Wat weten we over de effecten van programmeeronderwijs op programmeervaardigheden van leerlingen tot 12 jaar?

 PO | ICT
shutterstock_64871056

Eerst tekstueel programmeren en vervolgens visueel leidt tot betere resultaten dan eerst visueel en dan tekstueel programmeren. Zo liet een vergelijkende studie zien. En ondersteuning in de vorm van feedback, van docenten, experts of medestudenten, draagt bij aan de motivatie. Ondersteuning in de vorm van tutorials en advies helpt leerlingen bij het leren programmeren, vooral bij moeilijke taken. Het is nog onduidelijk hoeveel abstractie kinderen in de basisschoolleeftijd aankunnen.

De verwachtingen rond programmeeronderwijs voor kinderen tot 12 jaar zijn hoog. Niet alleen zouden kinderen al op jonge leeftijd moeten kunnen leren programmeren. Maar van programmeerlessen zouden ze ook andere nuttige kennis en vaardigheden op kunnen doen, waarmee ze leren omgaan met computers, digitale media en gedigitaliseerde techniek.

Er zijn vier te onderscheiden vormen van programma’s die kinderen in het basisonderwijs kunnen construeren:

  • Om een tekstueel programma te schrijven moet een leerling de grammatica van de programmeertaal kennen, en de namen van de commando’s die specifieke taken uitvoeren.
  • Een leerling stelt een programma samen door blokken te slepen en aan elkaar te klikken.
  • Unplugged – zonder computers.
  • Met (fysieke) blokken – een blok representeert een commando.

Wat werkt?

Het is belangrijk een leerling te ondersteunen bij het construeren van een programma. De rol van de leraar is dus essentieel.

Andere factoren die goede effecten kunnen hebben op het leren programmeren zijn samenwerkend leren en interactie (face to face of online, bijvoorbeeld via chat), en het maken en terugkijken van eigen aantekeningen. Aantekeningen en prestaties hangen samen, ook teruggekeken aantekeningen en leren. Een mogelijke verklaring is dat als leerlingen eigen aantekeningen terugkijken, ze het schrijven van een programma beter begrijpen.

Hoewel programmeren dus ook zonder computers onderwezen kan worden, voegen elektronische apparaten (scherm, robot, geluid, of licht) wel aspecten toe die veel leerlingen leuk vinden. En ze maken directe feedback mogelijk.

Verschillen tussen leerlingen

In het algemeen zijn er geen verschillen gevonden tussen jongens en meisjes, zowel wat betreft leeropbrengsten als motivatie. Resultaten laten voorzichtig zien dat meisjes even goed als jongens kunnen leren programmeren en tegen dezelfde problemen aanlopen. Jongens kunnen wel betere programma’s schrijven. Dat blijkt uit een analyse van het gebruik van een tekstueel computerprogramma over een periode van vijf jaar (MOOSE), waarbij gekeken werd naar de kwaliteit van programma’s die jongens en meisjes maakten. Nadere analyses lieten echter zien dat de langere time-on-task en meer voorkennis bij jongens deze verschillen kunnen verklaren. Bij een studie met 30 jongens en 22 meisjes bleek dat jongens hoger op computer confidence  (jongens hebben meer vertrouwen in hun computervaardigheden) en meisjes hoger op gender equity scoorden (meisjes denken vaker dat meisjes net zo goed kunnen leren programmeren als jongens).

Er is ook gekeken naar verschillen tussen leerlingen met sociaaleconomische status. De beschreven experimenten laten voorzichtig zien dat programmeerinterventies een positief effect hebben op de interesse in en de leeropbrengsten van programmeren bij doelgroepen met een lagere sociaaleconomische status.

Meer weten?

Lees de volledige reviewstudie Leren programmeren in het PO naar aanleiding van deze vraag aan de Kennisrotonde uitgevoerd door Johan Jeuring (UU), Gemma Corbalan (UU), Nienke van Es (UU), Hanneke Leeuwestein (UU) en Joek van Montfort (Xota).

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen, Hanneke de Weger én de auteurs van de reviewstudie Leren programmeren in het PO, onderzoekers Johan Jeuring (UU), Gemma Corbalan (UU), Nienke van Es (UU), Hanneke Leeuwestein (UU) en Joek van Montfort (Xota).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
adviseur

Gerelateerde vragen:

Helpt afwisseling van quizvragen met games leerlingen met gedrags- en concentratieproblemen om hun leerrendement te verhogen?
 PO | VO | (V)SO | ICT | Leer- & gedragsproblemen | Motivatie
Game-elementen kunnen in het algemeen leiden tot meer betrokkenheid en motivatie van leerlingen, maar dit uit zich niet in verbeterde leerprestaties. Bij leerlingen met concentratieproblemen in het bijzonder lijken game-elementen die hen helpen focussen (bijvoorbeeld door structuur of extra sterke beloningen te bieden) een positieve uitwerking te hebben op de leerprestaties.
Lees verder
Wat is het effect van blended lesmateriaal op onderwijsresultaten in het voortgezet onderwijs?
 VO | Differentiatie | ICT | Motivatie
Het effect van blended leren is klein tot middelgroot op de onderwijsprestaties van leerlingen. Dit gaat op voor alle onderwijsniveaus en voor alle vakgebieden. Deze vorm van leren, waarbij onder andere digitaal lesmateriaal wordt ingezet naast traditionele leermiddelen, kan naar verwachting de motivatie van leerlingen bevorderen. Bewegende beelden zijn aantrekkelijk voor leerlingen en stimuleren een actievere verwerking van de lesstof. Digitale lesmaterialen bieden ook de mogelijkheid om leerlingen pas na voldoende beheersing van een onderdeel door te laten gaan naar een volgend onderdeel.
Lees verder
Draagt programmeerles bij aan de probleemoplossingsvaardigheden van leerlingen?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT
Wie programmeert zet diverse vaardigheden in om problemen op te lossen. Denk aan problemen in kleine stukjes opdelen, logisch denken, als-dan redeneringen hanteren enzovoort. Deze vaardigheden worden computational thinking skills genoemd. Leerlingen kunnen dit soort vaardigheden aanleren in het programmeeronderwijs. Ook kan programmeeronderwijs bijdragen aan andere generieke vaardigheden, zoals kritisch denken, creatief denken, reflectie en metacognitie.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag