Is het bij begrijpend leesonderwijs in de bovenbouw effectiever als leerlingen eerst individueel de hele tekst lezen, voordat ze per alinea in tweetallen informatie verwerken?

 PO

Om een samenhangend beeld te vormen van een tekst leggen leerlingen verbanden binnen de tekst, en tussen de tekst en hun achtergrondkennis. Leerkrachten kunnen leerlingen hierin stimuleren door het stellen van inhoudsgerichte vragen tijdens of na het lezen. Uit onderzoek is niet duidelijk of leerlingen de tekst wel of niet eerst in zijn geheel moeten lezen. Wel is het effectief om leerlingen samen, in de vorm van rolwisselend lezen, de teksten en bijbehorende vragen te laten behandelen.

Om een tekst te begrijpen moet de lezer een samenhangend beeld van de tekst vormen. Dit heet mentale representatie. Deze kan op drie niveaus tot stand komen: oppervlakterepresentatie, tekstbasis en situatiemodel. De oppervlakterepresentatie is het laagste niveau en heeft betrekking op woord- en zinsbegrip. De lezer maakt op dit niveau nog geen inferenties. Dat betekent dat hij tekstdelen niet relateert aan eigen achtergrondkennis om de tekst te begrijpen of te verrijken. Op tekstbasisniveau maakt de lezer wel inferenties om betekenis en onderlinge relaties tussen woorden en zinnen te achterhalen. Zo komt begrip van alinea’s tot stand en ontstaat een coherent beeld van de tekst. Op het hoogste niveau, dat van het situatiemodel, bereikt de lezer volledig tekstbegrip.

Effectiviteit van inhoudsgerichte vragen tijdens het lezen

Het beantwoorden van inhoudsgerichte vragen stimuleert leerlingen om verbanden te leggen. Dit zijn vragen die doorgaans van leerlingen vereisen dat ze een relatie leggen tussen zinnen of fragmenten in de tekst (tekstbasis), of tussen de tekst en hun achtergrondkennis (situatiemodel). Het beantwoorden van inhoudsgerichte vragen tijdens het lezen beïnvloedt het begrip positief. Het is echter uit de literatuur niet duidelijk wat effectiever is: na of tijdens het lezen van een tekst inhoudsgerichte vragen beantwoorden bij tekstdelen. Wel is duidelijk dat de strategie om jezelf te bevragen het leesbegrip bevordert; zowel voor, tijdens of na het lezen van verhalende en informatieve teksten.

Causale vragen goed voor uitwijders, algemene vragen voor parafraseerders

Inhoudsgerichte vragen die inferenties uitlokken kunnen gaan over een oorzakelijk verband (waarom werd hij boos?) of over een meer algemeen verband (hoe past deze zin bij hetgeen je eerder hebt gelezen?). Een vergelijking van dit soort vragen met letterlijke wie/wat/waar/wanneer-vragen onder leerlingen in groep 6 leverde geen verschil in effect op. Zowel gemiddelde, goede als zwakke lezers zijn in staat het verhaal na te vertellen. Ze boekten allemaal vooruitgang, bij alle soorten vragen.

Wel is er een verschil voor bepaalde subtypen van zwakke lezers. Uitwijders – lezers die veel, maar vaak onjuiste verbanden leggen – profiteren meer van de causale vragen dan parafraseerders – lezers die weinig verbanden leggen en sterk blijven hangen aan de letterlijke tekst. Parafraseerders profiteren meer van algemene vragen die helpen om verbanden te leggen. Bij de wie/wat/waar/wanneer-vragen zijn er geen verschillen tussen deze subgroepen.

Rolwisselend lezen is effectief

Het is effectief om leerlingen samen, in de vorm van rolwisselend lezen, de teksten en bijbehorende vragen te laten behandelen. Hierbij leren leerlingen om in kleine groepjes elkaar te bevragen en de rol van de leerkracht op zich te nemen; nadat de leerkracht eerst het gewenste gedrag heeft voorgedaan. Het is daarbij belangrijk dat de leerkracht de leerlingen in hun groepsgesprekjes ondersteunt door het geven van feedback, hints en uitleg.

Meer weten

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag