Welke gedragseisen en randvoorwaarden voor samenwerking tussen professionals op scholen dragen bij aan effectieve implementatie van onderwijsontwikkelingen?

 VO | 21e-eeuwse vaardigheden

Interventies gericht op afzonderlijke teamleden, het team als geheel en de schoolorganisatie kunnen zorgen voor een effectieve implementatie van innovaties. Randvoorwaarden betreffen motivatie, groepsstructuur, begeleiding en contact, en faciliteiten. Daarnaast is aandacht nodig voor het gedrag van de professionals. Hierbij zijn ‘autonomie en toewijding in een constructief groepsproces met voldoende experimenteerruimte’ van belang. Sterk leiderschap en opvolging van de innovaties bevorderen een effectieve implementatie. Dat is mogelijk als de inhoud ook aansluit op de carrière van het teamlid, de taak van het team en deskundigheid in de organisatie. 

Veel scholen experimenteren met een andere aanpak of extra aanbod. Dergelijke innovaties verlopen niet altijd doelmatig. Onderzoek naar innovaties in organisaties en samenwerking binnen (onderwijs)teams toont aan dat voor succesvolle implementatie er afstemming moet zijn op micro-, meso- en macroniveau.

Microniveau: het teamlid als zelfstandige professional

Het afzonderlijke teamlid kan een constructieve bijdrage leveren aan de implementatie van een onderwijsontwikkeling. Motivatie is een belangrijke voorwaarde om het geleerde toe te passen in de praktijk, evenals gedrevenheid en passie. Verder hebben teamleden baat bij enige autonomie. Vooral keuzeonafhankelijkheid en het managen van de eigen tijd zorgen ervoor dat ze diepgaander willen leren. Daarnaast zijn toewijding en bereidheid tot samenwerking van belang om tot innovatie te komen. Het helpt wanneer teamleden de overtuiging hebben dat het teamwerk ook de leerling vooruithelpt.

Ten slotte moet een teamlid de relatie tussen inhoud van de innovatie en de eigen carrière ervaren. Wanneer een teamlid groeimogelijkheden ziet, en zijn carrière kan plannen en sturen zal hij eerder de intentie hebben om te leren en het geleerde toe te passen in de praktijk.

Mesoniveau: het team als samenwerkende groep

De structuur van de groep is een belangrijke randvoorwaarde voor teams. Een goede combinatie van vaardigheden, ervaring en kennis bij afzonderlijke teamleden die ieder een professionele autonomie hebben, kan bijdragen aan een effectieve samenwerking. De groep individuen moet ook samen een bepaalde kwaliteit bezitten om een team te (willen) worden en te zijn.

Teamgedrag gericht op ‘een constructief groepsproces in een goede sfeer met experimenteerruimte en mogelijkheden tot feedback’ is wenselijk. Een omgeving van vertrouwen is daarbij van belang; de teamleden ervaren ruimte voor een open communicatie, het delen van informatie en een participatieve besluitvorming. In zo’n lerende organisatiesetting zullen professionals zich vrij voelen en elkaar aanmoedigen om experimenten aan te gaan en risico’s te nemen. Het laten herhalen van wat teamleden geleerd hebben, waarbij ze hun rol en verantwoordelijkheid in vergelijkbare situaties pakken, kan voor succes zorgen. Reflectie, monitoring en het geven van feedback kunnen ervoor zorgen dat het innovatievermogen van de organisatie groeit.

Macroniveau: de onderwijsorganisatie als leergemeenschap

Een belangrijke randvoorwaarde op organisatieniveau is frequent contact en begeleiding. Hiervoor is onder meer noodzakelijk dat individuele planningen en gezamenlijke planning op elkaar worden afgestemd en dat de werkdruk niet te hoog is. De school begeleidt het team in een sfeer van vertrouwen en zorgt voor de nodige faciliteiten, zoals vergaderruimte, voldoende personeel en ondersteuning.

Goed leiderschap kan het draagvlak onder de teamleden bevorderen en het vermogen tot vernieuwing binnen de school versterken. Van belang is dat er voldoende experimenteerruimte is en dat ook de teamleden beslissingsruimte hebben en initiatief kunnen nemen. Voor een succesvolle implementatie zorgt de school ervoor dat de innovatie structureel een plek krijgt in de organisatie, en gekoppeld wordt aan de doelen en strategieën. Dat maakt bovendien de innovatie duurzamer.

Het spreekt voor zich dat inhoudelijke deskundigheid van de materie, vakkennis en oplossingsvermogen van belang zijn tijdens het gehele proces. Daarnaast moet de organisatie aandacht hebben voor sociale en communicatieve vaardigheden, zowel intern als extern.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
adviseur

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag