprestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling?

 PO | Differentiatie | Schoolloopbaan

Zittenblijven in het primair onderwijs heeft in het algemeen geen positief effect op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn. Onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen laat zowel positieve als negatieve gevolgen zien. De gevonden positieve gevolgen op korte termijn zijn op langere termijn weer verdwenen. Het versnellen van (hoog)begaafde leerlingen lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. Er zijn geen significant negatieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.

Leraren, scholen, ouders en politici dragen allerlei voor- en nadelen van zittenblijven aan. Deze argumenten spreken elkaar vaak tegen. Zo zou zittenblijven leiden tot een hoger zelfvertrouwen van de leerling vanwege meer succeservaringen, of juist tot een lager zelfvertrouwen vanwege het voelen van falen. Bovendien zijn de voor- en tegenargumenten nogal contextafhankelijk en niet op iedereen van toepassing.

Zittenblijven

Uit onderzoek weten we dat leerkrachten, ouders en leerlingen zelf verwachten dat doubleren gunstige effecten heeft op cognitief gebied. Deze verwachtingen komen echter niet overeen met het beeld uit onderzoek. Uit meerdere internationale en Nederlandse onderzoeken blijkt dat zittenblijven in het algemeen geen positief effect heeft op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn.

Naar aanleiding van een cohortenonderzoek adviseren twee Nederlandse onderzoekers dat scholen terughoudend moeten zijn met leerlingen laten zitten in de kleutergroep. Zittenblijven kan worden voorkomen door preventief om te gaan met de risico’s van (met name) jongens die opgroeien in lastige sociaal-economische omstandigheden. Dat blijkt uit een thema-uitgave over zittenblijven van Pedagogische Studiën.

Naar de effecten van zittenblijven op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is veel minder onderzoek gedaan. Verschillende onderzoeken wijzen op zowel positieve als negatieve gevolgen. Wel lijkt het erop dat de gevonden positieve gevolgen op korte termijn, op langere termijn weer verdwenen zijn.

Versnellen

Bij versnellen kan (een deel van) een onderwijsjaar worden overgeslagen. Dit kan zowel in de kleuterbouw als in een later stadium van het primair onderwijs. Er zijn vier studies gevonden, die allemaal wijzen op positieve cognitieve effecten van versnellen, ook op langere termijn. De meest betrouwbare conclusie voor de gevolgen op lange termijn komt uit een studie waarin drie cohorten veertig jaar lang zijn gevolgd. Daaruit blijkt dat kinderen die voor of op hun dertiende levensjaar een klas oversloegen, vaker en sneller grote prestaties behaalden in STEM-onderwijs (internationale afkorting voor Science, Technology, Engineering, Mathematics) dan vergelijkbare leerlingen die niet versnelden.

Over de effecten van versnellen op de sociaal-emotionele ontwikkeling is helaas minder onderzoek bekend. Uit de onderzoeken die wel zijn verschenen, blijkt dat in het algemeen versnellen zeker geen negatief effect heeft op de sociaal-emotionele ontwikkeling van goede of hoogbegaafde leerlingen, zowel op de korte als lange termijn.

Context

Bij de beantwoording van de vraag over de effecten van zittenblijven of versnellen is wel een kanttekening te plaatsen. Het type onderwijskundig onderzoek dat hierop antwoord geeft, kampt met methodologische problemen, waardoor de gepresenteerde conclusies met enige voorzichtigheid moeten worden behandeld. Zo kan het verschil maken of er een vergelijking wordt gemaakt met leeftijdgenoten (de oude groep), of (ook) met groepsgenoten.

Daarnaast is de context van een school waarschijnlijk van invloed op de onderzoeksresultaten. Vrijwel alle gevonden studies zijn uitgevoerd op scholen met het gangbare leerstofjaarklassensysteem. Het zou interessant zijn om te onderzoeken of er andere resultaten worden gevonden op basisscholen die dit systeem meer loslaten. In de zeer recent verschenen handreiking Doorstroom van kleuters wordt bijvoorbeeld geconcludeerd dat scholen met meerdere overgangsmomenten per jaar naar groep 3, of scholen met combinatiegroepen 2 en 3, of met meer ruimte voor differentiatie en maatwerk minder zittenblijvers hebben (zie: Dekker wil betere overstap naar groep 3 voor kleuters).

Ook speelt het zogenoemde geboortemaandeffect een rol. Kinderen die geboren zijn vlak vóór  de peildatum (was 1 oktober is nu 1 januari) hebben minder lang kunnen kleuteren dan klasgenoten geboren vlak ná de peildatum.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Aanvullende leestips, zijn:

Interviews Nederlandse wetenschappers

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan David van Alten (vraagbeantwoording) i.s.m. Christa Teurlings (kennismakelaar).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Wat is het effect van de vroege doorstroom door de 1 januari grens van leerlingen naar groep 3 voor hun schoolloopbaan?
 PO | Schoolloopbaan
Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.
Lees verder
Wat is de meest effectieve manier van werken met (hoog-, meer-) begaafde leerlingen?
 PO | Differentiatie
Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun leerprestaties, op hun motivatie, hun leervaardigheden en creativiteit. Niet voor alle domeinen en of vakken leiden alle aanpassingen tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast inzetten op cognitief presteren ook om de juiste begeleiding en om leraren die expertise hebben op dit terrein. Welke begeleiding nodig is, hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen start idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs wat betreft inhoud, organisatie en pedagogisch didactische begeleiding daarbij aansluit, zijn de (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag