Welk effect heeft aandacht voor verschillende tekstsoorten in de bovenbouw van het basisonderwijs op de leesvaardigheid van leerlingen?

 PO | Taal | Vakken

Aandacht voor tekstsoorten en tekststructuren heeft een positief effect op het begrijpen van verschillende teksten door leerlingen in het basisonderwijs. Echter, dit effect treedt pas op bij voldoende tijdsinvestering en als leerkrachten ten minste twee verschillende tekststructuren aanbieden. Bij instructie in verschillende tekststructuren ligt de focus vooral op de organisatie van ideeën in de tekst, het leggen van verbanden tussen die ideeën en het gebruik van signaalwoorden.

In het basisonderwijs leren leerlingen verschillende soorten tekst lezen. Het referentiekader Nederlandse taal vermeldt expliciet informatieve teksten, instructieve teksten, betogende teksten, verhalen en poëzie.

Tekststructuur

Als leerlingen in groep 4 zowel verhalen als informatieve teksten lezen, zullen ze hun aanpak of leesgedrag spontaan aanpassen aan de aard van de tekst. Om dit flexibele leesgedrag te optimaliseren is inzicht in structuren van teksten een belangrijke factor.

Kennis over tekststructuren bij informatieve teksten vergroot het tekstbegrip bij zowel basisschoolleerlingen als leerlingen in het voortgezet onderwijs. Voorwaarde is wel dat leerlingen voldoende tekststructuuronderwijs ontvangen – elf tot twintig uur – en ten minste twee soorten tekststructuren aanleren. Kennis over tekststructuren bestaat uit de organisatie van ideeën in een tekst, de relaties tussen die ideeën, en de talige middelen om die relaties expliciet te maken.

Goede instructie in tekststructuur heeft een blijvend effect. Leerlingen gebruiken het geleerde ook later nog en ze passen het toe bij andere niet-onderwezen tekststructuren. De effecten op de algehele leesvaardigheid zijn klein.

Signaalwoorden

Teksten met een duidelijke structuur leiden tot beter tekstbegrip en leerlingen onthouden de inhoud dan makkelijker. Een expliciete markering van de structuur van een tekst, bijvoorbeeld met signaalwoorden, maakt het voor leerlingen nog eenvoudiger om de structuur te herkennen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van signaalwoorden voor een snellere verwerking van de tekst, zonder dat dit ten koste gaat van het begrip.

Verbanden tussen teksten en tussen de tekst en achtergrondkennis

Een serie teksten lezen over hetzelfde thema leidt tot meer kennis over de concepten en kernwoorden uit deze teksten, dan wanneer leerlingen een set teksten over verschillende thema’s lezen. Leerlingen die vooraf al meer over het thema weten, behalen hogere scores op toetsen, ongeacht de teksten die ze lezen.

Jonge leerlingen leggen bij verhalende teksten vaak verbanden buiten de tekst. Dit duidt op inferentie, dat wil zeggen het leggen van verbanden bij ontbrekende informatie in de tekst door vergelijking met andere teksten en achtergrondkennis. Aandacht voor de inferentiële verbanden kan zowel het begrijpend lezen van zwakke als goede lezers verbeteren. Voorbeelden zijn tekstaanwijzingen activeren en benutten, achtergrond- of voorkennis activeren en benutten, en het eigen leesproces controleren.

Wat betekent dit voor onderwijs?

Onderwijs over tekststructuur biedt leerlingen inzicht in een aantal veelvoorkomende macrostructuren van teksten, leert hun welke signaalwoorden daar vaak in voorkomen en welke vragen ze daarbij kunnen stellen. Deze kennis helpt bij tekstbegrip te vergroten.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Ander relevant Kennisrotonde-antwoord: Welke factoren dragen bij aan de integratie van taal in andere vakken in het basisonderwijs?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José van der Hoeven (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Jacqueline Evers-Vermeul (UU) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Welke talige factoren dragen bij aan de integratie van taalonderwijs in andere vakken in het basisonderwijs?
 PO | Taal | Vakken
Bij het integreren van taal in andere vakken ligt de nadruk op lezen en schrijven. Kennis van tekstsoorten, structuren en verbanden dragen bij aan tekstbegrip en schrijven. Ook achtergrondkennis en woordenschat zorgen daarvoor. Goed tekstbegrip leidt tot meer toegang tot en opbouw van kennis in de andere vakken. De ontwikkeling op een bepaald taaldomein, bijvoorbeeld lezen, heeft ook een positief effect op andere taaldomeinen, zoals schrijven en spreken.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag